Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by Ridvan

1964-121BE
1965-122BE
1966-123BE
1967-124BE
1969-126BE
1970-127BE
1971-128BE
1972-129BE
1973-130BE
1975-132BE
1978-135BE Int. Conventie
1978-135BE Nat. Conventies
1980-137BE
1982-139BE
1987-144BE
1988-145BE Referenties
1988-145BE
1993-150BE
1994-151BE
1995-152BE
1996-153BE Europa
1996-153BE
1997-154BE
2000-157BE
2001-158BE
2002-159BE
2003-160BE
2004-161BE
2005-162BE
2006-163BE
2007-164BE
2008-165BE
2009-166BE
2010-167BE
2011-168BE
2012-169BE
2013-170BE
2014-171BE
2015-172BE
2016-173BE
2017-174BE
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








Ridvan : 1980-137BE
HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID
Ridván 1980 / 137BE
Aan de Bahá'ís van de Wereld
Dierbare geliefde Vrienden,

De succesvolle lancering van het Zevenjarenplan en de vorderingen die in het eerste jaar van zijn openingsfase gemaakt zijn, verzachten in enige mate de rampen en het onheil die het afgelopen jaar het zwoegende Geloof van God hebben geteisterd. De jongste golf van vervolgingen die in de Bakermat van ons Geloof tegen ons is ontketend heeft de hele Bahá’í wereldgemeenschap door goddelijke bestiering getroffen. Op het hoogtepunt van hun schitterende dienstbaarheid aan het Geloof van God, en binnen de korte tijdspanne van twintig weken werden drie Hoofd-Beheerders van Bahá’u’lláh’s embryonale Wereldorde, de Handen van de Zaak van God Enoch Olinga, Rahmatu’lláh Muhajir en Hasan Balyúzí opgeroepen tot het Abhá Koninkrijk, de rest van ons beroofd achterlatend en geschokt door de immensheid van ons verlies en de tragische wreedheid van de omstandigheden rond de moord op de geliefde Enoch Olinga en leden van zijn gezin.

2 In Iran opende de verwarring die het hele land in haar greep heeft de weg voor de meedogenloze en verstokte vijanden van het Geloof hun fanatieke haat uit te leven, onbeteugeld door welk doelmatig gezag ook. Het Heilige Huis van de Báb is verwoest en er zijn voorstellen gedaan zelfs de oorspronkelijke standplaats teniet te doen. De Siyáh-Chál en Bahá’u’lláh’s Huis in Teherán zijn in beslag genomen samen met alle andere Heilige Plaatsen en bezittingen. Eén lid van de Nationale Geestelijke Raad en twee van de Plaatselijke Geestelijke Raad van Teherán zijn ontvoerd en de verblijfplaats van twee hunner is nog altijd onbekend, terwijl de derde in de gevangenis zit. Ook een Raadgever en enkele vrienden die verbonden zijn aan het Nationaal Kantoor of leden zijn van de Plaatselijke Geestelijke Raad van Teherán zijn gevangen gezet. Bahá’ís zijn zwaar onder druk gezet hun geloof te herroepen en in één geval betrad een gelovige die dit weigerde te doen het roemrijke pad van de martelaren en werd terechtgesteld. Behalve dit alles is een campagne van smaad en valse beschuldigingen tegen de vrienden gevoerd in een poging hen tot de zondebok van onbeteugelde menigten te maken.

3 En toch, zoals altijd in de Zaak van God, is de weldadige werking van de dialectiek van rampspoed en triomf duidelijk zichtbaar. Het onwrikbare geloof van de innig geliefde, zwaar beproefde en immer standvastige Perzische Bahá’í gemeenschap, geleid door het heroïsche standhouden en voorbeeld van haar Nationale Geestelijke Raad, ondersteund en geïnspireerd door de Raadgevers en hun Hulpraadsleden, heeft een geestelijke herleving van de geliefde vrienden teweeggebracht. Zij hebben zich als één man verenigd om een front van stralende geestelijke geaardheid en zelfvertrouwen te vormen en lijken, zoals een waarnemer bericht, op een verblindende gemeenschap van geestdriftige, opgetogen en stralende nieuwe gelovigen.

HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID

Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :