Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by Ridvan

1964-121BE
1965-122BE
1966-123BE
1967-124BE
1969-126BE
1970-127BE
1971-128BE
1972-129BE
1973-130BE
1975-132BE
1978-135BE Int. Conventie
1978-135BE Nat. Conventies
1980-137BE
1982-139BE
1987-144BE
1988-145BE Referenties
1988-145BE
1993-150BE
1994-151BE
1995-152BE
1996-153BE Europa
1996-153BE
1997-154BE
2000-157BE
2001-158BE
2002-159BE
2003-160BE
2004-161BE
2005-162BE
2006-163BE
2007-164BE
2008-165BE
2009-166BE
2010-167BE
2011-168BE
2012-169BE
2013-170BE
2014-171BE
2015-172BE
2016-173BE
2017-174BE
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








Ridvan : 1966-123BE
HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID
Ridván 1966 / 123BE
Aan de Bahá'ís van de Wereld
Dierbare geliefde Vrienden,

Vijftig jaar na de bekendmaking van de eerste Tafelen van het Goddelijk Plan door 'Abdu'l-Bahá in maart en april 1916, zijn wij getuige van de afsluiting van pioniersprestaties, die ongeëvenaard zijn in de Geschiedenis van het Geloof. Een jaar geleden werden 461 pioniers opgeroepen hun woonsteden binnen 12 maanden te verlaten en zich over de gehele planeet te verspreiden, teneinde het fundament van de wereld gemeenschap van Bahá'u'lláh te verbreden en te verstevigen. Er is goede hoop dat, met uitzondering van 34 posten, wier bezetting afhankelijk is van gunstige omstandigheden, alle pionierdoelen met Ridván zullen zijn bereikt of althans zeker gesteld door definitieve toezeggingen.

2 De dankbaarheid en bewondering van de gehele Bahá'í wereld gaat uit naar deze edele schare van toegewijde gelovigen, die deze oproep zo schitterend hebben beantwoord. De pioniers, die zijn opgestaan voor de bepaalde doelen, zijn weer versterkt met 45 andere gelovigen, die zich in de deelgebieden hebben gevestigd, terwijl nog eens 69 gelovigen hun woonsteden hebben verlaten om zich te vestigen in de 26 landen, die reeds voor het Geloof zijn ontsloten.

3 Al met al zijn in de loop van het jaar 505 Bahá'ís opgestaan om buiten hun vaderland te gaan pionieren. Dit is het grootste aantal in de gehele geschiedenis van het Geloof, dat zich ooit in één jaar heeft opgegeven.

4 Dit is een eclatante overwinning en in het licht van de verklaring van de Meester in de eerste Tafel van het Goddelijk Plan, "Het is vaak gebeurd dat één gezegende ziel de bron van leiding van een geheel volk is geworden", van een wonderbaarlijk teken voor de toekomst. De directe resultaten hiervan zijn het openleggen van 24 nieuwe gebiedsdelen voor het Geloof, het weer bezetten van 4 andere en de consolidatie van nog eens 93. De nieuw opengelegde gebieden zijn: Chad en Niger in Afrika; Alaskan Peninsula, Barbuda, Cayman Eilanden, Chiloé Eiland, Providencia Eiland, Quintana Roo Territory, Saba, St. Andrés Eiland, St. Eustatius, St. Kitts Nevis, St. Lawrence Eiland, Tierra del Fuego en Turks en Caicos Eilanden; Laccadive Eilanden en Marmara Eiland in Azië; Niue Eiland in Australazië en Bornholm, Capri, Elba, Gotland, Inner Hebrides en Ischia in Europa.

5 Opnieuw bezette gebieden zijn: het eiland Corisco en Spaans Guinea in Afrika en de Maldive en Nicobar eilanden in Azië.

6 Zoals vorig Ridván bekend is gemaakt, zal de eerste Conventie van de Bahá'ís van Brunei dit jaar gehouden worden tijdens het 2e weekend van de Ridván periode, waarbij de eerste Nationaal Geestelijke Raad van Brunei gekozen zal worden. Hand van de Zaak Collis Featherstone zal bij deze historische gebeurtenis aanwezig zijn namens het Wereld Centrum van het Geloof.

7 Een ander resultaat van de bekeringen, die de beloning zijn van de ongelooflijke onderrichtsinspanningen der laatste 2 jaren is de oproep, die nu door het Universele Huis van Gerechtigheid is gedaan voor de samenstelling met Ridván 1967 - van de volgende 9 Nationale Geestelijke Raden: in Afrika de Nationale Geestelijke Raad van Algerië en Tunesië, met als zetel Algiers; de Nationale Geestelijke Raad van de Republiek Cameroun, met als zetel Victoria, terwijl Spaans Guinea en de eilanden Fernando Po, Corisco, Sao Tomé en Prícipe onder haar jurisdictie vallen; de Nationale Geestelijke Raad van Swaziland, Mozambique en Basutoland met als zetel Mbabane; de Nationale Geestelijke Raad van Zambia met als zetel Lusaka. De Nationale Geestelijke Raad van de eilanden Leeward, Windward en Virgin met als zetel Charlotte Amalie. In Azië - de Nationale Geestelijke Raad van Cambodia met als zetel Phnom Penh; de Nationale Geestelijke Raad van Oostelijk en Zuidelijk Arabië met als zetel Bahrayn; de Nationale Geestelijke Raad van Taiwan met als zetel Taipei. In Australazië de Nationale Geestelijke Raad van de eilanden Gilbert en Ellice met als zetel Tarawa. Deze 9 nieuwe Nationale Geestelijke Raden die tezamen met de nieuwe Nationale Geestelijke Raad van Brunei tien extra pilaren van het Universeel Huis van Gerechtigheid uitmaken, zullen het aantal Nationale Geestelijke Raden dat tijdens Ridván 1968 zal deelnemen aan de 2e Internationale Conventie voor de verkiezing van die instelling, op 79 brengen.

8 Dit betekenisvolle jaar kan onmogelijk voorbijgaan zonder vermelding van de onvermoeide, toegewijde diensten van de geliefde Handen van de Zaak, de Banierdragers van het Negen Jaren Plan, evenals de bekwame steun die de Hulpraden hen hebben verleend. De speciale opdrachten waarvan zij zich uit naam van het Universele Huis van Gerechtigheid hebben gekweten. de onderrichtreizen die zij hebben gemaakt, de conferenties die zij hebben georganiseerd, hun onafgebroken werkzaamheden in het Wereld Centrum en bovenal hun nooit aflatende aanmoediging van de vrienden en hun waakzaamheid over het welzijn van de Zaak van God, hebben aan het werk van de gehele gemeenschap aanzien en doeltreffende leiding geschonken. Het smartelijke verlies dat zij hebben geleden door het heengaan van de Hand van de Zaak Leroy Ioas wordt gedeeld door de gehele Bahá'í wereld.

9 De schitterende prestaties op pionier en onderrichtgebied, samen met de enthousiaste aandacht, die wordt geschonken aan de voorbereidende plannen voor een gepaste viering van het eeuwfeest van Bahá'u'lláh's verkondiging van Zijn Boodschap aan de koningen en heersers van de wereld, hebben met succes de eerste fase van het Negen Jaren Plan afgesloten en de weg gebaand voor het tweede stadium, een stadium, waarin de Bahá'í wereld zich moet voorbereiden op en wapenen voor het derde stadium dat begint in oktober 1967, als de 6 internationale conferenties de "openingstonen" zullen doen klinken van een periode van verkondiging van de Zaak van God en die zich zal uitstrekken over de resterende jaren van het Negen Jaren Plan, tot aan het eeuwfeest van de openbaring van de Kitáb i-Aqdas in 1973. Het drievoudige doel van deze conferenties is: de herdenking van het eeuwfeest van het begin van Bahá'u'lláh's Eigen verkondiging van Zijn Zending, de verkondiging van de Goddelijke Boodschap en de beraadslaging over de taken in de resterende jaren van het Negen Jaren Plan.

10 Vijf speciale taken staat de Bahá'í wereld voor ogen bij de intrede van deze tweede fase van het Plan:

11 De eerste taak, is het voltooien van de vestiging van pioniers en uitzending op korte termijn van anderen, waar nodig.

12 De tweede is de intensieve voorbereiding voor de derde fase van het Plan door het uitwerken van nieuwe onderrichtmaatregelen en uitbreiding van de verschillende Bahá'í fondsen op internationaal, nationaal en plaatselijk niveau.

13 De derde is het bespoedigen van de voorraad Bahá'í literatuur, in het bijzonder de vertaling en publicatie ervan in díe talen, waarin tot nu toe nog niets is gepubliceerd of onvoldoende in is voorzien.

14 De vierde taak is het verwerven van de resterende Hazíratu'l Quds, Tempelgronden, nationale grondbezittingen en onderrichtsinstellingen, waarin het Plan voorziet, en wel voordat de zich ontwikkelende inflatie, die nu bijna de gehele wereld treft, de financiële lasten ter verkrijging van deze eigendommen te zeer vergroot.

15 De vijfde taak omvat de opbouw van het Panama Tempel Fonds. Het Universele Huis van Gerechtigheid opent dit Fonds met een bijdrage van $ 25.000 en doet nu een beroep op de gelovigen en de Bahá'í gemeenschappen vrijwillig en regelmatig bij te dragen totdat de fondsen voor de voltooiing van dit historische bouwwerk zijn gewaarborgd. Dergelijke bijdragen moeten rechtstreeks naar de Nationale Geestelijke Raad van Panama worden gezonden. Er zijn meer dan 50 ontwerpen ontvangen en het Huis van Gerechtigheid neemt op het moment de aanbevelingen van de Nationale Raad in overweging. De keuze zal worden bekend gemaakt en de vrienden zullen volledig op de hoogte worden gehouden van de ontwikkeling van dit hoogst belangwekkende en bezielende plan.

16 Iedere individuele gelovige van Bahá'u'lláh, evenals de instellingen van het Geloof op plaatselijk, nationaal, continentaal en wereld niveau, moeten nu de uitdaging aannemen tot het opvoeren van de onderricht intensiteit tot een nooit tevoren bereikte hoogte, teneinde de geweldige groei die het Plan zich ten doel stelt, te verwezenlijken. Deze uitdaging is met des te groter nadruk gericht op de gelovigen die wonen in landen waar zij de vrijheid bezitten om hun Geloof te onderrichten, tegenover de drukkende maatstaven die het Geloof elders zijn opgelegd. In Perzië worden de gelovigen de elementaire rechten ontzegd en is het Geloof nog grotendeels verworpen. In Iráq zijn de Nationale en één Hazíratu'l-Quds in beslag genomen en de aktiviteiten van de vrienden streng beperkt. In Egypte worden Bahá'í eigendommen nog verbeurd verklaard, kortgeleden werden verschillende gelovigen enige tijd gevangen gezet en wachten nu op een verhoor. In Indonesië, waar de Nationale Hazíratu'l-Quds in beslag genomen is en georganiseerde aktiviteiten van de gelovigen zijn verboden, leven zij opnieuw in onderdrukking. In weer andere landen zijn de gelovigen onderhevig aan beperkingenen staan zij onder controle. In alle gevallen zien de vrienden standvastig en vol vertrouwen uit naar hun vrijmaking en de uiteindelijke overwinning van het Geloof.

17 De uitdaging aan de plaatselijke en nationale bestuursinstellingen van het Geloof behelst het organiseren en bevorderen van het onderrichtwerk door middel van systematische plannen, waarbij het niet alleen om de regelmatige firesides in de woningen van de gelovigen, de openbare bijeenkomsten, ontvangsten en conferenties, de weekend-, zomer en winterscholen, de jeugdconferenties en aktiviteiten die op zich op het ogenblik zo krachtig worden gesteund, maar bovendien een voortdurende stroom van gastleraren naar alle plaatsen. De krachten die door laatstgenoemd proces vrijkomen zijn door Bahá'u'lláh in de volgende woorden met geestdrift geprezen. "Het zich begeven van plaats tot plaats op zich, wanneer terwille van God ondernomen, heeft altijd en kan ook nu, haar invloed doen gelden. In de Boeken van ouds is de rang van hen die wijd en zijd hebben gereisd teneinde de dienaren van God te leiden, vermeld en neergeschreven", terwijl 'Abdu'l-Bahá in de Tafels van het Goddelijk Plan zegt:

18 "De leraren moeten onafgebroken naar alle delen van het continent, nee, zelfs naar alle delen van de wereld reizen ..."

19 Dergelijke plannen moeten nu, gedurende deze voorbereidingsperiode worden en uitgewerkt, zodat zij volledig in werking kunnen treden bij de aanvang van de periode van verkondiging om vanaf die tijd onverzwakt te worden voortgezet tot het einde van het Plan.Het Universele Huis van Gerechtigheid hecht zó'n waarde aan dit principe van reizend onderricht, dat het heeft besloten dit op internationaal niveau uit te werken en roept nu pioniers op om hun diensten op dit terrein aan te bieden. Bij hun bezoek aan andere landen dan het eigen land, zullen deze vrienden een geweldige stimulans vormen bij het verkondigen en onderrichten van het Geloof in alle werelddelen. Wij hopen dat dergelijke projecten met eigen middelen kunnen worden bekostigd, aangezien het Internationale Hulpfonds nog nodig zal zijn voor het pionierswerk. Wanneer echter een voorstel van bijzonder nut kan worden beschouwd voor het Geloof en noch individueel, noch door de te bezoeken Nationale Raden worden gefinancierd, zal het Universele Huis van Gerechtigheid een verzoek om bijstand uit het Internationaal Ondersteuningsfonds in overweging nemen. Aanbiedingen voor welke tijdsduur ook, moeten worden gedaan aan de eigen Nationale Geestelijke Raad of aan Continentale Pionier Comités, die tot extra taak hebben gekregen de Nationale Raden te helpen bij uitvoeren en coördineren van deze nieuwe onderneming. Laten zij die opstaan gedachtig zijn aan het nadrukkelijke bevel van de Meester om, "te reizen als 'Abdu'l-Bahá ... geheiligd en vrij van iedere gehechtheid en in de uiterste afgescheidenheid."

20 Op gelijke wijze moet het consolidatiewerk hand in hand gaan met deze veelomvattende, geordende en steeds groeiende onderrichtpoging. Deze twee processen moeten in feite worden beschouwd als niet te scheiden delen bij de verbreiding van het Geloof. Alhoewel het orderrichtwerk zonder meer voorrang heeft, zou voortzetting zonder consolidatie de gemeenschap onvoorbereid laten om de massa's die vroeger of later moeten reageren op de levenschenkende boodschap van het Geloof, op te vangen. Het richtsnoer van onze geliefde Behoeder in deze vitale zaak is, zoals altijd, duidelijk en ondubbelzinnig: "Iedere uiterlijke doorbraak naar nieuwe terreinen, iedere vermeerdering van Bahá'í instellingen moet gelijke tred houden met een dieper doordringen tot de wortels die het geestelijke leven van de gemeenschap schragen en de gezonde ontwikkeling ervan waarborgen. Nooit moet de aandacht worden afgeleid van deze essentiële, altijd aanwezige behoefte en onder geen enkele omstandigheid worden verwaarloosd of ondergeschikt gemaakt aan de niet minder gebiedend noodzaak, die de uiterlijke uitbreiding van de Bahá'í bestuursinstellingen moet zekerstellen." Een juist evenwicht tussen deze twee essentiële aspecten van de ontwikkeling ervan moet, van nu af aan, nu wij het tijdperk van grootscheepse bekeringen binnentreden, door de Bahá'í Gemeenschap worden gehandhaafd.

21 Consolidatie moet niet alleen het oprichten van Bahá'í bestuursinstellingen behelzen, maar ook een waarachtige verdieping in de fundamentele waarheden en de Geestelijke beginselen van het Geloof; begrip voor de voornaamste doelstellingen bij de vestiging van de eenheid der mensheid; onderricht in de gedragsnormen aanzien van alle aspecten van het persoonlijke en openbare leven; onderricht in een nauwgezette toepassing van het Bahá'í leven in dingen als het dagelijks gebed, de opvoeding van kinderen, het naleven van de Bahá'í huwelijkswetten, het zich onthouden van politieke aktiviteiten, de verplichting tot het bijdragen aan het Fonds, het belang van het 19 Daags Feest en de gelegenheid tot het verkrijgen van een grondige kennis van de huidige praktijk van het Bahá'í bestuurstelsel.

22 De opmars van het Geloof vereist, en is in feite van, een zeer grote toename van de bijdragen aan de verschillende fondsen. Alle doelen die aan het wereld Centrum van het Geloof zijn toegewezen, en in het bijzonder die doelen, welke te maken hebben met de bebouwing en verfraaiing van de bezittingen rondom de Heilige Graftomben, evenals de uitbreiding van de tuinen op de Berg Carmel, brengen zeer hoge kosten met zich. De bouw van de 2 Tempels waarin het Plan voorziet, zal eveneens grote sommen gelds vereisen, terwijl het wereldomvattende onderricht- en consolidatiewerk, dat nu zal worden geïntensiveerd, ondersteund moet worden door een steeds toenemende en onafgebroken toevloeiing van bijdragen. Het Internationale Ondersteuningsfonds moet worden gehandhaafd en uitgebreid, niet alleen voor toekomstige pionierdoeleinden, maar eveneens ten behoeve van het nu vereiste hulpverlening en ontwikkelingsprogramma voor reizende leraren. Aangezien het alleen degenen, die hun erkenning van Bahá'u'lláh openlijk hebben bekend gemaakt, toegestaan is om financieel bij te dragen aan de vestiging van Zijn wereldorde, is het duidelijk dat er meer, veel meer wordt verlangd van de weinigen die nú zo bevoorrecht zijn. Onze verantwoordelijkheden op dit gebied zijn bijzonder groot en in werkelijkheid evenredig aan het zegenrijke voorrecht de dragers te zijn van de naam van God in deze dag.

23 De uitdaging, die aan de individuele Bahá'í gesteld wordt op ieder gebied van dienstbaarheid, maar bovenal op het gebied van het onderrichten in de Zaak van God, is oneindig. Met iedere ramp die de mensheid bezoekt, wordt onze onontkoombare plicht duidelijker, evenmin mogen wij nooit vergeten dat, wanneer wij deze plicht verzuimen, "op anderen" met de woorden van Shoghi Effendi "een beroep zal worden gedaan om onze taak als geestelijke leiders ter leniging van de schreeuwende noden van deze geteisterde wereld op zich te nemen." Het schijnt dat gelukkig nú een tijdperk binnentreden, waarin de langverbeide uitbreiding van ons Geloof kan worden tegemoet gezien. Onze kans ligt in de toenemende honger van de mensheid naar geestelijke waarheid. In ons streven naar het grijpen van deze kans zouden wij er goed aan doen de volgende woorden van Bahá'u'lláh te overdenken:

24 "Laat uw gedrag jegens uw naaste, zodanig zijn dat daaruit duidelijk de tekenen van de ene ware God spreken, want gij behoort tot de eersten onder de mensen om te worden wedergeboren door Zijn Geest, de eersten om te aanbidden en de knieën te buigen voor Hem, en tot de eersten die cirkelen rond Zijn troon van verhevenheid."

25 Naarmate de mensheid dieper wegzinkt in die toestand, waarvan Bahá'u'lláh schreef, dat "dit nu bloot te leggen niet gepast en onbetamelijk zou zijn", moeten de gelovigen steeds meer naar voren treden als zelfbewuste, gerichte en in gelukkige wezens, overeenkomstig normen, die, in directe tegenstelling met de verachtelijke en immorele opvattingen van de moderne samenleving, de bron zijn van hun rechtschapenheid, kracht en volwassenheid. Het is deze scherpe tegenstelling tussen de kracht, de eenheid en de discipline van de Bahá'í gemeenschap enerzijds en de toenemende verwarring, de wanhoop en het koortsachtige tempo van een ten ondergang gedoemde samenleving anderzijds, die, in de komende woelige jaren de ogen van de mensheid zal doen richten op de veilige schuilplaats van Bahá'u'lláh's wereldverlossende Geloof.

26 De bestendige vooruitgang van de Zaak van God is een bron van vreugde voor ons allen en een aansporing tot verder werken. Maar geen alledaagse bedrijvigheid. Nu worden er heroïsche daden vereist, gelijk alleen door van God geschraagde en onthechte zielen worden volbracht. 'Abdu'l-Bahá, de Bevelhebber van de hemelse Heirscharen, uitte in één van de Tafelen van het Goddelijk Plan de volgende hartekreet: "O kon ik maar reizen naar deze gebieden, al was het slechts te voet en in de uiterste armoede om de Goddelijke leringen uit te dragen door de roep Yá Bahá'u'l-Abhá aan te heffen in steden, dorpen, bergen, woestijnen en oceanen. Dit kan ik helaas niet doen. Hoe diep betreur ik het." En Hij eindigde met dit hartroerende beroep: "Als God wil, kunt gij het volbrengen."

HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID

Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :