Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by Ridvan

1964-121BE
1965-122BE
1966-123BE
1967-124BE
1969-126BE
1970-127BE
1971-128BE
1972-129BE
1973-130BE
1975-132BE
1978-135BE Int. Conventie
1978-135BE Nat. Conventies
1980-137BE
1982-139BE
1987-144BE
1988-145BE Referenties
1988-145BE
1993-150BE
1994-151BE
1995-152BE
1996-153BE Europa
1996-153BE
1997-154BE
2000-157BE
2001-158BE
2002-159BE
2003-160BE
2004-161BE
2005-162BE
2006-163BE
2007-164BE
2008-165BE
2009-166BE
2010-167BE
2011-168BE
2012-169BE
2013-170BE
2014-171BE
2015-172BE
2016-173BE
2017-174BE
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








Ridvan : 1965-122BE
HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID
Ridván 1965 / 122BE
Aan de Bahá'ís van de Wereld
Dierbare geliefde Vrienden,

Het getij der overwinning, dat de wereldgemeenschap der Bahá'ís droeg naar het meest grote Jubileum, is nog steeds aan het stijgen.

Een ononderbroken stroom van goddelijke bevestiging daalt neer op onze inspanningen; de bewijzen zijn duidelijk in de vele opmerkelijke successen van de paar korte maanden sinds een begin werd gemaakt met het Negen Jaren Plan. Het meest spectaculaire is de toename van het aantal centra, waar Bahá'ís wonen: van 15.168 op Ridván 1964 tot 21.006 op dit ogenblik, een toename van bijna 6.000 in één jaar.Niet minder opmerkelijk is de vooruitgang van het onderrichtwerk in India, waar het aantal gelovigen nu de 140.000 te boven gaat, een toename van meer dan 30.000 sinds Ridván 1964. Pioniers trekken naar de weinig overgebleven gebieden van de aarde, die nog niet zijn verhelderd door het licht van God's nieuwe Openbaring; de grote toename in de omvang van de Zaak, waarom gevraagd is bij de aanvang van het Plan, blijkt zich te ontplooien, terwijl in land na land de instellingen en bezittingen van het Geloof gestadig en stevig worden gevestigd.

Gedurende de laatste twaalf maanden zijn de doelen, die toegewezen werden aan het Wereld Centrum, daadwerkelijk nagestreefd. Fundamentele beslissingen en activiteiten om het doel "de ontwikkeling van de Instelling van de Handen van de Zaak van God met het oog op uitbreiding in de toekomst van zijn toegewezen functies voor bescherming en verkondiging" uit te voeren, zijn reeds aan de vrienden ter kennis gebracht.Volgend op hun bijeenkomst in het Heilige Land vorig jaar oktober zijn de leden van dit verheven college, zowel de Banierdragers van dit Negen Jaren Plan als van de 10 jarige Kruistocht van de geliefde Behoeder, reeds beladen met eer en verrichte diensten, met hernieuwde en weergaloze kracht opgestaan, om de geesteskracht van de vrienden op te wekken deze opperste onderricht uitdaging tegemoet te treden, hun raad en bijstand te verlenen aan de administratieve instellingen en om de goddelijke geuren en liefde van God over de hele wereld te verspreiden.De toename van het aantal leden van Hulpraden en de nieuwe uitvoerende maatregelen zullen, zoals vol vertrouwen verwacht wordt, de geliefde Handen in staat stellen hun gewichtige plichten met nog grotere doeltreffendheid te vervullen en hun meer tijd geven te reizen en te onderrichten.

Een voorlopig overzicht van de voorwaar betreffende de bouw van de eerste Mashriqu'l Adhkár in Latijns Amerika, één van de twee bouwwerken die gedurende het Plan moesten worden opgericht, is al geschied en wij nodigen thans Bahá'í zowel als niet Bahá'í architecten uit, plannen voor te leggen voor de Panama Tempel. De voorwaarden van de inschrijving en de nauwkeurige omschrijving van het gebouw kunnen verkregen worden bij de Nationale Geestelijke Raad van Panama, wiens keuze van ontwerp onderworpen zal zijn aan de uiteindelijke goedkeuring van het Universele Huis van Gerechtigheid. Wij hopen dat de bouw van dit heilig Huis van Aanbidding, op een plaats die zowel door de Meester als de Behoeder zo'n speciale betekenis is toegekend, met spoed zal worden voltooid, opdat zijn baken van geestelijk licht uit mag stralen over geheel Amerika.

Gedurende de laatste twaalf maanden zijn de volgende nieuwe gebieden voor het Geloof geopend: in het werelddeel Afrika: Gabon, Ifni, Mali, Mauritanië, het eiland Rodrigues, Boven Volta. In Amerika: Aruba, Cozumel eiland, Guadeloupe, Las Mugeres eiland, Prins van Wales eiland, en St. Vincent; in Azië de Ryukyu eilanden; in Australasia de Line eilanden; in Europa het eiland Wight, de Oost- en Westfriese eilanden. De volgende gebieden zijn heropend: in Afrika, Mafia eiland; in Amerika, Antigua, frans Guyana en Martinique, West-Irian in Azië en de Admiraliteitseilanden in Australasia.Nationale Hazíratu'l Quds zijn in negen plaatsen verworven, de zetels dus van de Nationale Geestelijke Raden, en land is verworven in twee andere, waarop deze instelling gebouwd zal worden. Zes Nationale Geestelijke Raden hebben rechtspersoonlijlheid verkregen en het Geloof is erkend geworden in Cambodja, een land bestemd om zijn eigen Nationale Geestelijke Raad te krijgen gedurende het Negen Jaren Plan.Nationale Bezittingen (aan grond) zijn verkregen in acht landen.Zes Onderricht instellingen zijn gevestigd, en land is verkregen voor zes andere.Een Bahá'í uitgeverstrust voor de voorziening van literatuur in de franse taal is in Brussel gevestigd.De heilige Bahá'í dagen zijn erkend in drie gebieden.Bahá'í literatuur is in de volgende elf nieuwe talen gepubliceerd: Ibibio Efik in Afrika, Aguacateca, Athebascan, Carina en Motilon-Yukpa in Amerika. Kenyah, Melanan en Temiar in Azië en Ghari, Marshallese en Motua in Australasia. De vorderingen van de Zaak op Borneo, maakt het mogelijk een doel te bereiken, als aanvulling van het Plan namelijk de vorming van de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís in Brunei op Ridván 1966.

Het voorbijgaan van het eerste jaar van het Plan onthult twee toestanden in de Bahá'í Wereld Gemeenschap. De eerste, binnen het Geloof zelf, is het vermogen om alles en ieder bepaald doel er aan opgedragen, te volbrengen: doelen zoals het verwerven van Hazíratu'l-Quds, Tempelgronden, grondbezit of de verkrijging van rechtspersoonlijkheid van Geestelijke Raden. Zulke afgebakende en zeer belangrijke doelstellingen als deze, waardoor de Zaak materieel, wettelijk en maatschappelijk wordt gevestigd in de wereld, worden nu met rasse schreden genomen door de Administratieve Orde. Bovendien moet opgemerkt worden, dat de voltooiing van vele doelen van dit soort onderlinge samenwerking van de Raden inhoudt, een internationale bedrijvigheid van vitaal belang voor de ontwikkeling van de wereld orde.

De tweede toestand na het afsluiten van het eerste jaar van het Plan, betreft de verhouding van de Zaak tot de mensheid. Bijna overal is een gevoel van een spoedig te verwachten doorbraak van bekeringen op grote schaal. Rapporten van de Handen van de Zaak en van leden van Hulpraden vermelden het voortdurend; vele Nationale Geestelijke Raden geloven dat ze de stranden van deze oceaan bereikt hebben. En inderdaad, toetreden tot de Zaak in grote getale is in sommige gebieden sinds een aantal jaren een feit geworden. Maar grotere dingen zijn op komst. Het onderricht van het Geloof moet een wereld omvattend vuur onsteken in het licht waarvan de Zaak en de wereld de hoofdpersonen in het grootste drama van de menselijke geschiedenis is duidelijk verlicht worden. Het lot voert ons naar dit hoogtepunt, wij moeten ons aangorden voor heldenmoed.

Vier uitdagende en direkte taken doen zich aan ons voor. De eerste is, om gedurende het komende jaar niet minder dan 460 pioniers bijeen te brengen en uit te sturen, die de vierenvijftig overgebleven nog niet ontsloten gebieden van het Plan moeten openleggen, zich in de achttien onbezette gebieden weer zullen vestigen, gebieden waar het aantal en de samenhang van de Bahá'í gemeenschappen op het ogenblik onvoldoende zijn om doeltreffende onderrichtsplannen te beginnen zullen versterken, in de gebieden van massa onderricht het werk zullen steunen en uitbreiden.

Laat elke gelovige deze uitdaging in overweging nemen: "Zij hij, in de woorden van de geliefde Behoeder, "in actieve dienst of niet, van welk van beider geslachten ook, jong of oud, rijk of arm, oudgediende of nieuw ingeschrevene."

Om de inspanningen van de pionierende vrienden en hun overbrenging naar hun posten bij te staan in de komende twaalf maanden kondigen wij de vorming aan van vijf continentale Pionier comitees aan n.l. het Pionier Comité voor Afrika, benoemd door de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van de Britse eilanden; het Pionier Comité voor de beide Amerika's benoemd door de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van de Verenigde Staten; het Pionier Comité voor Azië, benoemd door de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Perzië; het Pionier Comité voor Australasia, benoemd door de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Australië; het Pionier Comité voor Europa, benoemd door de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Duitsland.

Deze Comitees zullen op generlei wijze inbreuk maken op de verantwoordelijkheden van andere Pionier Comitees of van Nationale Geestelijke Raden, die belast zijn met het onderricht werk en onder wier bevoegdheid ze zullen werken. Zij zijn ingesteld om het werk van deze Nationale lichamen te vergemakkelijken en te ondersteunen, door te zorgen voor doelmatige uitwisseling van belangrijke gegevens, zowel continentaal als intercontinentaal, door te helpen bij het in juiste banen leiden van aanbiedingen om te pionieren en in het overbrengen van pioniers naar hun posten.

Een zorgvuldige raming is gemaakt van de behoefte aan pioniers in ieder gebied, gedurende de komende twaalf maanden en het resultaat, daarbij inbegrepen die voor de 72 gebieden, hierboven vermeld, is een oproep voor 461 pioniers; 86 voor Afrika, 96 voor de beide Amerika's, 191 voor Azië, 29 voor Australasia en 59 voor Europa. Iedere Nationale Geestelijke Raad is geraadpleegd over zijn behoefte aan pioniers en deze zijn bekend gemaakt zowel aan alle Nationale Geestelijke Raden als aan de vijf continentale Pionier Comitees, die geregeld op de hoogte gehouden zullen worden van vorderingen door de Nationale Geestelijke Raden. Bij de vrienden wordt er daarom op aangedrongen hun Nationale Geestelijke Raad te raadplegen om inlichtingen over de behoefte aan en de verantwoordelijkheden van pioniers zowel wat betreft hun eigen gemeenschappen als in het algemeen.

Voor de eerste maal in de Bahá'í geschiedenis is een Internationaal Afvaardigings fonds in het Wereld Centrum opgericht onder beheer van het Universele Huis van Gerechtigheid. Hieruit zal een aanvullende ondersteuning gegeven worden voor speciale pionierplannen, wanneer andere fondsen niet voor handen zijn. Alle vrienden en vooral zij, die niet in staat zijn aan de oproep om pioniers gevolg te geven, worden uitgenodigd dit Fonds te steunen, gedachtig aan het uitdrukkelijke bevel van Bahá'u'lláh: "Concentreer uw krachten op de verbreiding van het Geloof van God. Hij die een dergelijke hoge roeping waardig is, laat hem opstaan en het Geloof bevorderen. Al wie hiertoe niet in staat is, diens plicht is het diegene aan te wijzen, die in zijn plaats deze Openbaring zal verkondigen, waarvan de kracht de fundamenten van de machtigste bouwwerken heeft doen schudden, iedere berg tot stof verbrijzeld en iedere ziel met stomheid heeft geslagen."

De tweede uitdaging waar we tegenover staan is om de intensiteit van het onderricht tot zulk een hoogte op te voeren als nooit te voren bereikt werd teneinde de “geweldige toename” te verwezenlijjken waartoe in dit Plan wordt opgeroepen. Met algemene deelname en voortdurende actie zal dit doel bereikt worden. Iedere gelovige moet daar een rol in spelen en is in staat dat te doen, want iedere ziel ontmoet anderen en, zoals door Bahá’u’lláh beloofd is: “Al wie opstaat om onze Zaak te helpen, hem zal God tot de overwinning voeren.” De verwarring in de wereld vermindert niet, maar neemt eerder dag aan dag toe, en mannen en vrouwen verliezen hun geloof in menselijke oplossingen. Eindelijk begint het besef te dagen, dat “er [...] geen vluchtplaats [is]” buiten God. Nu is de gouden kans, mensen zijn bereid, in vele plaatsen vol verlangen, om naar het goddelijk geneesmiddel te luisteren.

De derde uitdaging is, om zo spoedig als mogelijk is, al de overblijvende Nationale Hazíratu'l Quds, Tempelgronden, Nationale bezittingen (aan grond) en onderrichtinstellingen, genoemd in het Plan, te verkrijgen. De spoedige tot standkoming van deze plannen zal enorme uitgaven later besparen en zal het Geloof bezittingen schenken die steeds waardevoller worden. Deze fundamentele bezittingen zijn het embryo van machtige instellingen in de toekomst, maar het is deze generatie, die voor zijn eigen bescherming en als zijn bijdrage aan het nageslacht, ze verkrijgen moet. Wij doen een beroep op de Nationale Geestelijke Raden, belast met de verantwoordelijkheid op dit gebied, dit een besliste voorrang te geven. Een andere, maar even belangrijke overweging is, dat de voltooiing van dit doel in de eerste jaren van het Plan, de krachten en hulpbronnen van de groeiende wereldgemeenschap vrij zal moeten maken voor een geconcentreerd vastberaden en onverminderd streven in de latere jaren naar grote overwinningen, waarvoor de grondslagen nu worden gelegd.

De vierde uitdaging is, om nationale en plaatselijke plannen voor te bereiden voor een passende viering van het eeuwfeest van Bahá'u'lláh's verkondiging van zijn Boodschap in september/oktober 1867 aan de koningen en heersers van de wereld, vieringen, die gedurende de verdere tijd van het Negen Jaren Plan, gevolgd moeten worden door een aanhoudend en goed ontworpen programma van verkondiging van dezelfde Boodschap aan de gehele mensheid.

Een overzicht van de historische verkondiging door Bahá'u'lláh, zoals door Shoghi Effendi is beschreven in "God Passes By", onthult dat de openingstonen weerklonken gedurende de latere tijd van Bahá'u'lláh's verbanning naar Adrianopel en dat zes jaar later gedurende de eerste jaren van Zijn opsluiting in het gevangenisfort van 'Akká beëindigd werd. Deze "openingstonen" waren de machtige en ontzagafdwingende woorden door Hem gericht aan de koningen en heersers tezamen in de Súriy-i-Mulúk, de meest belangrijke Tafel geopenbaard door Bahá'u'lláh. Het werd geschreven op een tijdstip in de maanden september en oktober 1867 en werd gevolgd door "ontelbare Tafelen in welke de gevolgtrekkingen van Zijn nieuw verkondigde aanspraken ten volle worden uiteengezet". "Koningen en keizers, afzonderlijk en gezamenlijk; de voornaamste magistraten van de Republieken van het Amerikaanse werelddeel; ministers en ambassadeurs; de souvereine Paus zelf; de Vicaris van de Profeet van de Islam; de koninklijke Beheerder van het Koninkrijk van de Verborgen Imam; de vorsten der Christenheid, Zijn Patriarchen, aartsbisschoppen, bisschoppen, priesters en monniken; de erkende leiders van zowel de Surmi als de Sli'ik priesterklassen; de hoge priesters van de Zoroastische religie; de wijsgeren, de geestelijke leiders, de wijzen en de bewoners van Constantinopel, die trotse zetel zowel van het sultanaat als het kalifaat; de gehele schare van de verklaarde aanhangers van Zoroaster, de Joodse, Christelijke en Mohammedaanse Geloven; het volk van de Bayán; de wijzen der wereld, de schrijvers, de dichters, de mystici, de handelslieden, de gekozen vertegenwoordigers der volken, Zijn eigen landgenoten", zij allen worden "rechtstreeks onder het bereik gebracht van de vermaningen, de waarschuwingen, de smeekbeden, de verklaringen en de voorspellingen, die het thema vormen van Zijn gewichtige oproep tot de leiders der mensheid." "Uniek en overweldigend als Zijn Proclamatie was, was het slechts een voorspel tot een nog machtiger Openbaring van de scheppende kracht van de schrijver en tot wat mag gelden als de meest opmerkelijke daad van Zijn taakvervulling de openbaarmaking van de Kitáb i Aqdas. In dit, het allerheiligste boek, geopenbaard in 1873 kondigt Bahá'u'lláh niet alleen nog eens de koningen der aarde gezamenlijk aan, dat "Hij die de Koning der Koningen is, verschenen is" maar richt zich tot de regerende vorsten afzonderlijk bij hun naam en verkondigt aan de "regeerders van Amerika en de presidenten van de Republieken in dit werelddeel gelegen" dat "de Beloofde is gekomen". Zó was de proclamatie van Bahá'u'lláh aan de Mensheid. Zoals Hij zelf getuigde: "Nooit sinds het begin van de wereld is de Boodschap zo openlijk bekend gemaakt".

De viering van deze door het lot geladen honderd jaren zal geopend worden met een bezoek in september 1967 op het feest van Mashíyyat (van de Wil) door enige daartoe aangewezen vertegenwoordigers uit de Bahá'í wereld aan het terrein van het huis in Adrianopel, waar de historische Súriy-i-Mulúk werd geopenbaard.

Direkt volgend op deze blijde en vrome daad, zullen zes intercontinentale conferenties gelijktijdig gehouden worden gedurende de maand oktober in de stad Panama, Wilmette, Sydney, Kampala, Frankfort en Nieuw Delhi. De gastheer en voorbereider van iedere Conferentie zal de Nationale Geestelijke Raad zijn in wiens gebied de Conferentie plaats vindt. De volgende Handen van de Zaak Gods zullen het Universele Huis van Gerechtigheid op deze Conferentie vertegenwoordigen: de stad Panama Amatu'l-Bahá Rúhíyyih Khánum, die bij deze gelegenheid de eerste steen zal leggen van de Tempel; Wilmette, Leroy Ioas; Sydney, Ugo Giachery; Kampala, 'Alí-Akbar Furútan; Frankfort, Paul Haney; Nieuw Delhi, Abdu'l-Qasím Faizí.

Alle Nationale Geestelijke Raden worden opgeroepen om gepaste vieringen te houden, op nationale en plaatselijke schaal, van de opening van het eeuwfeest gedurende september/oktober 1967 en tussen bovenvermelde Conferenties en Ridván 1968, op welk tijdstip de tweede Internationale Conventie voor de verkiezing van het Universele Huis van Gerechtigheid gehouden zal worden in het Wereld Centrum.

De geslaagde uitvoering van al deze plannen zullen een gepaste herdenking vormen van de heilige gebeurtenis, die ze weer voor de geest roe en, en wel overeenkomstig de middelen van de Bahá'í Wereld Gemeenschap.

Deze zes Conferenties, gelijk de buitengewoon gewichtige gebeurtenis waarvan zij het eeuwfeest herdenken, zullen de "openingstonen" doen klinken van een tijdperk van verkondiging van de Zaak Gods, zich uitbreidend over de resterende jaren van het Negen Jaren Plan tot het eeuwfeest in 1973 van de Openbaring van de Kitáb i Aqdas, een bedrijvigheid die om de volijverige en van verbeeldingskracht getuigende studie van alle Nationale en Plaatselijke Geestelijke Paden vraagt over de gehele wereld.

Het internationaal toneel zal getuige zijn van het houden van Oceanische Conferenties, voorzegd door Shoghi Effendi. De eerste zal gehouden worden in augustus 1968 op een eiland in de Middellandse Zee, om Bahá'u'lláh's reis te herdenken op die zee honderd jaar geleden van Gallipoli in Turkije naar de grootste gevangenis in 'Akká. In de volgende jaren van het Negen Jaren Plan zullen anderen gehouden worden op de Atlantische Oceaan, in de Caribische Zee, de Stille Oceaan en de Indische Oceaan.

Door een beroep te doen op alle Nationale Geestelijke Raden om reeds nu de benoeming te overwegen van Nationale Proclamatie Comitees, belast met het maken van uitvoerbare en doeltreffende plannen voor de verkondiging van het Geloof over het gehele tijdvak van de herdenking van het eeuwfeest, kunnen we niet beter doen dan op de volgende passage uit een brief, geschreven door onze geliefde Behoeder in verband met de viering van het eeuwfeest van de geboorte van het Bahá'í Tijdperk, de aandacht te vestigen.

"Een ongekende, een zorgvuldig voorbereide en doeltreffend gecoördineerde Nationale campagne, ten doel hebbend de verkondiging van de Boodschap van Bahá'u'lláh, door middel van toespraken, artikelen in de pers en radio-uitzendingen, moet terstond ter hand genomen worden en met kracht doorgevoerd. De universaliteit van het Geloof, zijn doelstellingen en plannen, episoden uit zijn dramatische geschiedenis, getuigenissen van zijn omvormende kracht en de aard en de kenmerkende trekken van zijn Wereld Orde, moeten beklemtoond en aan het grote publiek uitgelegd worden en in het bijzonder aan hoogstaande vrienden en leiders , die welwillend tegenover de Zaak staan; zij moeten benaderd worden en uitgenodigd deel te nemen aan de vieringen, voordrachten, conferenties, banketten. Speciale publicaties moeten voor zover uitvoerbaar en overeenkomstig de middelen, die ter beschikking staan van de gelovigen, het karakter van dit blijde Feest verkondigen".

Deze majestueuse werkwijze, door onze geliefde Behoeder in 1953 begonnen, toen hij de wijd verspreide, onbekende Bahá'í Wereldgemeenschap opriep, zich te werpen op deze eerste glorieuze wereldomvattende kruistocht, wint vaart en het nageslacht mag zeker met ontzag opkijken naar de ontwikkeling van het patroon en de kracht van de wereldorde door zo'n klein deel van het menselijk ras, in een wereld verward in verzet, vijandschap en verdeeldheid. Deze goddelijke voortgestuwde en lang beloofde ontwikkeling moet zijn historisch verloop voortzetten tot aan de uiteindelijke vervulling in de glorie en pracht van de Wereld Orde van Bahá'u'lláh, het Koninkrijk God's op aarde.

HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID

Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :