Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by Baha'i International Community

1991-11-08 Vrouwen en mannen- partnerschap voor een gezonde planeet
1992-06-04 Duurzame ontwikkeling en de menselijke geest
1993-06-14 Wereldburgerschap
1993-11-25 Het Gezin in een wereldgemeenschap
1994-08-22 Naar een Ontwikkelingsmodel voor de 21e Eeuw
1994-08-23 De Rol van Onderwijs, Opvoeding, de Media en de Kunsten bij Sociale Ontwikkeling
2005-10-01 Vrijheid om te geloven- De standaard van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hooghouden
2006-07-02 DE ROL VAN CULTUUR EN CAPACITEIT BIJ DE UITBANNING VAN GEWELD TEGEN VROUWEN EN MEISJES
2008-02-14 Armoede uitroeien; samen vooruitgang boeken
2010-05-03 Herorientatie Op Welvaart Alternatieven bedenken voor een cultuur van consumentisme
2011-02-22 Onderwijs en opleiding voor de verbetering van de samenleving
Bahá'u'lláh
De Kitáb-i-Aqdas - Zijn plaats in de bahá'í-literatuur
De Natuur
De Welvaart van de Mensheid
Duurzame ontwikkeling en de menselijke geest
Het Gezin in een wereldgemeenschap
Naar een Ontwikkelingsmodel voor de 21e Eeuw
Vrouwen en Mannen - Partnerschap voor een Gezonde Planeet
Wereldburgerschap
Wie Schrijft de Toekomst
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








Baha'i International Community : 2008-02-14 Armoede uitroeien; samen vooruitgang boeken
Deel 1

De wereldwijde armoedecrisis krijgt eindelijk een hoge prioriteit op de internationale agenda. Deze gunstige ontwikkeling veroorzaakt een opleving van het debat en het onderzoek naar de middelen om deze onwaardige toestand uit de menselijke samenleving uit te bannen. Maar hoewel regeringen nieuwe toezeggingen doen om acties te ondernemen, bekruipt een gevoel van stuurloosheid de hele strategie voor de uitroeiing van armoede omdat traditionele theorieën en een conventionele aanpak er niet in slagen jarenlange vooroordelen, spanningen en uitbuiting te verminderen. Tegelijkertijd voelen we een opkomend optimisme door de aandacht en de nieuwe impuls die het zoeken naar oplossingen voor deze wereldwijde uitdaging teweegbrengt.

Vooral materiële termen hebben lange tijd de werkwijzen voor de uitroeiing van armoede bepaald. De kern van de inspanningen van de internationale gemeenschap ligt inderdaad bij de transfer van financiële middelen. De laatste vijftig jaar werd ongeveer 2,3 triljoen dollar uitgegeven aan ontwikkelingshulp(1). Maar deze hulp had spijtig genoeg dikwijls een vernietigend effect op de ontvangende gemeenschappen. In plaats van te zorgen voor grotere zelfvoorziening, verhoogde ze de afhankelijkheid van buitenlandse hulp, onderwierp ze de gemeenschap aan prioriteiten die van buitenaf werden voorgeschreven, leidde ze tot misbruik van hulpgelden en verminderde ze de druk om beleidshervor-mingen door te voeren. Om een krachtig signaal tot verandering te geven hebben de Verenigde Naties ernaar gestreefd de mechanismes voor bijstand uit te breiden en steun los te weken voor armoedebestrijding door het vooropstellen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen.(2)

Nu erkent men in toenemende mate de achterstelling van meisjes en vrouwen(3), slecht bestuur(4), etnische en religieuze spanningen(5), vervuiling van het milieu(6) en werkloosheid(7) als belangrijke hinderpalen voor de vooruitgang en ontwikkeling van gemeenschappen. Zij wijzen op een diepere crisis – een crisis die zijn wortels heeft in de waarden en houdingen die bepalend zijn voor de relaties op elk niveau van de samenleving. Vanuit dit oogpunt kan armoede worden omschreven als de afwezigheid van die ethische, sociale en materiële middelen die nodig zijn om de morele, intellectuele en sociale mogelijkheden van individuen, gemeenschappen en instellingen te ontwikkelen. Moreel denken, besluitvormingsprocessen in overleg met alle partijen en het zich bevrijden van racisme zijn bijvoorbeeld alle belangrijke werktuigen bij armoedebestrij-ding. Dergelijke vaardigheden moeten zowel het individueel gedrag als de politieke instellingen en het beleid bepalen. Om het duidelijk te stellen, het doel dat voor ons ligt is niet alleen het uitroeien van het schandaal van armoede, maar het inschakelen van de mensheid als geheel in het opbouwen van een rechtvaardige wereldorde.

Individuen en organisaties moeten hand in hand werken om deze taak aan te kunnen. Vandaar dat één van de doelen van armoedebestrijding gericht moet zijn op het individu: hij/zij moet geholpen worden waardigheid en zelfbewustzijn te herwinnen, aangemoedigd worden te vertrouwen in de mogelijkheid zijn/haar situatie te verbeteren en ernaar te streven zijn/haar mogelijkheden te benutten. Boven het bereiken van persoonlijke welvaart moet het individu ertoe gebracht worden een bron van sociaal welzijn te worden – van vrede, geluk en voordeel voor hen die rond hem/haar leven. Dienstbaarheid aan anderen is de hoogste uitdrukking van ware menselijkheid. Een tweede doelstelling is gericht op de bestuursinstellingen: op elk niveau van de samenleving moeten zij kanalen zijn waardoor de talenten en de energie van individuen in dienst van de mensheid worden aangewend. Middelen die ertoe bijdragen deze vaardigheid bij individuen en instellingen te ontwikkelen vormen een ware bron van rijkdom voor de gemeenschap.

Net zoals in de materiële wereld bepaalde fysische wetten gelden, zijn voor het sociale weefsel morele principes bepalend. Zij vormen de basis voor de werking van een geordende samenleving. Principes zoals bijvoorbeeld gelijkheid van man en vrouw(8), rechtschapenheid(9) toegang tot onderwijs, mensenrechten en vrijheid van godsdienst en overtuiging(10) hebben een positieve invloed op socio-economische maatregelen die welvaart en stabiliteit bevorderen. De onderlinge afhankelijkheid van de uitdagingen die gepaard gaan met armoede vraagt het vaststellen van duidelijke principes die richting kunnen geven aan de analyse, de besluitvorming en de ontwikkeling van indicatoren om vooruitgang te meten. De wezenlijke verdienste van een principiële benadering is dat het individuen en gemeenschappen in staat stelt problemen van binnenuit en op lange termijn te bekijken in plaats van zich te richten op afzonderlijke noden op korte termijn. Wil een beslissing steun verwerven en resultaten geven moet het besluitvormingsproces zelf integer zijn. De onmiddellijk betrokkenen moeten inspraak hebben en het proces moet verlopen volgens doorzichtige ethische afspraken.

In dat verband biedt de Internationale Bahá'í Gemeenschap twee principes aan als leiddraad op het gebied van armoedebestrijding: rechtvaardigheid en eenheid. Achter deze principes schuilt een visie op ontwikkeling waarbij materiële ontwikkeling een middel is voor de morele en culturele vooruitgang van de mensheid. Rechtvaardigheid geeft ons de middelen om het menselijke te kunnen inzetten voor het uitroeien van armoede, door het instellen van wetten, het aanpassen van economische systemen, het herverdelen van rijkdom en ontwikkelingskansen, en het aanhouden van de hoogste ethische principes in het persoonlijk gedrag en het openbare leven. Eenheid verzekert dat de vooruitgang van binnenuit komt en relatievormend is, dat zorg voor de bescherming van de gezinsstructuur en van de lokale, nationale en wereldwijde gemeenschap de leidraad vormt bij inspanningen om armoede te verminderen.

Deel 2
Goed bestuur

Het voortduren van armoede legt een bijzondere verantwoordelijkheid bij de verkozen leiders van het volk en hun regeringen. Hoewel sommigen beweren dat armoede op zichzelf leidt tot slecht bestuur, zien we ook dikwijls een tegenovergestelde beweging: beter bestuur leidt tot betere ontwikkelingsresultaten(11). Centraal voor een goed bestuur is de vraag naar de karaktereigenschappen – de waarden die een leider uitdraagt bij de uitoefening van zijn functie bepalen in grote mate de richting en uitkomst van zijn werk. Rechtschapenheid is daarbij van het grootste belang, want het bevordert de geloofwaar-digheid in de publieke opinie en bij andere regeringsleiders, het bouwt vertrouwen op in regeringsmaatregelen en bevordert stabiliteit en veiligheid. Doeltreffend leiderschap eist niet alleen een onkreukbare persoonlijke ethiek, maar moet ook de ethische normen versterken van de economische, sociale, juridische en educatieve instellingen, de omvattende regelgeving verbeteren en schaarse hulpbronnen op een doelmatige wijze gebruiken. Wat betreft hun inkomen moeten deze leiders zich tevreden stellen met een gerechtigd en matig loon. Aangezien politiek meer en meer een globale dimensie heeft, moeten verkozen leiders blijk geven van de visie en moed om de nationale belangen geleidelijk aan op één lijn te brengen met de behoeften van een zich ontwikkelende wereldgemeenschap.

Rechtvaardigheid en mensenrechten

De inspanningen van de Verenigde Naties om de uitroeiing van armoede te verbinden met internationale normen van respect voor mensenrechten vormen een positieve stap in de richting van het op één lijn brengen van het werk van regeringen met het principe van rechtvaardigheid. Onze gemeenschappelijke erfenis van mensenrechtennormen, zoals de rechten van het individu en het gezin; de vrijheid om kennis te verwerven en te geloven; de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en tussen de verschillende rassen; het recht op werk en op onderwijs, bevat het waardevolste wat de mensheid op moreel gebied verwezenlijkt heeft. Deze universele rechten van de mens, die door de meeste regeringen van de wereld zijn erkend, moeten nu ingang vinden in de samenleving en de rechtscultuur en systematisch opgenomen worden in de nationale wetgevingen. Zij moeten vertaald worden in alle talen en toegankelijk gemaakt worden via de media en het onderwijs. Op die manier kunnen de mensenrechtennormen in de plaats komen van gebrekkige rechtssystemen gekenmerkt door een onderdrukkende en willekeurige toepassing van wetten die opgelegd worden aan mensen die hun rechten niet kennen en niet in staat zijn hun noden kenbaar te maken.

Individuele verantwoordelijkheid

Een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de uitroeiing van armoede ligt bij het individu zelf. Hoewel armoede het gevolg is van verscheidene factoren, historische, economische, politieke en klimatologische, bestaat er ook een culturele dimensie, die bepalend is voor individuele waarden en houdingen. Soms kunnen deze de armoedeval vergroten - zoals in het geval van de minderwaardigheid van meisjes en vrouwen, het onbelangrijk achten van onderwijs, of minachting voor het individueel recht op vooruitgang. Andere menselijke eigenschappen zoals eerlijkheid, arbeidswil en samenwerking kunnen ingezet worden om veeleisende doelen te bereiken indien de leden van de gemeenschap ervan overtuigd zijn dat ze rechtvaardig worden behandeld en er zeker van zijn dat de winst aan allen op gelijke wijze ten goede zal komen. Het is echter een hele uitdaging de mensenrechtenbenadering, met zijn klemtoon op bepaalde rechten voor elk individu, ingang te doen vinden zonder een ondersteunende morele invloed die aanspoort tot de nodige veranderingen in houding en gedrag.

Man / vrouw verhouding

De gelijkwaardigheid van man en vrouw is daarvan een voorbeeld: de laatste twintig jaar hebben landen in internationale bijeenkomsten herhaaldelijk de belangrijke rol van vrouwen onderstreept voor het bereiken van ontwikkelingsdoelstellingen; biologie en sociologie hebben aan discriminatie elke wetenschappelijke basis ontnomen; de meeste landen hebben wetten aangenomen die vrouwen dezelfde kansen geven als mannen; verdragen werden ondertekend en aangenomen; nieuwe maatregelen en indicatoren werden ontwikkeld. Toch is de deelname van vrouwen op gebieden als recht, politiek, wetenschap, handel en godsdienst, om er maar enkele op te noemen, nog steeds zeer ondermaats. In streken waar vrouwen toegang krijgen tot onderwijs, werk, en mogelijkheden tot zelfstandig ondernemen, kunnen verregaande effecten vastgesteld worden op vele niveaus: op gezinsniveau leidt het tot een gelijkmatiger verdeling van voedsel, financiële middelen en gezondheidszorg tussen meisjes en jongens; kinderen bereiken een hogere graad van scholing; lagere vruchtbaarheidscijfers leiden tot een betere economische toestand en gezondere zwangerschap; en het publieke debat richt zich op nieuwe aandachtspunten. Men heeft aangetoond dat alleen al het feit dat vrouwen kunnen lezen en schrijven een belangrijker rol speelt in het bevorderen van sociaal welzijn dan het algemeen niveau van rijkdom in de samenleving(12). Het welzijn van hele gezinnen verandert ingrijpend wanneer de economische en sociale omstandigheden en de normen van de gemeenschap gunstig zijn voor de vooruitgang van vrouwen. Maar voor de geleidelijke verandering van normen is meer nodig dan wettelijke maatregelen: het vereist een fundamentele verandering van opinie over de rol van mannen en vrouwen en de moed om traditionele rolpatronen aan te vechten.

Economische activiteit

Armoede wordt onmiskenbaar in stand gehouden door een wisselwerking tussen sociale en materiële factoren. Deze interactie bepaalt welk profijt de samenleving kan halen uit materiële middelen, of deze materiële middelen in de handen van enkelen geconcentreerd zijn of gelijkmatig verdeeld, of zij de samenleving als geheel ten goede komen dan wel schade toebrengen. Op dit ogenblik is een groot deel van de economische activiteit en de wijze waarop deze georganiseerd is, in strijd met duurzaamheid voor het milieu, de vooruitgang van vrouwen, het welzijn van gezinnen, de inschakeling van jonge mensen, de beschikbaarheid van arbeid en de uitbreiding van kennis. De militaire uitgaven in de wereld van meer dan 1 triljoen dollar(13) en de handel in verboden drugs die goed is voor een bedrag van meer dan 300 biljoen dollar(14) overschrijden in ruime mate het geschatte bedrag dat nodig is om de wereldwijde ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties te verwezenlijken op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, duurzaamheid, en de vooruitgang van vrouwen. Economische theorieën gebaseerd op een onpersoonlijke marktwerking, die het individueel handelen uit eigenbelang bevordert, hebben de mensheid niet geholpen te ontsnappen aan de uitersten van extreme armoede aan de ene en overconsumptie aan de andere kant. Nieuwe economische theorieën voor deze tijd moeten gedragen worden door drijfveren die het winstmotief overstijgen. Zij moeten uitgaan van de menselijke en relationele dimensie van elke economische activiteit, die ons samenhoudt als gezin, gemeenschap en als burgers van één wereld. Ze moeten blijk geven van een vernieuwende geest in plaats van verder te gaan op platgetreden wegen, verheffing nastreven in plaats van uitbuiting, en rekening houden met de volledige en vastberaden deelname van vrouwen.

Extreme rijkdom

Economische beschouwingen bij inspanningen om armoede te verminderen hebben vooral aandacht geschonken aan het scheppen van rijkdom maar zich nooit ten volle rekenschap gegeven van het parallelle probleem van de te grote concentratie van die rijkdom. In een onderling verbonden wereld, waar de rijkdom van veel van ‘s werelds rijkste personen groter is dan het BNP van complete landen, bestaan de uitersten van extreme armoede en rijkdom naast elkaar. Terwijl veel inspanningen om het probleem op te lossen gericht zijn op de armen, is het de concentratie van rijkdom in de handen van enkelen die dringend aandacht moet krijgen. De enorme rijkdom die opgewekt wordt door multinationale ondernemingen zou een integraal deel kunnen vormen van de oplossing om armoede te bestrijden, door middel van strikte regulering in het kader van goed wereldburgerschap, die de naleving verzekert van de mensenrechten en de verdeling van de rijkdom ten voordele van brede lagen van de samenleving. De rijkdom van een staat moet niet gemeten worden aan het bruto inkomen in dollars, maar aan de sociale waarde. Het BNP omvat bijvoorbeeld de totale som van alle economische activiteiten - ook de productie van wapens, sigaretten enz. - onafhankelijk van hun waarde voor de gemeenschap of hun impact op het milieu. Nieuwe maatstaven die rekening houden met milieuschade en economische misgroei en die niet gemeten voordelen en onbetaalde inzet toevoegen zijn nodig om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de economische gezondheid en rijkdom van een land(16).

Duurzame ontwikkeling

Algemeen wordt erkend dat de economische voorspoed zeer ten koste van onze natuurlijke rijkdommen gaat(17). Het is zo dat geen enkele industriële mogendheid zich heeft ontwikkeld zonder ernstige schade aan het milieu, waarbij ze niet alleen de veiligheid en welvaart van haar eigen bevolkingen in gevaar bracht maar ook die van zich nog ontwikkelende naties. Het paradigma van noodzakelijke economische groei uit nationaal belang ten koste van sociale- en milieuwaarden en internationale rechtvaardigheid staat onder toenemende druk. Uitdagende ethische vragen betreffende verdeling van middelen en verantwoordelijkheid voor schade dwingen regeringen ertoe institutionele mechanismes te ontwikkelen en een beleid te voeren dat rekening houdt met de welvaart en gezondheid van de hele mensheid en van toekomstige generaties. Op organisatorisch vlak is er behoefte aan een wereldomvattend raadgevend instituut met een sterke wetenschappelijke onderbouw, dat zorg draagt voor het stroomlijnen van het evaluatie- en besluitvormingsproces en waarin ook de niet gouvernementele organisaties betrokken zijn. Het moet op samenhangende wijze milieuvraagstukken verbinden met sociale en economische prioriteiten, want vooruitgang op één van deze terreinen afzonderlijk is niet mogelijk(18). Op onderwijsgebied moeten de leerplannen de verantwoordelijkheidszin voor het milieu ontwikkelen en een geest van onderzoek en vernieuwing bevorderen, zodat de diversiteit van menselijke ervaringen de uitdaging aan kan gaan om een weg voor duurzame milieuontwikkeling te ontwerpen.

Landbouw

Een sleutelelement in een strategie voor duurzame ontwikkeling is de hervorming van de landbouwpolitiek en -organisatie. Voedselproductie en landbouw zijn de grootste bron van werk in de wereld; ongeveer 70% van de armen in ontwikkelingslanden leven in landelijke gebieden en zijn afhankelijk van de landbouw voor hun levensonderhoud(19). Hoewel landarbeid minder belangrijk is geworden door industrialisering en een snel groeiende stedelijke bevolking, blijft landbouw nog steeds de basis van het economische en sociale leven: ondervoeding en voedselonzekerheid verstikken elke poging tot ontwikkeling en vooruitgang. Maar ondanks deze centrale betekenis, blijkt dat armoede vaak geconcentreerd is in landelijke gebieden. Uitputting van de natuurlijke rijkdommen, en gebrek aan informatie en infrastructuur hebben dikwijls voedselonzekerheid tot gevolg, leiden tot kindersterfte en veroorzaken massale emigratie naar de steden, op zoek naar een beter leven. De landbouwer moet zijn of haar rechtmatige plaats krijgen in het proces van ontwikkeling en opbouw van de beschaving: als de dorpen weer opgebouwd worden, zullen de steden volgen.

Werkgelegenheid

Het aanbieden van zinvol werk vormt een essentieel onderdeel van elk armoede-bestrijdingsplan. Het zinvol betrekken van een generatie jongeren is een nog nijpender probleem onder een sterk groeiende stedelijke bevolking, met zich uitbreidende sloppenwijken, stijgende misdaadcijfers, druggebruik en werkloosheid, gepaard aan verlies van familieverbanden en sociale isolatie. Vandaag maken jongeren tussen 15 en 29 jaar bijna de helft uit van de volwassen bevolking in 100 economisch minder ontwikkelde landen(20). Gebrek aan zinvol werk leidt tot hopeloosheid en frustratie. Daarbij moeten we niet alleen de grootte van het werkaanbod beschouwen, maar ook de kwaliteit en zinvolheid ervan. Of het nu gaat om het bewerken van grond of het verkopen van goederen, werk mag nooit beperkt worden tot een middel om meer rijkdom te verwerven of beschouwd worden als een waardeloze productiekost. Iemands werk is een middel om zijn bekwaamheid te vergroten, zijn karakter te verbeteren en bij te dragen aan het welzijn en de vooruitgang van de samenleving. Daarom moet de strijd tegen het gebrek aan werkgelegenheid beginnen bij de waardigheid en waardering van alle menselijke arbeid, hoe nederig en onzeker ze ook is, en al gaat het om onrendabel of onbetaald werk.

Kennis

Voor een betekenisvolle deelname aan het bevorderen van de vooruitgang van een samenleving en de hogere doelen van beschaving is het bolwerk van het onderwijs noodzakelijk. Hoewel veel armoedebestrijdingprogramma’s aandacht hebben besteed aan een betere deelname aan basis- en middelbaar onderwijs, moeten we ook duidelijk een doel stellen op langere termijn: namelijk het organiseren van een samenleving waarin het produceren, verspreiden en de toepassen van kennis in alle aspecten van menselijke activiteit is doorgedrongen. Daarvoor zijn ingrepen nodig op talrijke gebieden zoals een kinderopvoeding die de leergierigheid bevordert; gelijke onderwijskansen voor meisjes en jongens; ontwikkeling van onafhankelijke media; vertaling van teksten uit andere culturen en het bevorderen van vernieuwing en wetenschappelijk onderzoek. Om vrij innovatieve ideeën te kunnen invoeren en oplossingen te ontwikkelen voor ingewikkelde problemen moet de menselijke geest in vrijheid kennis kunnen verwerven.

De spirituele dimensie

De kennis die we nu nodig hebben om de inspanningen voor armoedebestrijding te leiden moet zowel een antwoord kunnen bieden op het gebrek aan middelen als op het gebrek aan spiritueel inzicht. We moeten er zeker van uitgaan dat materiële middelen noodzakelijk zijn, maar zij kunnen op zich geen visie op de volle inhoud van menselijk welzijn voortbrengen; zij bieden geen antwoord op de fundamentele vragen over de menselijke natuur of het doel van ons leven. En het allerbelangrijkste is het feit dat materiële en technische veranderingen alléén niet in staat zijn de fundamentele omkering in het menselijk karakter te bewerken die nodig is om het vernietigende gedrag dat tot de huidige toestand heeft geleid te overwinnen. Zij zullen de menselijke wil niet opwekken en ondersteunen om steeds te volharden, te streven naar uitmuntendheid, nederig de ander te dienen, nieuwe ideeën te ontwikkelen, kennis na te streven, schoonheid te cultiveren en te ijveren voor het welzijn van de hele mensheid. De spirituele dimensie en haar uitdrukking in de godsdiensten van de wereld te betrekken bij dit proces houdt geen terugkeer in naar bijgeloof of fanatisme en betekent op geen enkele wijze het ontkennen van de noodzaak tot rationeel onderzoek. Het gaat erom zowel de erkenning van alle dimensies van de menselijke ervaring als de vaststelling dat armoede zich zowel in het materiële als het spirituele leven van mensen voordoet, te integreren in inspanningen om armoede te verminderen.

Bij onze inspanningen om armoede uit te roeien ervaren we niets minder dan de groeipijnen van een waarlijk wereldomvattende beschaving: nieuwe denkpatronen, nieuwe normen en nieuwe wettelijke regels en instellingen komen met moeite tot stand. Zodra wij de problemen en hun mogelijke oplossingen beter begrijpen, zal een ongekende wereldwijde consensus en de daarmee gepaard gaande capaciteit voor internationale samenwerking de weg bereiden voor resultaten die groter zijn dan we ooit hebben kunnen bereiken. Maar om de kennis en vastberadenheid op te wekken om armoede te overwinnen zullen we een beroep moeten doen op het hele veld van menselijke, spirituele en intellectuele mogelijkheden. Wanneer de mensheid in haar totaliteit betrokken is zal ze het weefsel van beschaving kunnen vernieuwen.

Referenties

Easterly, William. The White Man’s Burden: Why the West’s Efforts to Aid the Rest have done so Much Ill and so Little Good. The Penguin Press: New York, 2006

De Millenniumdoelen van de Verenigde Naties, gelanceerd in 2000, bevatten de VN-strategie om armoede te halveren tegen 2015. De acht tijdsgebonden doelstellingen zijn: de grootste honger en armoede uitbannen; lager onderwijs voor iedereen; bevorderen van gelijke behandeling van mannen en vrouwen; kindersterfte verminderen; gezondheid van moeders verbeteren; strijd leveren tegen hiv/aids, malaria en andere ziekten; actief werken aan een duurzaam milieu; werken aan een mondiaal partnerschap voor ontwikkeling.

Mason, Andrew D. and Elisabeth M. King. Engendering Development through Gender Equality in Rights, Resources, and Voice. Een onderzoeksrapport van de Wereldbank. World Bank: Washington DC, 2001; Towards Achieving Gender Equality and Empowering Women. International Center in Research for Women: Washington DC, 2005; Chen, M. et al. Progress of the World’s Women 2005: Women, Work & Poverty. United Nations Fund for Women: New York, 2005

Kaufmann, Daniel, Aart Kraay and Massimo Mastruzzi. Governance Matters IV: Governance Indicators for 1996-2004. World Bank: Washington DC, 2005; Arab Human Development Report 2004: Towards Freedom in the Arab World. United Nations Development Programme: New York, 2004; Op 17 september 2007 maakte het United Nations News Centre bekend dat één vierde van het BNP van Afrikaanse staten, of ongeveer 148 biljoen dollar, jaarlijks verloren gaat door corruptie.

Human Development Report 2004. Cultural Liberty in Today’s Diverse World. United Nations Development Programme: New York, 2004.

Stern, Nicholas. Stern Review: The Economics of Climate Change. H.M. Treasury, London, 2006.

World Employment Report 2004-2005. Employment, Productivity and Poverty Reduction. International Labor organization: Geneva, 2004.

Zie noot 3
Zie noot 4.

“The Failed States Index”, Foreign Policy, July/August 2007, 55-63.

Zie noot 2.

Sen, Amartya. Development as Freedom. Anchor: New York, 2000.

United Nations Peacekeeping Operations Background Note. United Nations Department of Public Information: New York, 30 november 2005 (Dollar bedragen in 2005 US dollars).

World Drug Report 2007. United Nations Office on Drugs and Crime: New York, 2007.

De VN gaan ervan uit dat de kostprijs voor het bereiken van de millennium ontwikkelings-doelstellingen in alle landen ongeveer 121$ biljoen bedraagt in 2006, en zal oplopen tot 189$ biljoen in 2015. (VN Millennium Project 2005. Investing in Development: A Practical Plan to Achieve the Millennium Development Goals. Overview. United Nations Development Programme: New York, 2005).

Verschillende wetenschappers onderzoeken alternatieve manieren om de nationale welvaart te meten. De “Genuine Progress Indicator” (GPI) is één van deze alternatieven. In tegenstelling tot de gebruikelijke maat van het Bruto Nationaal Product (BNP), tracht de GPI verminderingen in te brengen voor milieuvervuiling en economische wanverhoudingen en voorheen niet verrekende voordelen (zoals huishoudelijk werk en ouderschap) mee te tellen om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de welvaart van een land. Voor 2002 (het meest recente jaar waarvoor GPI-cijfers beschikbaar zijn) heeft de in de VS gevestigde niet-gouvernementele organisatie Redefining Progress berekend dat tussen 1972 en 2002, toen het BNP groeide met 79%, het GPI slechts met 1% was toegenomen (Jason Venetoulis and Cliff Cobb. The Genuine Progress Indicator 1950-2002(2004 Update). Redefining Progress: Oakland, CA, 2004).

Verslagen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (opgericht in 1988 door de World Metereological Organisation en het VN Milieu Programma) worden veelvuldig geciteerd in debatten over klimaatverandering. De meest recente rapporten onder de titel, Climate Change 2007, omvatten: The Physical Science Basis; Impacts, Adaptation and Vulnerability; and Mitigation of Climate Change; en zijn verschenen bij Cambridge University Press, 2007.

Op nationaal vlak moeten de uitgebreide rapportageverplichtingen gestroomlijnd worden en samengebracht, zodat landen in staat zijn op een efficiënte en samenhangende wijze aan hun verplichtingen te voldoen .

Dixon, John, Aidan Gulliver and David Gibbon. Farming Systems and Poverty: improving farmers’ livelihoods in a changing world. Een gezamenlijke studie van de Food and Agriculture Organisation van de Verenigde Naties en de Wereldbank: Rome en Washington DC, 2001. URL: ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/003/yi86oeoo.pdf

World Watch Institute, Vital Signs 2007-2008. W.W.Norton & Company Inc., New York, 2006.


Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :