Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by 2 Bahá'u'lláh

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh
De Kitáb-i-Aqdas - Noot
De Kitáb-i-Aqdas - Vragen en antwoorden
De Kitáb-i-Aqdas
Kitáb-i-Ahd (Boek van het Verbond)
Kitáb-i-Iqán (Boek van Zekerheid)
Verborgen Woorden
Zeven Valleien
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








2 Bahá'u'lláh : De Kitáb-i-Aqdas - Vragen en antwoorden
De Kitáb-i-Aqdas - Vragen en antwoorden
1. VRAAG: Betreffende het Allergrootste Feest.

ANTWOORD: Het Allergrootste Feest vangt aan in de namiddag van de dertiende dag van de tweede maand van het jaar volgens de Bayán. Op de eerste, negende en twaalfde dag van dit Feest is het verboden te werken.

2. VRAAG: Betreffende het Feest van de twee opeenvolgende Geboortedagen.

ANTWOORD: De Abhá Schoonheid werd geboren bij het ochtendgloren op de tweede dag van de maand Muharram ; de eerste dag hiervan is de Geboortedag van Zijn Heraut. Deze twee dagen worden in Gods ogen als één dag beschouwd.

3. VRAAG: Betreffende de Huwelijksverzen.

ANTWOORD: Voor mannen: "Wij zullen waarlijk allen verblijven bij de wil van God." Voor vrouwen: "Wij zullen waarlijk allen verblijven bij de wil van God."

4. VRAAG: Mocht een man op reis gaan zonder het tijdstip van zijn terugkomst precies te vermelden - met andere woorden zonder de periode waarin hij verwacht afwezig te zijn, aan te geven - en mocht er daarna niets meer van hem vernomen worden, en elk spoor van hem doodlopen, welke weg moet dan door zijn vrouw bewandeld worden?

ANTWOORD: Mocht hij, ofschoon hij op de hoogte was van de bepaling in de Kitáb-i-Aqdas aangaande dit punt, verzuimd hebben een tijdstip voor zijn terugkeer vast te stellen, dan moet zijn vrouw een heel jaar wachten, waarna ze vrij zal zijn ofwel de weg te bewandelen die prijzenswaardig is, of een andere man te kiezen. Als hij echter niet op de hoogte was van deze bepaling, dan moet zij geduldig wachten tot het tijdstip waarop het God zal behagen haar te onthullen wat zijn lot is. Met de weg die prijzenswaardig is wordt in dit verband bedoeld het oefenen van geduld.

5. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "Toen Wij het misbaar van de nog niet geboren kinderen vernamen, hebben Wij hun aandeel verdubbeld en dat van de rest verminderd."

ANTWOORD: Volgens het Boek van God wordt de nalatenschap van de overledene verdeeld in 2520 delen, het getal dat het kleinste gemene veelvoud is van alle getallen tot negen, en deze delen worden daarna in zeven erfdelen verdeeld, waarvan elk erfdeel, zoals in het Boek wordt vermeld, aan een bepaalde categorie erfgenamen wordt toegekend. Aan de kinderen worden bijvoorbeeld negen blokken van 60 delen toegewezen, die in totaal 540 delen omvatten. De betekenis van de uitspraak "Wij hebben hun aandeel verdubbeld" is dus dat de kinderen nog eens negen blokken van 60 delen ontvangen, waardoor ze alles bij elkaar genomen recht hebben op totaal 18 blokken. De extra delen die ze ontvangen worden afgetrokken van het erfdeel van de andere categorieën erfgenamen, zodat - hoewel bijvoorbeeld geopenbaard is dat de huwelijkspartner recht heeft op "acht gedeeltes die vierhonderdtachtig delen omvatten", hetgeen gelijk is aan acht blokken van 60 delen - er nu vanwege deze herverdeling anderhalf blok van in totaal 90 delen is afgetrokken van het erfdeel van de huwelijkspartner en is toegewezen aan de kinderen; en dit geldt eveneens voor de anderen. Het resultaat is dat het totale bedrag dat afgetrokken wordt gelijk is aan de negen extra blokken van de aan de kinderen toegewezen delen.

6. VRAAG: Is het noodzakelijk dat de broer, om in aanmerking te komen voorzijn erfdeel van de erfenis, afstamt van zowel de vader als de moeder van de overledene, of is het voldoende dat er slechts één gemeenschappelijke ouder is?

ANTWOORD: Als de broer afstamt van de vader zal hij zijn aandeel van de erfenis ontvangen volgens het voorgeschreven bedrag zoals dat in het Boek is opgetekend; maar als hij afstamt van de moeder zal hij slechts tweederde van zijn bedrag ontvangen, terwijl het overige derde deel vervalt aan het Huis van Gerechtigheid. Deze regel is ook van toepassing op de zuster.

7. VRAAG: Bij de bepalingen betreffende de nalatenschap is vastgelegd dat,indien de overledene geen nakomelingen achterlaat, hun deel van de nalatenschap moet vervallen aan het Huis van Gerechtigheid.Ingeval andere categorieën erfgenamen zoals de vader, moeder,broer, zuster en leraar eveneens ontbreken, komt hun deel van de nalatenschap dan ook toe aan het Huis van Gerechtigheid, of wordt dit op een andere manier afgehandeld?

ANTWOORD: Het heilige vers is voldoende. Hij zegt, verheven zij Zijn Woord: "Mocht de overledene geen nakomelingen achterlaten, dan komt hun aandeel toe aan het Huis van Gerechtigheid" enzovoorts, en "Mocht de overledene wel nakomelingen achterlaten, maar geen van de andere categorieën erfgenamen die in het Boek zijn omschreven, dan ontvangen zij tweederde van de erfenis en vervalt het resterende derde deel aan het Huis van Gerechtigheid" enzovoorts. Met andere woorden, waar geen nakomelingen zijn, vervalt het hun toegewezen deel van de erfenis aan het Huis van Gerechtigheid; en waar nakomelingen zijn maar de andere categorieën erfgenamen ontbreken, wordt tweederde van de nalatenschap vermaakt aan de nakomelingen, het resterende derde deel komt toe aan het Huis van Gerechtigheid. Deze regel wordt zowel algemeen als specifiek toegepast, dat wil zeggen dat wanneer er een categorie van deze laatste klasse erfgenamen ontbreekt, tweederde van hun nalatenschap vermaakt wordt aan de nakomelingen en het resterende derde deel aan het Huis van Gerechtigheid.

8. VRAAG: Betreffende het basisbedrag waarover Huqúqu'lláh betaald moet worden.

ANTWOORD: Het basisbedrag waarover Huqúqu'lláh betaald moet worden is negentien mithqál goud. Met andere woorden, wanneer geld ter waarde van dit bedrag verkregen is, moet Huqúq betaald worden. Eveneens moet Huqúq betaald worden wanneer de waarde, niet het aantal, van andere vormen van bezit het voorgeschreven bedrag bereikt. Huqúqu'lláh hoeft niet vaker dan éénmaal betaald te worden. Wanneer bijvoorbeeld iemand duizend mithqál goud verkregen heeft en de Huqúq betaalt, hoeft hij geen verdere betaling van deze aard over dit bedrag te doen, maar alleen over wat er door handel, zaken en dergelijke bijgekomen is. Wanneer deze toename, namelijk de behaalde winst, het voorgeschreven bedrag bereikt, moet men uitvoeren wat God bevolen heeft. Pas wanneer het kapitaal in andere handen overgaat moet er, zoals de eerste keer, opnieuw Huqúq over betaald worden. Het Eerste Punt heeft opdracht gegeven dat Huqúqu'lláh betaald moet worden over de waarde van alles wat men bezit; nochtans hebben Wij in deze Machtigste Beschikking datgene waarmee de woning is ingericht, dat wil zeggen dat wat noodzakelijk is, en de woning zelf, uitgesloten.

9. VRAAG: Wat moet voorrang hebben: de Huqúqu'lláh, de schuld van de overledene of de kosten van de rouwplechtigheid en teraardebestelling?

ANTWOORD: De rouwplechtigheid en teraardebestelling hebben voorrang, daarna het betalen van schulden en dan de betaling van Huqúqu'lláh. Mocht het bezit van de overledene ontoereikend blijken om zijn schulden te betalen, dan moet de rest van zijn nalatenschap over deze schulden worden verdeeld naar verhouding tot de grootte van elke schuld.

10. VRAAG: Het hoofd kaalscheren is verboden in de Kitáb-i-Aqdas maar verplicht in de Súriy-i-Hajj.

ANTWOORD: Allen moeten gehoorzamen aan de Kitáb-i-Aqdas; al wat daarin onthuld is, is de Wet van God onder Zijn dienaren. Het gebod dat pelgrims die het heilige Huis bezoeken hun hoofd kaal moeten scheren is opgeheven.

11. VRAAG: Als een echtpaar tijdens het jaar van geduld gemeenschap heeft,en zij vervreemden daarna weer van elkaar, moeten zij dan hunjaar van geduld opnieuw beginnen, of mogen de dagen vóór de gemeenschap bij de bepaling van het jaar meegerekend worden?En wanneer de scheiding eenmaal plaatsgevonden heeft, is het dan noodzakelijk dat een verdere wachttijd in acht genomen wordt?

ANTWOORD: Mocht de genegenheid tussen het echtpaar gedurende het jaar van geduld hernieuwd worden, dan is de huwelijksband geldig, en moet datgene wat in het Boek van God geboden is, in acht genomen worden; maar als het jaar van geduld eenmaal voltooid is en datgene wat door God bevolen is vindt plaats, dan is een verdere wachttijd niet vereist. Seksuele gemeenschap tussen man en vrouw is tijdens het jaar van geduld verboden, en degenen die deze handeling plegen moeten Gods vergeving zoeken en als straf een boete van negentien mithqál goud aan het Huis van Gerechtigheid geven.

12. VRAAG: Mocht zich antipathie ontwikkelen tussen een echtpaar nadat de Huwelijksverzen gelezen zijn en het bruidsgeschenk betaald is, mogen zij dan scheiden zonder dat het jaar van geduld in achtgenomen wordt?

ANTWOORD: Een scheiding kan op wettige wijze aangevraagd worden na het lezen van de Huwelijksverzen en betaling van het bruidsgeschenk, maar vóór de eerste geslachtsgemeenschap. In zulke omstandigheden is het niet nodig een jaar van geduld in acht te nemen, maar terugvordering van het bruidsgeschenk is niet toegestaan.

13. VRAAG: Is de toestemming van de ouders van beide kanten een noodzakelijke voorwaarde voor een huwelijk, of is die van de ouders van één kant voldoende? Is deze wet alleen van toepassing op maagden of ook op anderen?

ANTWOORD: Een huwelijk is afhankelijk van de toestemming van de ouders van beide huwelijkspartners, en in dit opzicht maakt het geen verschil of de bruid maagd is of niet.

14. VRAAG: De gelovigen zijn verplicht hun gezicht in de richting van de Qiblih te keren wanneer zij hun Verplichte Gebeden reciteren; in welke richting moeten zij zich keren wanneer zij andere gebeden zeggen?

ANTWOORD: Het is een onveranderlijk vereiste om zich voor het reciteren van verplichte gebeden in de richting van de Qiblih te keren, maar voor andere gebeden mag men navolgen wat de genadige Heer in de Qur'án heeft geopenbaard: "Waarheen gij u ook wendt, daar is Gods aangezicht."

15. VRAAG: Betreffende het gedenken van God in de Mashriqu'l-Adhkár "bij het aanbreken van de dag".

ANTWOORD: Hoewel de woorden "bij het aanbreken van de dag" gebruikt worden in het Boek van God, is het God gedenken voor Hem aanvaardbaar bij het vroegste ochtendgloren, tussen het ochtendgloren en zonsopgang, of zelfs tot twee uur na zonsopgang.

16. VRAAG: Is de verordening dat het lichaam van de overledene geen grotere afstand dan één uur reizen vervoerd mag worden van toepassing opvervoer zowel over land als over zee?

ANTWOORD: Dit gebod is van toepassing op afstanden zowel over zee als over land, of het nu een uur per stoomschip is of per trein; de bedoeling is de tijdsspanne van een uur, ongeacht het vervoermiddel. Hoe spoediger de begrafenis echter plaatsvindt, des te passender en aanvaardbaarder zal het zijn.

17. VRAAG: Wat dient men te doen met gevonden voorwerpen?

ANTWOORD: Als zulk een voorwerp in de stad gevonden wordt, moet het vinden daarvan eenmaal door de stadsomroeper aangekondigd worden. Als de eigenaar van het voorwerp dan gevonden wordt, moet het aan hem teruggegeven worden. Anders moet de vinder van het voorwerp een jaar wachten, en als tijdens deze periode aan het licht komt wie de eigenaar is, moet de vinder van hem de vergoeding voor de stadsomroeper ontvangen en hem zijn eigendom teruggeven; alleen als het jaar voorbijgaat zonder dat vastgesteld wordt wie de eigenaar is, mag de vinder zich het voorwerp toe-eigenen. Als de waarde van het voorwerp minder is dan of gelijk aan de vergoeding voor de stadsomroeper, dan moet de vinder één dag vanaf het tijdstip van de vondst wachten, en mag hij aan het eind van die dag, als niet duidelijk is geworden wie de eigenaar is, zich het voorwerp toe-eigenen; en ingeval het voorwerp in een onbewoond gebied gevonden wordt, moet de vinder een wachttijd van drie dagen in acht nemen, en als deze tijd voorbij is en de identiteit van de eigenaar onbekend blijft, dan is hij vrij zijn vondst in bezit te nemen.

18. VRAAG: Met betrekking tot de abluties: als iemand bijvoorbeeld net een bad genomen heeft, moet hij dan toch zijn abluties verrichten?

ANTWOORD: Het gebod betreffende abluties moet in alle gevallen in acht genomen worden.

19. VRAAG: Mocht iemand van plan zijn te emigreren, en zijn vrouw is het daarmee oneens en het meningsverschil loopt uit op een echtscheiding, en mochten zijn voorbereidingen voor de reislanger dan een jaar duren, mag deze periode dan gerekend worden als het jaar van geduld, of moet de dag waarop het echtpaar uit elkaar gaat beschouwd worden als het beginpunt van dat jaar?

ANTWOORD: Het beginpunt voor de berekening is de dag waarop het echtpaar uit elkaar gaat; als zij derhalve een jaar gescheiden geleefd hebben vóór het vertrek van de man, en als de geur van genegenheid tussen het echtpaar niet hernieuwd is, kan echtscheiding plaatsvinden. Anders moet het jaar worden gerekend vanaf de dag van zijn vertrek, en moeten de voorwaarden die in de Kitáb-i-Aqdas zijn uiteengezet in acht worden genomen.

20. VRAAG: Betreffende het begin van de volwassenheid met betrekking tot godsdienstige verplichtingen.

ANTWOORD: De volwassenheid begint bij mannen en vrouwen op de leeftijd van vijftien jaar.

21. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "Wanneer gij op reis zijt en stopt opeen veilige plaats om te rusten, verricht dan ... één prosternatie voor elk niet gezegd Verplicht Gebed..."

ANTWOORD: Deze prosternatie is ter compensatie van verplichte gebeden die tijdens het reizen en vanwege onveilige omstandigheden overgeslagen zijn. Als het tijd is om te bidden en de reiziger vindt rust op een veilige plaats, moet hij dat gebed verrichten. Deze bepaling betreffende de compenserende prosternatie is zowel thuis als op reis van toepassing.

22. VRAAG: Betreffende de precisering van een reis.

ANTWOORD: De duur van een reis is gesteld op negen klokuren. Als de reiziger op een bepaalde plaats stopt en verwacht dat hij daar niet korter zal blijven dan een maand naar de tijdrekening van de Bayán, is hij verplicht de Vasten te houden; maar is het minder dan een maand, dan is hij van het vasten vrijgesteld. Als hij tijdens de Vasten aankomt op een plaats waar hij een maand naar de tijdrekening van de Bayán verwacht te blijven, moet hij niet vasten tot drie dagen verstreken zijn, daarna moet hij zich er voor de resterende periode aan houden; maar als hij thuiskomt op de plaats waar hij daarvoor ook een vaste verblijfplaats had, moet hij op de eerste dag na zijn aankomst beginnen met vasten.

23. VRAAG: Betreffende het straffen van de overspelige man en vrouw.

ANTWOORD: Voor de eerste overtreding moet negen mithqál betaald worden, voor de tweede achttien, voor de derde zesendertig, enzovoorts, waarbij iedere volgende boete het dubbele bedraagt van de vorige. Het gewicht van een mithqál is gelijk aan negentien nakhud overeenkomstig de specificatie in de Bayán.

24. VRAAG: Betreffende het jagen.

ANTWOORD: Hij zegt, verheven zij Hij: "Indien gij met roofdieren of roofvogels jaagt" enzovoorts. Andere middelen zoals pijl en boog, geweren en soortgelijke benodigdheden die bij het jagen worden gebruikt, zijn daarbij inbegrepen. Als er echter vallen of strikken worden gebruikt en het wild sterft voordat men het kan bereiken, is het in strijd met de wet om het voor consumptie te gebruiken.

25. VRAAG: Betreffende de pelgrimsreis.

ANTWOORD: Het is verplicht om een pelgrimsreis naar één van de twee heilige Huizen te maken; maar de pelgrim mag zelf bepalen naar welk Huis.

26. VRAAG: Betreffende het bruidsgeschenk.

ANTWOORD: Wat betreft het bruidsgeschenk is het de bedoeling zich tevreden te stellen met het laagste bedrag, dat is negentien mithqál zilver.

27. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "Indien haar echter het nieuws bereikt dat haar echtgenoot is omgekomen," enzovoorts.

ANTWOORD: Met betrekking tot het wachten gedurende een "vastgesteld aantal maanden" wordt een periode van negen maanden bedoeld.

28. VRAAG: Opnieuw is er geïnformeerd naar het erfdeel van de leraar.

ANTWOORD: Mocht de leraar gestorven zijn, dan vervalt eenderde van zijn erfdeel aan het Huis van Gerechtigheid, en het overige tweederde deel vervalt aan de nakomelingen van de overledene, niet aan die van de leraar.

29. VRAAG: Er zijn weer vragen gesteld over de pelgrimsreis.

ANTWOORD: Met de pelgrimsreis naar het heilige Huis, die aan mannen is opgelegd, wordt bedoeld zowel het Allergrootste Huis in Baghdád als het Huis van het Eerste Punt in Shíráz; een pelgrimsreis naar één van deze twee Huizen volstaat. Zij mogen derhalve de pelgrimsreis maken naar die plaats die het dichtst gelegen is bij de plaats waar zij wonen.

30. VRAAG: Betreffende het vers: "hij die een dienstbode in dienst wil nemen mag dit op welvoeglijke wijze doen".

ANTWOORD: Dit geldt alleen voor diensten die door elke groep bedienden, jong of oud, tegen loon worden verricht; zulk een dienstbode is vrij een echtgenoot te kiezen wanneer zij verkiest, want het is zowel verboden dat vrouwen gekocht worden, als dat een man meer dan twee vrouwen heeft.

31. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "De Heer heeft ... het gebruikverboden waartoe gij voorheen uw toevlucht kon nemen wanneer gij driemaal van een vrouw gescheiden waart."

ANTWOORD: Dit heeft betrekking op de wet die het vroeger nodig maakte dat een andere man met die vrouw trouwde voordat ze weer met haar vroegere echtgenoot kon trouwen; in de Kitáb-i-Aqdas is dit gebruik verboden.

32. VRAAG: Betreffende de restauratie en het behoud van de twee Huizen op de twee Plaatsen, en de andere plaatsen waar de troon gevestigd is.

ANTWOORD: Met de twee Huizen worden het Allergrootste Huis en het Huis van het Eerste Punt bedoeld. Wat andere plaatsen betreft mogen de mensen die in de gebieden wonen waarin deze gelegen zijn, kiezen of ze elk huis waarin de troon gevestigd is onderhouden of één daarvan.

33. VRAAG: Opnieuw is er geïnformeerd naar de erfenis van de leraar.

ANTWOORD: Als de leraar niet tot het volk van Bahá behoort, erft hij niet. Mochten er meerdere leraren zijn, dan moet het erfdeel gelijkelijk onder hen worden verdeeld. Als de leraar overleden is, erven zijn nakomelingen zijn erfdeel niet, maar gaat in plaats daarvan tweederde naar de kinderen van de erflater, en het overblijvende derde deel naar het Huis van Gerechtigheid.

34. VRAAG: Betreffende de woning die uitsluitend is toegewezen aan de mannelijke nakomelingen.

ANTWOORD: Als er meerdere woningen zijn, is de beste en de mooiste daarvan de bedoelde woning, en worden de overige onder alle erfgenamen verdeeld zoals elke andere vorm van bezit. Elke erfgenaam, tot welke categorie hij ook behoort, die buiten het Geloof van God staat, wordt als niet-bestaand beschouwd en erft niet.

35. VRAAG: Betreffende Naw-Rúz.

ANTWOORD: Het Naw-Rúz feest valt op de dag dat de zon het teken Ram binnengaat , ook al zou dit slechts één minuut voor zonsondergang plaatsvinden.

36. VRAAG: Als de viering van de twee opeenvolgende Geboortedagen of van de Verkondiging van de Báb in de Vasten valt, wat moet men dan doen?

ANTWOORD: Als de feesten waarmee de twee opeenvolgende Geboortedagen of de Verkondiging van de Báb gevierd worden in de vastenmaand vallen, geldt het gebod om te vasten die dag niet.

37. VRAAG: In de heilige bepalingen waarin de nalatenschap geregeld wordt,zijn de woning en kleding van de overledene toebedeeld aan de mannelijke nakomelingen. Heeft deze regel alleen betrekking op de bezittingen van de vader, of is hij eveneens van toepassing op die van de moeder?

ANTWOORD: De gedragen kleding van de moeder moet in gelijke delen onder haar dochters verdeeld worden, maar de rest van haar nalatenschap, inclusief bezittingen, juwelen en ongedragen kleding moet, op de manier zoals in de Kitáb-i-Aqdas geopenbaard is, onder al haar erfgenamen verdeeld worden. Als de overledene echter geen dochters heeft achtergelaten, moet haar nalatenschap in haar geheel verdeeld worden op de wijze zoals die voor mannen in de heilige Tekst aangegeven is.

38. VRAAG: Betreffende echtscheiding, waar een jaar van geduld aan vooraf moet gaan: wat moet men doen als slechts één van de partijen tot verzoening geneigd is?

ANTWOORD: Volgens het gebod dat geopenbaard is in de Kitáb-i-Aqdas moeten beide partijen het er mee eens zijn; tenzij beiden willen kan er geen hereniging plaatsvinden.

39. VRAAG: In verband met het bruidsgeschenk: wat te doen als de bruidegom,als hij het volle bedrag niet kan betalen, in plaats daarvan een promesse aan zijn bruid geeft tijdens de huwelijksceremonie met dien verstande dat hij deze zal honoreren zodra hij daartoe in staat is?

ANTWOORD: De Bron van Gezag heeft toestemming verleend dit gebruik aan te nemen.

40. VRAAG: Als tijdens het jaar van geduld de geur van genegenheid hernieuwd wordt maar weer wordt gevolgd door antipathie, en het echtpaar het hele jaar heen en weer wordt geslingerd tussen genegenheid en afkeer, en het jaar eindigt in antipathie, kan echtscheiding dan plaatsvinden of niet?

ANTWOORD: Steeds wanneer er sprake is van afkeer, begint het jaar van geduld op die dag en blijft een jaar lang volledig van kracht.

41. VRAAG: De woning en kleding van de overledene zijn toegewezen aan de mannelijke, niet de vrouwelijke nakomelingen, noch aan de andere erfgenamen; mocht de overledene geen mannelijke nakomelingen hebben achtergelaten, wat moet men dan doen?

ANTWOORD: Hij zegt, verheven zij Hij: "Mocht de overledene geen nakomelingen achterlaten, dan komt hun erfdeel toe aan het Huis van Gerechtigheid ...". In overeenstemming met dit heilige vers vervallen de woning en persoonlijke kleding van de overledene aan het Huis van Gerechtigheid.

42. VRAAG: De verordening van de Huqúqu'lláh wordt geopenbaard in de Kitáb-i-Aqdas. Wordt de woning met het vaste toebehoren en de noodzakelijke inrichting tot het bezit gerekend waarover Huqúq betaald moet worden, of is het anders?

ANTWOORD: In de wetten die in het Perzisch zijn geopenbaard hebben Wij bepaald dat in deze Machtigste Beschikking de woning en de inrichting van de woning zijn vrijgesteld - dat wil zeggen die inrichting die noodzakelijk is.

43. VRAAG: Betreffende de verloving van een meisje vóór haar volwassenheid.

ANTWOORD: Dit gebruik is door de Bron van Gezag onwettig verklaard, en het is onwettig een huwelijk meer dan vijfennegentig dagen van tevoren aan te kondigen.

44. VRAAG: Als iemand bijvoorbeeld honderd túmán heeft, over dit bedrag Huqúq betaalt en de helft van het bedrag door ongelukkige transacties verliest, en wanneer dan door handel het beschikbare bedrag weer wordt verhoogd tot het bedrag waarover Huqúq betaald moet worden - moet zo iemand dan Huqúq betalen of niet?

ANTWOORD: In zulk een geval hoeft de Huqúq niet betaald te worden.

45. VRAAG: Als na het betalen van Huqúq ditzelfde bedrag van honderd túmán in zijn geheel wordt verloren, maar vervolgens doorhandel en zakelijke transacties wordt terugverdiend, moet er dan een tweede keer Huqúq over betaald worden of niet?

ANTWOORD: Ook in dit geval is betaling van Huqúq niet vereist.

46. VRAAG: Met betrekking tot het heilige vers "God heeft u het huwelijk voorgeschreven", is dit voorschrift verplicht of niet?

ANTWOORD: Het is niet verplicht.

47. VRAAG: Stel dat een man met een bepaalde vrouw getrouwd is in de veronderstelling dat zij maagd is en haar het bruidsgeschenk betaald heeft, maar bij de gemeenschap blijkt dat zij geen maagdis, moeten de kosten en het bruidsgeschenk dan terugbetaald worden of niet? En als maagdelijkheid als voorwaarde voor het huwelijk werd gesteld, maakt de niet vervulde voorwaarde dan datgene wat ervan afhankelijk was ongeldig?

ANTWOORD: In zulk een geval kunnen de gemaakte kosten en het bruidsgeschenk terugbetaald worden. De niet vervulde voorwaarde maakt datgene wat ervan afhankelijk was ongeldig. Maar de zaak geheim te houden en te vergeven verdient in Gods ogen een milddadige beloning.

48. VRAAG: " ... u is opgelegd ... een feest te geven." Is dit verplicht of niet?

ANTWOORD: Het is niet verplicht.

49. VRAAG: Betreffende de straffen voor overspel, sodomie en diefstal, en de hoogte daarvan.

ANTWOORD: Het is aan het Huis van Gerechtigheid de hoogte van deze straffen te bepalen.

50. VRAAG: Betreffende het al dan niet wettig zijn van het trouwen met familieleden.

ANTWOORD: Deze zaken berusten eveneens bij de Gevolmachtigden van het Huis van Gerechtigheid.

51. VRAAG: Met betrekking tot de abluties is geopenbaard " Laat hem die geen water voor de ablutie vindt vijf keer de woorden 'In de Naam van God, de Allerzuiverste, de Allerzuiverste' zeggen"; is het toegestaan dit vers te zeggen wanneer het bitter koud is, of als men wonden aan de handen of het gezicht heeft?

ANTWOORD: Wanneer het bitter koud is mag warm water worden gebruikt. Als men wonden aan het gezicht of de handen heeft, of als er andere redenen zijn zoals kwalen waarvoor het gebruik van water schadelijk zou zijn, mag men het aangewezen vers reciteren in plaats van de ablutie te verrichten.

52. VRAAG: Is het reciteren van het vers dat geopenbaard is ter vervanging van het Gebed der Tekenen, verplicht?

ANTWOORD: Het is niet verplicht.

53. VRAAG: Met betrekking tot de nalatenschap: wanneer er volle broers en zusters zijn, ontvangen halfbroers en halfzusters van moeders kant dan ook een deel?

ANTWOORD: Zij ontvangen geen deel.

54. VRAAG: Hij zegt, verheven zij Hij, "Mocht de zoon van de overledene gestorven zijn in de levensdagen van zijn vader, en kinderen hebben achtergelaten, dan erven zij het deel van hun vader". Wat moet er gedaan worden als de dochter tijdens het leven van haarvader gestorven is?

ANTWOORD: Haar deel van de nalatenschap moet onder de zeven categorieën erfgenamen verdeeld worden volgens de bepaling van het Boek.

55. VRAAG: Als de overledene een vrouw is, aan wie wordt het deel van de nalatenschap van de "echtgenote" dan toegewezen?

ANTWOORD: Het deel van de nalatenschap van de "echtgenote" wordt toegewezen aan de echtgenoot.

56. VRAAG: Betreffende het in een doodskleed wikkelen van het lichaam van de overledene waarvoor bepaald is dat hiervoor vijf doekenmoeten worden gebruikt: slaat het aantal vijf op vijf doeken die tot nu toe gewoonlijk gebruikt werden of op vijf lange waden die over elkaar heen gewikkeld zijn?

ANTWOORD: Bedoeld wordt het gebruik van vijf doeken.

57. VRAAG: Betreffende verschillen tussen bepaalde geopenbaarde verzen.

ANTWOORD: Vele Tafelen werden geopenbaard en in hun oorspronkelijke versie verzonden zonder dat ze gecontroleerd en nagekeken werden. Derhalve werden ze zoals bevolen weer gelezen in de Heilige Tegenwoordigheid, en in overeenstemming gebracht met de grammaticale gebruiken van de mensen om de kritiek van tegenstanders van de Zaak voor te zijn. Een andere reden voor deze werkwijze is dat de nieuwe stijl die werd ingevoerd door de Heraut - moge de ziel van allen buiten Hem ter wille van Hem geofferd worden - beschouwd werd als aanzienlijk afwijkend van de grammaticale regels; daarom werden heilige verzen toen geopenbaard in een stijl grotendeels in overeenstemming met het gangbare taalgebruik wat betreft begrijpelijkheid en bondigheid.

58. VRAAG: Betreffende het gezegende vers: "Wanneer gij op reis zijt en stopt op een veilige plaats om te rusten, verricht dan ... één prosternatie voor elk niet gezegd Verplicht Gebed"; is dit een compensatie voor het Verplichte Gebed dat vanwege onveilige omstandigheden niet werd verricht, of is verplicht gebed tijdens het reizen volledig opgeschort en neemt de prosternatie de plaats ervan in?

ANTWOORD: Indien, wanneer de tijd voor het verplichte gebed aanbreekt, de situatie onveilig is, moet men bij aankomst in een veilige omgeving een prosternatie verrichten voor elk niet verricht Verplicht Gebed, en na de laatste prosternatie met gekruiste benen gaan zitten om het aangewezen vers te lezen. Als er wel een veilige plaats is, wordt verplicht gebed tijdens het reizen niet opgeschort.

59. VRAAG: Als het, nadat een reiziger is gestopt en heeft gerust, de tijd is voor verplicht gebed, moet hij dan het gebed verrichten of in plaats daarvan de prosternatie?

ANTWOORD: Behalve in onveilige omstandigheden is het overslaan van het Verplichte Gebed niet toegestaan.

60. VRAAG: Als er vanwege niet verrichte Verplichte Gebeden een aantal prosternaties vereist is, moet het vers dan na elke compenserende prosternatie herhaald worden of niet?

ANTWOORD: Het is voldoende het aangewezen vers na de laatste prosternatie te reciteren. Meerdere prosternaties vereisen geen afzonderlijke herhalingen van het vers.

61. VRAAG: Als thuis het verrichten van een Verplicht Gebed verzuimd wordt,moet het dan gecompenseerd worden door een prosternatie of niet?

ANTWOORD: In antwoord op vorige vragen werd geschreven: "Deze bepaling betreffende de compenserende prosternatie is zowel thuis als op reis van toepassing."

62. VRAAG: Als men voor een ander doel abluties heeft verricht en de tijd voor verplicht gebed breekt aan, zijn deze abluties dan voldoende of moeten ze herhaald worden?

ANTWOORD: Deze zelfde abluties zijn voldoende, en het is niet nodig dat ze herhaald worden.

63. VRAAG: In de Kitáb-i-Aqdas wordt het verplichte gebed opgelegd,bestaande uit negen rak'ahs, te verrichten op het middaguur, in de morgen en in de avond, maar de Tafel van Verplichte Gebeden lijkt daarvan te verschillen.

ANTWOORD: Datgene wat in de Kitáb-i-Aqdas geopenbaard is betreft een ander Verplicht Gebed. Enkele jaren geleden werd wijsheidshalve een aantal verordeningen van de Kitáb-i-Aqdas waaronder dat Verplichte Gebed, apart opgetekend en samen met andere heilige geschriften verzonden om bewaard en beschermd te worden. Later werden deze drie Verplichte Gebeden geopenbaard.

64. VRAAG: Is het bij het vaststellen van de tijd toegestaan af te gaan op klokken en horloges?

ANTWOORD: Het is toegestaan af te gaan op klokken en horloges.

65. VRAAG: In de Tafel van Verplichte Gebeden worden drie gebeden geopenbaard; is het verrichten van alle drie vereist of niet?

ANTWOORD: Het is verplicht één van deze drie gebeden op te dragen; elk ervan is toereikend.

66. VRAAG: Zijn abluties voor het ochtendgebed nog geldig voor het middaggebed? En zijn eveneens abluties verricht op het middaguur 's avonds nog geldig?

ANTWOORD: Abluties zijn verbonden met het Verplichte Gebed waarvoor ze verricht worden en moeten voor elk gebed herhaald worden.

67. VRAAG: Betreffende het lange Verplichte Gebed: het is vereist te gaan staan en "zich tot God te wenden". Dit lijkt erop te duiden dat het niet noodzakelijk is met het gezicht naar de Qiblih te gaan staan; is dat zo of niet?

ANTWOORD: De Qiblih wordt bedoeld.

68. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "Reciteert de verzen Gods elke morgenstond en avondstond."

ANTWOORD: Bedoeld wordt alles wat uit de Hemel van goddelijke Woorden is neergezonden. Een eerste vereiste is een liefdevol, vurig verlangen van de geheiligde zielen om het Woord Gods te lezen. Eén vers, of zelfs één woord met stralende vreugde te lezen is te verkiezen boven het doornemen van vele Boeken.

69. VRAAG: Mag iemand als hij zijn testament opmaakt, een deel van zijn bezit - buiten dat wat besteed wordt voor de betaling van Huqúqu'lláh en de vereffening van schulden - toewijzen aan een goed doel, of heeft hij het recht niet meer te doen dan een bepaald bedrag te bestemmen om de kosten van de rouwplechtigheid en de teraardebestelling te dekken, zodat de rest van zijn nalatenschap op de door God vastgestelde wijze, onder de aangewezen categorieën erfgenamen wordt verdeeld?

ANTWOORD: Een ieder heeft volledige rechtsbevoegdheid over zijn bezit. Als hij de Huqúqu'lláh kan voldoen en vrij van schulden is, dan is alles wat in zijn testament beschreven wordt en elke verklaring of gelofte die het bevat, aanvaardbaar. God heeft hem waarlijk toegestaan dat hij met datgene wat Hij hem geschonken heeft omgaat op elke manier die hij verkiest.

70. VRAAG: Is het gebruik van de begrafenisring uitsluitend opgelegd aan volwassenen, of is het ook verplicht voor minderjarigen?

ANTWOORD: Het geldt alleen voor volwassenen. Het Gebed voor de Doden is eveneens voor volwassenen.

71. VRAAG: Mocht iemand willen vasten op een andere tijd dan in de maand 'Alá', is dat dan toegestaan of niet; en als hij zich plechtig tot zulk een vasten verbonden heeft, is dit dan geldig en aanvaardbaar?

ANTWOORD: De verordening van het vasten is zoals reeds geopenbaard is. Mocht iemand echter plechtig beloven een vasten aan God op te dragen om op deze wijze de vervulling van een wens of de verwezenlijking van enig doel te zoeken dan is dit nu, evenals voorheen, toegestaan. Het is nochtans Gods wens, verheven zij Zijn heerlijkheid, dat plechtige geloftes gericht worden op doelen die de mensheid ten goede komen.

72. VRAAG: Er is opnieuw een vraag gesteld over de woning en de kleding: moeten deze, als er geen mannelijke nakomelingen zijn,vervallen aan het Huis van Gerechtigheid, of moeten ze verdeeld worden zoals de rest van de nalatenschap?

ANTWOORD: Tweederde van de woning en kleding wordt vermaakt aan de vrouwelijke nakomelingen, en eenderde aan het Huis van Gerechtigheid, welke God tot de schatkamer van de mensen heeft gemaakt.

73. VRAAG: Als de man na voltooiing van het jaar van geduld weigert de scheiding toe te staan, welke gedragslijn moet dan door de vrouw worden gevolgd?

ANTWOORD: Als de periode beëindigd is wordt de scheiding van kracht. Het is echter noodzakelijk dat er getuigen bij het begin en het einde van deze periode zijn, zodat ze opgeroepen kunnen worden om te getuigen, mocht dit noodzakelijk worden.

74. VRAAG: Betreffende de bepaling van ouderdom.

ANTWOORD: Voor de Arabieren duidt het een extreem hoge leeftijd aan, maar voor het volk van Bahá is dit vanaf de leeftijd van zeventig jaar.

75. VRAAG: Betreffende de limiet voor het vasten voor iemand die te voet reist.

ANTWOORD: De limiet is gesteld op twee uur. Als deze overschreden wordt, is het toegestaan de Vasten te breken.

76. VRAAG: Betreffende het houden van de Vasten door mensen die tijdens de vastenmaand zware arbeid verrichten.

ANTWOORD: Zulke mensen worden vrijgesteld van het vasten; om echter respect te tonen voor de wet van God en gezien de verheven rang van de Vasten, is het zeer aan te bevelen en gepast, sober en in afzondering te eten.

77. VRAAG: Zijn abluties die verricht worden voor het Verplichte Gebed voldoende voor het vijfennegentig keer zeggen van de Grootste Naam?

ANTWOORD: Het is niet noodzakelijk de abluties te herhalen.

78. VRAAG: Betreffende kleren en juwelen die een man voor zijn vrouw gekocht heeft; moeten deze na zijn dood onder zijn erfgenamen verdeeld worden, of zijn ze speciaal voor zijn vrouw?

ANTWOORD: Behalve gedragen kleding behoort alles wat er is, juwelen of iets anders, toe aan de man, behoudens datgene waarvan bewezen is dat het geschenken waren voor zijn vrouw.

79. VRAAG: Betreffende het criterium voor rechtvaardigheid wanneer iets bewezen wordt, afhankelijk van het getuigenis van twee rechtvaardige getuigen.

ANTWOORD: Het criterium voor rechtvaardigheid is een goede reputatie onder de mensen. Het getuigenis van alle dienaren van God, van welke godsdienst of overtuiging ook, is aanvaardbaar voor Zijn Troon.

80. VRAAG: Als de overledene zijn verplichting tot de Huqúqu'lláh niet nagekomen is, noch zijn andere schulden betaald heeft, moeten deze dan in evenredige verhouding afgetrokken worden van de woning, de kleding en de rest van de nalatenschap, of moeten de woning en de kleding apart gehouden worden voor de mannelijke nakomelingen, en moeten de schulden derhalve vereffend worden uit de rest van de nalatenschap? En als de rest van de nalatenschap ontoereikend is voor dit doel, hoe moeten de schulden dan vereffend worden?

ANTWOORD: Openstaande schulden en betalingen van Huqúq moeten uit de rest van de nalatenschap betaald worden, maar als deze hiervoor onvoldoende is, moet het tekort worden voldaan uit de opbrengst van zijn woning en kleding.

81. VRAAG: Moet het derde Verplichte Gebed staand of zittend opgedragen worden?

ANTWOORD: Het verdient de voorkeur en het is gepaster te staan in een houding van nederige eerbied.

82. VRAAG: Betreffende het eerste Verplichte Gebed is verordend: "Men moet het verrichten wanneer men zich deemoedig voelt en het verlangen heeft te aanbidden"; moet het eenmaal in de vierentwintig uur verricht worden, of vaker?

ANTWOORD: Eenmaal in de vierentwintig uur is voldoende; dit is hetgeen is gesproken door de Tong van Goddelijk Gebod.

83. VRAAG: Betreffende het bepalen van "ochtend", "middaguur" en "avond".

ANTWOORD: Dit zijn zonsopgang, het middaguur en zonsondergang. De toegestane tijden voor Verplichte Gebeden zijn van 's morgens tot het middaguur, van het middaguur tot zonsondergang, en van zonsondergang tot twee uur daarna. Het gezag is in de hand van God, de Drager van de Twee Namen.

84. VRAAG: Is het een gelovige toegestaan met een niet-gelovige te trouwen?

ANTWOORD: Ten huwelijk geven en nemen van beiden is toegestaan; aldus beschikte de Heer toen Hij de troon van milddadigheid en genade besteeg.

85. VRAAG: Betreffende het Gebed voor de Doden; moet het voor of na de teraardebestelling gezegd worden? En is het vereist het gelaatnaar de Qiblih te keren?

ANTWOORD: Het reciteren van dit gebed moet aan de teraardebestelling voorafgaan; en wat betreft de Qiblih: "Waarheen gij u ook wendt, daar is Gods aangezicht."

86. VRAAG: Is het noodzakelijk om op het middaguur, wat het tijdstip is voor twee van de Verplichte Gebeden - het korte middaggebed en het gebed dat opgedragen moet worden in de ochtend, op het middaguur en in de avond - twee abluties te verrichten of is één voldoende?

ANTWOORD: Herhaling van de abluties is onnodig.

87. VRAAG: Betreffende het bruidsgeschenk voor dorpsbewoners dat van zilver moet zijn: wordt de bruid of de bruidegom bedoeld of beiden? En wat moet er gedaan worden als de één stadsbewoner is en de ander dorpsbewoner?

ANTWOORD: Het bruidsgeschenk wordt bepaald door de woonplaats van de bruidegom; als hij stadsbewoner is, is het bruidsgeschenk van goud, en als hij dorpsbewoner is, van zilver.

88. VRAAG: Wat is het criterium om te bepalen of iemand stadsbewoner of dorpsbewoner is? Als een stadsbewoner in een dorp gaat wonen of een dorpsbewoner in een stad, met de bedoeling zich daar permanent te vestigen, welke regel is dan van toepassing? Is de geboorteplaats de beslissende factor?

ANTWOORD: Het criterium is de vaste woonplaats en, afhankelijk van waar die is, moet de bepaling in het Boek dienovereenkomstig in acht genomen worden.

89. VRAAG: In de heilige Tafelen is geopenbaard dat wanneer iemand het equivalent van negentien mithqál goud verwerft, hij het Recht van God moet betalen over dat bedrag. Kan uitgelegd worden hoeveel van deze negentien betaald moet worden?

ANTWOORD: Negentienhonderdste is door de verordening van God vastgesteld. Berekeningen moeten op deze basis gemaakt worden. Dan kan bepaald worden welk bedrag over die negentien verschuldigd is.

90. VRAAG: Als iemands bezit negentien overschrijdt, moet het dan met negentien toenemen voordat er opnieuw Huqúq over verschuldigd is, of is deze verschuldigd over elke toename?

ANTWOORD: Elk bedrag dat aan negentien wordt toegevoegd is vrijgesteld van Huqúq totdat opnieuw negentien bereikt wordt.

91. VRAAG: Betreffende zuiver water, en het punt waarop dit als gebruikt wordt beschouwd.

ANTWOORD: Kleine hoeveelheden water, zoals een kopje, of zelfs twee of drie, moeten als gebruikt worden beschouwd na één keer wassen van het gezicht en de handen. Maar een kurr water of meer blijft onveranderd na een of twee keer wassen van het gezicht, en het is niet bezwaarlijk het te gebruiken tenzij het op een van de drie manieren veranderd is ; bijvoorbeeld als de kleur ervan veranderd is, in dat geval moet het als gebruikt beschouwd worden.

92. VRAAG: In een verhandeling in het Perzisch over verscheidene zaken wordt de leeftijd van volwassenheid op vijftien gesteld; moet men ook wachten met trouwen tot deze leeftijd bereikt is, of is het toegestaan eerder te trouwen?

ANTWOORD: Aangezien in het Boek van God de toestemming van beide partijen vereist is, en aangezien hun toestemming of het ontbreken ervan vóór de volwassenheid niet kan worden vastgesteld, moet men wachten met trouwen totdat de volwassen leeftijd bereikt is, en is het vóór die tijd niet toegestaan.

93. VRAAG: Betreffende vasten en verplicht gebed door zieken.

ANTWOORD: Voorwaar, Ik zeg dat verplicht gebed en vasten in Gods ogen een verheven plaats innemen. De heilzame werking ervan kan echter alleen bij goede gezondheid verwezenlijkt worden. In periodes van een slechte gezondheid is het niet toegestaan deze verplichtingen na te komen; zo heeft God, verheven zij Zijn heerlijkheid, te allen tijde geboden. Gezegend zijn die mannen en vrouwen die acht slaan op Zijn voorschriften en zich eraan houden. Alle lof zij God, Die de verzen neergezonden heeft en de Openbaarder is van ontwijfelbare bewijzen!

94. VRAAG: Betreffende moskeeën, kerken en tempels.

ANTWOORD: Alles wat gebouwd is ter verering van de ene ware God, zoals moskeeën, kerken en tempels, mag voor geen enkel ander doel gebruikt worden dan voor het gedenken van Zijn Naam. Dit is een verordening van God, en degene die haar schendt behoort waarlijk tot hen die een overtreding begaan hebben. Voor de bouwer is er geen schade aan verbonden, want hij heeft het ter wille van God gedaan en heeft zijn rechtvaardige beloning ontvangen en zal deze blijven ontvangen.

95. VRAAG: Wat betreft de inrichting van een bedrijf, nodig voor het verrichten van iemands werk of het uitoefenen van iemands beroep: is deze onderhevig aan betaling van Huqúqu'lláh, of valt deze onder dezelfde regeling als het huishoudelijk meubilair?

ANTWOORD: Deze valt onder dezelfde regeling als het huishoudelijk meubilair.

96. VRAAG: Betreffende het omwisselen van in bewaring gegeven eigendom tegen contant geld of andere vormen van bezit, om het te vrijwaren voor waardevermindering of verlies.

ANTWOORD: Wat betreft de schriftelijke vraag over het omwisselen van in bewaring gegeven eigendom om het te vrijwaren voor waardevermindering of verlies; een zodanig omwisselen is toegestaan mits het substituut van gelijke waarde is. Uw Heer is waarlijk de Uitlegger, de Alwetende en Hij is waarlijk de Beschikker, de Aloude van Dagen.

97. VRAAG: Betreffende het wassen van de voeten in de winter en in de zomer.

ANTWOORD: Het is in beide gevallen hetzelfde; warm water verdient de voorkeur, maar er kan geen bezwaar zijn tegen koud water.

98. VRAAG: Nog een vraag over echtscheiding.

ANTWOORD: Aangezien God, verheven zij Zijn heerlijkheid, echtscheiding niet goedkeurt, werd er over dit onderwerp niets geopenbaard. Er moeten echter vanaf het begin van het uiteengaan tot één jaar daarna, twee of meer mensen op de hoogte blijven als getuigen; als er aan het eind geen verzoening is, vindt de scheiding plaats. Dit moet in de burgerlijke stand opgetekend worden door de religieuze rechtsambtenaar van de stad, die is aangesteld door de Gevolmachtigden van het Huis van Gerechtigheid. Naleving van deze procedure is van wezenlijk belang opdat degenen die een begrijpend hart bezitten niet bedroefd worden.

99. VRAAG: Betreffende consultatie.

ANTWOORD: Als consultatie onder de eerste groep mensen die bijeengekomen is eindigt in verschil van mening, moeten er nieuwe mensen aan toegevoegd worden, waarna er mensen tot het aantal van de Grootste Naam, of meer of minder, door het lot uitgekozen worden. Daarna moet de consultatie worden hervat en moet men aan de uitslag, welke die ook is, gehoor geven. Als er echter nog steeds verschil van mening bestaat moet dezelfde procedure nog een keer herhaald worden en moet de beslissing van de meerderheid gelden. Hij leidt waarlijk al wie het Hem behaagt naar het rechte pad.

100. VRAAG: Betreffende de nalatenschap.

ANTWOORD: Wat betreft de nalatenschap: datgene wat het Eerste Punt heeft beschikt - moge de ziel van een ieder buiten Hem ter wille van Hem geofferd worden - is zeer bevredigend. De bestaande erfgenamen moeten de hun toegewezen delen van de nalatenschap ontvangen, terwijl een borderel van de gesubstitueerde nalatenschap moet worden voorgelegd aan het Hof van de Allerhoogste. In Zijn Hand is de bron van gezag; Hij beschikt zoals het Hem behaagt. In verband hiermee werd er een wet geopenbaard in het Land van Mysterie , waarbij tijdelijk de nalatenschap van de ontbrekende erfgenamen toegekend werd aan de bestaande erfgenamen tot de tijd dat het Huis van Gerechtigheid zal zijn gevestigd, wanneer de verordening die hierop betrekking heeft, zal worden afgekondigd. De nalatenschap evenwel van hen die in hetzelfde jaar emigreerden als de Aloude Schoonheid, is toegekend aan hun erfgenamen, en dit is een aan hen verleende genade van God.

101. VRAAG: Betreffende de wet over een gevonden schat.

ANTWOORD: Mocht er een schat gevonden worden, dan heeft de ontdekker recht op eenderde ervan en moet het resterende tweederde deel door de mannen van het Huis van Gerechtigheid besteed worden voor het welzijn van alle mensen. Dit moet gedaan worden na het vestigen van het Huis van Gerechtigheid, en tot die tijd moet het worden toevertrouwd aan betrouwbare personen in elke plaats en elk gebied. Hij is in waarheid de Heerser, de Beschikker, de Alwetende, de Welingelichte.

102. VRAAG: Betreffende Huqúq op onroerend goed dat geen winst oplevert.

ANTWOORD: God heeft beschikt dat onroerend goed dat geen inkomsten meer oplevert, dat wil zeggen, dat de winst niet doet toenemen, niet onderhevig is aan betaling van Huqúq. Hij is waarlijk de Heerser, de Vrijgevige.

103. VRAAG: Betreffende het heilige vers: "Laat in gebieden waar de dagen en nachten lang duren de tijden voor het gebed worden bepaald door klokken ..."

ANTWOORD: Bedoeld worden die gebieden die afgelegen zijn. In deze streken is het verschil in lengte echter slechts enkele uren, en is deze regel derhalve niet van toepassing.

104. In de Tafel aan Abá Badí' is dit heilige vers geopenbaard: "Waarlijk, Wij hebben iedere zoon opgedragen zijn vader te dienen." Aldus luidt het bevel dat Wij in het Boek hebben uiteengezet.

En in een andere Tafel zijn deze verheven woorden geopenbaard: O Muhammad! De Aloude van Dagen heeft Zijn gelaat naar u gekeerd, melding van U gemaakt en het volk van God gemaand hun kinderen op te voeden. Mocht een vader geen acht slaan op dit zeer gewichtige gebod dat door de Pen van de Eeuwige Koning is neergeschreven in de Kitáb-i-Aqdas, dan zal hij de rechten op het vaderschap verspelen en voor God schuldig worden bevonden. Wel gaat het hem die de vermaningen van de Heer in zijn hart prent en er standvastig aan vasthoudt. God legt in waarheid Zijn dienaren datgene op wat hen zal helpen en hun tot voordeel zal strekken, en hen in staat zal stellen nader tot Hem te komen. Hij is de Beschikker, de Onvergankelijke.

Hij is God, verheven zij Hij, de Heer van majesteit en macht! De Profeten en Uitverkorenen hebben allen van de Ene Ware God, geprezen zij Zijn heerlijkheid, de opdracht de bomen van het menselijk bestaan te voeden met de levende wateren van rechtschapenheid en begrip, opdat zij blijk geven van wat God in hun diepste innerlijk heeft neergelegd. Zoals men geredelijk kan waarnemen brengt elke boom een bepaalde vrucht voort, en is een boom die geen vruchten draagt slechts geschikt voor het vuur. Het doel dat deze Opvoeders hadden met alles wat zij zeiden en onderwezen, was om de verheven rang van de mens te behouden. Wel gaat het hem die in de Dag van God stevig vastgehouden heeft aan Zijn voorschriften en niet is afgeweken van Zijn ware en fundamentele Wet. De vruchten die het beste bij de boom van het menselijk leven passen zijn betrouwbaarheid en godsvrucht, waarachtigheid en oprechtheid; maar groter dan alles, na het erkennen van de eenheid van God, verheven en verheerlijkt zij Hij, is respect voor de rechten die men zijn ouders verschuldigd is. Deze lering is in alle Boeken van God vermeld en opnieuw door de Meest Verheven Pen bevestigd. Overdenkt datgene wat de Barmhartige Heer heeft onthuld in de Qur'án, verheven zijn Zijn woorden: "Aanbidt God, stelt niemand aan Hem gelijk, en betoont vriendelijkheid en welwillendheid jegens uw ouders..." Ziet hoe barmhartigheid jegens de ouders verbonden is met erkenning van de ene ware God! Gelukkig zijn zij die met ware wijsheid en begrip begiftigd zijn, die zien en waarnemen, die lezen en begrijpen, en die in acht nemen hetgeen God heeft onthuld in de Heilige Boeken van weleer en in deze onvergelijkelijke en wonderbaarlijke Tafel.

In een van de Tafelen heeft Hij, verheven zijn Zijn woorden, geopenbaard: "En inzake Zakát hebben Wij eveneens bevolen dat gij moet navolgen hetgeen in de Qur'án is geopenbaard."


Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :