Announcing: BahaiPrayers.net


More Books by 2 Bahá'u'lláh

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh
De Kitáb-i-Aqdas - Noot
De Kitáb-i-Aqdas - Vragen en antwoorden
De Kitáb-i-Aqdas
Kitáb-i-Ahd (Boek van het Verbond)
Kitáb-i-Iqán (Boek van Zekerheid)
Verborgen Woorden
Zeven Valleien
Free Interfaith Software

Web - Windows - iPhone








2 Bahá'u'lláh : De Kitáb-i-Aqdas
De Kitáb-i-Aqdas

1. IN DE NAAM VAN HEM DIE DE OPPERSTE HEERSER IS OVER AL WAT IS GEWEEST EN AL WAT ZAL ZIJN

De eerste plicht die God Zijn dienaren voorschrijft is de erkenning van Hem Die de Dageraad van Zijn Openbaring en de Bron van Zijn wetten is, Die het Opperwezen vertegenwoordigt in het Koninkrijk van Zijn Zaak alsmede in de wereld der schepping. Al wie deze plicht nakomt is tot al het goede gekomen, en al wie zich daaraan onttrekt heeft zich op dwaalwegen begeven, ook al handelt hij nog zo rechtvaardig. Het betaamt een ieder die deze zeer verheven staat, deze hoogste top van alles te boven gaande heerlijkheid bereikt, elk gebod van Hem Die het Verlangen der wereld is in acht te nemen. Deze twee plichten zijn niet van elkaar te scheiden. De ene is niet aanvaardbaar zonder de andere. Aldus is bevolen door Hem Die de Bron van goddelijke inspiratie is.

Noot:

2. Zij die door God met inzicht zijn begiftigd zullen geredelijk erkennen dat de door God bepaalde voorschriften het hoogste middel vormen voor de handhaving van orde in de wereld en de veiligheid van haar volkeren. Wie zich daarvan afwendt wordt tot de verachtelijken en dwazen gerekend. Wij hebben u waarlijk geboden niet te zwichten voor de ingevingen van uw boze hartstochten en verdorven begeerten, en de grenzen die de Pen van de Allerhoogste heeft vastgesteld niet te overschrijden, want deze vormen de levensadem voor al het geschapene. De zeeën van goddelijke wijsheid en goddelijke woorden zijn gerezen onder de ijle ademtocht van de Albarmhartige. Haast u om met volle teugen te drinken, o mensen met begrip! Zij die het Verbond van God hebben geschonden door Zijn gebod te overtreden, en zich er geheel van hebben afgekeerd, hebben in de ogen van God, de Albezittende, de Allerhoogste, smartelijk gedwaald.

Noot:

3. O gij volkeren der wereld! Weet voorzeker, dat Mijn geboden de lampen zijn van Mijn liefderijke voorzienigheid te midden van Mijn dienaren en de sleutels van Mijn barmhartigheid voor Mijn schepselen. Aldus is het neergezonden vanuit de hemel van de Wil van uw Heer, de Heer van Openbaring. Mocht iemand de zoetheid proeven van de woorden welke de mond van de Albarmhartige wenste uit te spreken, dan zou hij, al bezat hij de schatten der aarde, daar zonder uitzondering afstand van doen, opdat hij de waarheid zou kunnen aantonen van ook maar één van Zijn geboden, stralend boven de Dageraad van Zijn milddadige zorg en goedertierenheid.

Noot:

4. Zeg: Uit Mijn wetten kunt gij de welriekende geur van Mijn kleed inademen en met behulp daarvan zullen de vaandels der overwinning op de hoogste toppen worden geplant. De Tong van Mijn gezag heeft, vanuit de hemel van Mijn almachtige heerlijkheid, deze woorden tot Mijn schepping gericht: "Neemt Mijn geboden in acht uit liefde voor Mijn schoonheid." Gelukkig de minnaar die de goddelijke geur van zijn Meest Geliefde heeft ingeademd uit deze woorden, doortrokken van het parfum van een gratie die geen tong kan beschrijven. Bij Mijn leven! Hij die uit de handen van Mijn overvloedige genegenheid de uitgelezen wijn van rechtvaardigheid heeft gedronken, zal cirkelen om Mijn geboden die boven de Dageraad van Mijn schepping stralen.

Noot:1

5. Denkt niet dat Wij u slechts een verzameling wetten hebben geopenbaard. Neen, veeleer hebben Wij met de vingers van macht en kracht het zegel van de uitgelezen Wijn verbroken. Hiervan getuigt hetgeen de Pen van Openbaring heeft onthuld. Overdenkt dit, o mensen met inzicht!

Noot:2

6. Wij hebben u opgelegd het verplichte gebed, met negen rak`ahs, op te dragen aan God, de Openbaarder van Verzen, op het middaguur, en in de morgen en de avond. Wij hebben u ontheven van een groter aantal, als een gebod in het Boek van God. Hij is waarlijk de Beschikker, de Almachtige, de Onbeperkte. Wanneer gij dit gebed wenst te verrichten, wendt u dan naar het Hof van Mijn heiligste Tegenwoordigheid, deze gewijde Plek die God heeft gemaakt tot het Middelpunt waaromheen de Scharen in den hoge cirkelen, en die Hij heeft beschikt tot het Punt van Aanbidding voor de bewoners van de Steden van Eeuwigheid, en tot de Bron van Gezag voor allen die in de hemel en op aarde zijn; en wanneer de Zon van Waarheid en Woorden zal ondergaan, wendt uw gelaat dan naar de Plek die Wij voor u hebben beschikt. Hij is waarlijk almachtig en alwetend.

Noot:3,4,5,6,7,8

7. Al wat er is, is ontstaan door Zijn onweerstaanbaar bevel. Telkens wanneer Mijn wetten verschijnen gelijk de zon aan de hemel van Mijn woorden, moeten allen er getrouw aan gehoorzamen, ook al zou Mijn gebod zodanig zijn dat daardoor de hemel van iedere religie uiteen splijt. Hij doet naar Zijn behagen. Hij kiest, en niemand mag Zijn keuze in twijfel trekken. Al wat Hij, de Welbeminde, beschikt, dàt is waarlijk geliefd. Hiervan is Hij Die de Heer van de gehele schepping is Mij tot getuige. Een ieder die de zoete geur van de Albarmhartige heeft ingeademd en de Bron van deze woorden heeft erkend, zal met eigen ogen de pijlen van de vijand begroeten, opdat hij de waarheid van de wetten Gods onder de mensen kan vestigen. Wel gaat het hem die zich daartoe heeft gekeerd, en de betekenis van Zijn absolute bevel heeft begrepen.

Noot:

8. Wij hebben de bijzonderheden van het verplichte gebed in een andere Tafel uiteengezet. Gezegend is hij die in acht neemt hetgeen hem is geboden door Hem Die over alle mensen heerst. In het Gebed voor de Doden zijn zes specifieke verzen neergezonden door God, de Openbaarder van Verzen. Laat iemand die kan lezen reciteren wat voorafgaand aan deze verzen is geopenbaard; en wat betreft hem die niet lezen kan, God heeft hem van deze voorwaarde vrijgesteld. Hij is waarlijk de Machtige, de Vergevende.

Noot:9,10,11

9. Haar maakt uw gebed niet ongeldig, noch enig ander ding dat ontzield is, zoals beenderen en dergelijke. Het staat u vrij sabelbont te dragen evenals het bont van de bever, de eekhoorn en andere dieren; het verbod op het gebruik ervan komt niet voort uit de Qur'án, maar uit de misvattingen van de godgeleerden. Hij is waarlijk de Alglorierijke, de Alwetende.

Noot:12

10. Wij hebben u opgedragen vanaf het begin der volwassenheid te bidden en te vasten; dit is verordend door God, uw Heer en de Heer uwer voorvaderen. Hij heeft hen die door ziekte of ouderdom verzwakt zijn van deze verplichting ontheven, als een genade van Zijn Tegenwoordigheid, en Hij is de Vergevende, de Edelmoedige. God heeft u toegestaan uw prosternaties uit te voeren op ieder oppervlak dat rein is, want Wij hebben in dit verband de beperking die was vastgelegd in het Boek opgeheven; God heeft voorwaar kennis van datgene waar gij niets van weet. Laat hem die geen water voor de ablutie vindt vijf keer de woorden "In de Naam van God, de Allerzuiverste, de Allerzuiverste" zeggen, en dan overgaan tot zijn gebeden. Aldus luidt het gebod van de Heer aller werelden. Laat in gebieden waar de dagen en nachten lang duren de tijden voor het gebed worden bepaald door klokken en andere instrumenten die het verstrijken van de uren aangeven. Hij is waarlijk de Uitlegger, de Wijze.

Noot:13,14,15,16,17

11. Wij hebben u ontheven van de eis het Gebed der Tekenen te verrichten. Wanneer zich angstaanjagende natuurverschijnselen voordoen, denkt dan aan de macht en majesteit van uw Heer, Hij Die alles hoort en ziet, en zegt: "De Heerschappij is aan God, de Heer van het geziene en het ongeziene, de Heer der schepping".

Noot:18

12. Er is beschikt dat het verplichte gebed door ieder van u persoonlijk moet worden verricht. Behalve bij het Gebed voor de Doden is het gebruik van het gemeenschappelijk verrichten van gebeden afgeschaft. Hij is waarlijk de Beschikker, de Alwijze.

Noot:19

13. God heeft vrouwen tijdens hun maandstonden vrijgesteld van het verplichte gebed en het vasten. Laat hen in plaats daarvan, na het uitvoeren van hun abluties, God loven door tussen het middaguur van de ene dag en dat van de volgende dag vijfennegentig keer te zeggen: "Verheerlijkt zij God, de Heer van Pracht en Schoonheid". Aldus is in het Boek bevolen, zo gij behoort tot hen die begrijpen.

Noot:20

14. Wanneer gij op reis zijt en stopt op een veilige plaats om te rusten, verricht dan - mannen evenals vrouwen - één prosternatie voor elk niet gezegd Verplicht Gebed, en zegt, terwijl gij uw prosternatie uitvoert: "Verheerlijkt zij God, de Heer van Macht en Majesteit, van Genade en Milddadigheid". Al wie hiertoe niet in staat is, laat hem slechts zeggen: "Verheerlijkt zij God"; dit zal zeker toereikend voor hem zijn. Hij is in waarheid de al-toereikende, de immer-verblijvende, de vergevende, meedogende God. Nadat gij uw prosternaties hebt voltooid, gaat dan zitten met gekruiste benen - mannen evenals vrouwen - en zegt achttien keer: "Verheerlijkt zij God, de Heer der koninkrijken van hemel en aarde". Aldus maakt de Heer de wegen van waarheid en leiding duidelijk, wegen die leiden tot één weg, dit Rechte Pad. Betuigt dank aan God voor deze zeer genadige gunst; prijst Hem om deze milddadigheid die de hemelen en de aarde heeft omvat; verheerlijkt Hem om deze genade die de gehele schepping heeft doordrongen.

Noot:21,22

15. Zeg: God heeft Mijn verborgen liefde tot de sleutel van de Schat gemaakt; hoe wenste Ik dat gij het mocht bemerken! Ware de sleutel er niet geweest, dan zou de Schat tot in alle eeuwigheid verborgen zijn gebleven; hoe wenste Ik dat gij het mocht geloven! Zeg: Dit is de Bron van Openbaring, de Dageraadsplaats van Pracht, waarvan de helderheid de horizonten der wereld heeft verlicht. Hoe wenste Ik dat gij het mocht begrijpen! Dit is waarlijk dat onveranderlijke Gebod waardoor ieder onherroepelijk gebod is ingesteld.

Noot:23

16. O Pen van de Allerhoogste! Zeg: O mensen van de wereld! Wij hebben u opgelegd gedurende een korte periode te vasten, en aan het eind daarvan hebben Wij Naw-Rúz als een feest voor u aangewezen. Aldus heeft de Dagster van Woorden helder geschenen boven de horizont van het Boek zoals geboden door Hem Die de Heer van het begin en het einde is. Laat de dagen die na de maanden overblijven aan de vastenmaand voorafgaan. Wij hebben beschikt dat deze onder alle dagen en nachten de openbaring van de letter Há zullen zijn, en aldus zijn ze niet beperkt door de begrenzingen van het jaar en de maanden. Het betaamt het volk van Bahá al deze dagen een feestmaal te bereiden voor zichzelf, voor hun verwanten en bovendien voor de armen en behoeftigen, en hun Heer vol vreugde en verrukking aan te roepen en te verheerlijken, Zijn lof te zingen en Zijn Naam te prijzen; en wanneer ze ten einde zijn - deze dagen van vrijgevigheid die aan de periode van zelfbeheersing voorafgaan - laat hen dan aan de Vasten beginnen. Aldus is verordend door Hem Die de Heer der gehele mensheid is. Zij die op reis of ziek zijn, en zij die een kind verwachten of zogen zijn niet verplicht te vasten; God heeft hen vrijgesteld als een teken van Zijn genade. Hij is waarlijk de Almachtige, de Grootmoedigste.

Noot:24,25,26,27,28,29,30,31

17. Dit zijn de verordeningen van God die door Zijn Verhevenste Pen in de Boeken en Tafelen zijn vastgelegd. Houdt u vast aan Zijn verordeningen en geboden, en behoort niet tot hen die, hun ijdele waan en zinloze denkbeelden volgend, zich vastklemmen aan maatstaven die door hun eigen ik zijn bepaald, en de maatstaven die door God zijn vastgesteld achter zich hebben geworpen. Onthoudt u van zonsopgang tot zonsondergang van spijs en drank en hoedt u ervoor dat begeerte u berooft van deze genade die in het Boek is vastgelegd.

Noot:32

18. Er is beschikt dat een ieder die in God, de Heer des Oordeels, gelooft, elke dag, na eerst zijn handen en vervolgens zijn gelaat te hebben gewassen, gaat zitten, zich tot God wendt en vijfennegentig keer "Alláh-u-Abhá" zegt. Aldus luidde het bevel van de Maker der Hemelen toen Hij Zich, met macht en majesteit bekleed, op de troon van Zijn Namen vestigde. Verricht op dezelfde wijze de abluties voor het Verplichte Gebed; dit is het gebod van God, de Onvergelijkelijke, de Onbeperkte.

Noot:33,34

19. Het is u verboden een moord te plegen of overspel te bedrijven, of u in te laten met achterklap of laster; schuwt dan hetgeen in de heilige Boeken en Tafelen is verboden.

Noot:35,36,37

20. Wij hebben de erfenis in zeven categorieën ingedeeld: aan de kinderen hebben Wij negen gedeeltes omvattend vijfhonderdveertig delen toegewezen, aan de echtgenote acht gedeeltes omvattend vierhonderdtachtig delen, aan de vader zeven gedeeltes omvattend vierhonderdtwintig delen, aan de moeder zes gedeeltes omvattend driehonderdzestig delen, aan de broers vijf gedeeltes of driehonderd delen, aan de zusters vier gedeeltes of tweehonderdveertig delen, en aan de leraren drie gedeeltes of honderdtachtig delen. Aldus luidde het gebod van Mijn Voorloper, Hij Die Mijn Naam in de nacht en bij het aanbreken van de dag verheerlijkt. Toen Wij het misbaar van de nog niet geboren kinderen vernamen, hebben Wij hun aandeel verdubbeld en dat van de rest verminderd. Hij heeft voorwaar de macht te beschikken al wat Hij wenst, en krachtens Zijn soevereine macht doet Hij wat Hem behaagt.

Noot:38,39,40,41

21. Mocht de overledene geen nakomelingen achterlaten, dan komt hun erfdeel toe aan het Huis van Gerechtigheid en moet het door de Gevolmachtigden van de Albarmhartige worden besteed aan wezen, weduwen en weduwnaren, en aan al wat het merendeel der mensen ten goede zal komen, opdat allen hun Heer, de Algenadige, de Vergever, dank mogen betuigen.

Noot:42

22. Mocht de overledene wel nakomelingen achterlaten, maar geen van de andere categorieën erfgenamen die in het Boek zijn omschreven, dan ontvangen zij tweederde van de erfenis en vervalt het resterende derde deel aan het Huis van Gerechtigheid. Aldus luidt het gebod dat in majesteit en heerlijkheid is gegeven door Hem Die de Albezittende, de Allerhoogste is.

Noot:43

23. Indien de overledene geen van de omschreven erfgenamen achterlaat, maar onder zijn verwanten neven en nichten heeft, hetzij van de kant van zijn broer, hetzij van die van zijn zuster, wordt tweederde van de erfenis aan hen vermaakt; of, als deze er niet zijn, aan zijn ooms en tantes van zowel zijn vaders als zijn moeders kant, en na hen aan hun zonen en dochters. Het resterende derde deel van de erfenis vervalt in elk geval aan de Zetel van Gerechtigheid. Aldus is het in het Boek vastgelegd door Hem Die over alle mensen heerst.

Noot:

24. Mocht de overledene langer geleefd hebben dan allen wier namen zijn opgetekend door de Pen van de Allerhoogste, dan zal zijn nalatenschap in haar geheel vervallen aan voornoemde Zetel, opdat ze moge worden besteed aan hetgeen door God is voorgeschreven. Hij is waarlijk de Beschikker, de Alvermogende.

Noot:

25. Wij hebben de woning en de kleding van de overledene toegewezen aan de mannelijke nakomelingen, niet aan de vrouwelijke, noch aan de andere erfgenamen. Hij is waarlijk de Grootmoedige, de Almilddadige.

Noot:44

26. Mocht de zoon van de overledene gestorven zijn in de levensdagen van zijn vader, en kinderen hebben achtergelaten, dan erven zij het deel van hun vader, zoals voorgeschreven in het Boek van God. Verdeelt hun aandeel onder hen met volmaakte gerechtigheid. Aldus kwamen de machtige golven van de Oceaan van Woorden aanzwellen en brachten de parelen voort van de wetten die zijn beschikt door de Heer der gehele mensheid.

Noot:45

27. Indien de overledene minderjarige kinderen achterlaat, moet hun deel van de erfenis in bewaring worden gegeven aan een vertrouwd persoon, of aan een maatschappij, zodat het namens hen kan worden belegd in handel en zaken totdat zij meerderjarig worden. De gevolmachtigde moet een rechtmatig aandeel van de aldus verkregen vermogensaanwas toegewezen krijgen.

Noot:46

28. De verdeling van de nalatenschap dient eerst plaats te vinden nadat de Huqúqu'lláh betaald is, eventuele schulden voldaan en de kosten van de rouwplechtigheid en teraardebestelling betaald zijn, en die maatregelen getroffen zijn waardoor de overledene waardig en eervol naar zijn rustplaats kan worden gebracht. Aldus is beschikt door Hem Die de Heer van het begin en het einde is.

Noot:47

29. Zeg: Dit is die verborgen kennis die nimmer zal veranderen, daar ze begint met negen, het symbool dat een teken is van de verborgen en onthulde, de onschendbare en onbenaderbaar verheven Naam. Wat betreft hetgeen Wij de kinderen hebben toegewezen, dit is een genade die hun door God is verleend, opdat zij hun Heer, de Meedogende, de Barmhartige dank mogen betuigen. Voorwaar, dit zijn Gods Wetten; overtreedt ze niet op ingeving van uw lage en zelfzuchtige begeerten. Neemt de geboden in acht die u zijn opgelegd door Hem Die de Dageraadsplaats van Woorden is. De oprechten onder Zijn dienaren zullen de door God gegeven voorschriften beschouwen als het Water des Levens voor de volgelingen van elk geloof, en de Lamp van wijsheid en liefdevolle voorzienigheid voor alle bewoners van hemel en aarde.

Noot:48

30. De Heer heeft beschikt dat in iedere stad een Huis van Gerechtigheid moet worden opgericht, waarin raadslieden ten getale van Bahá samenkomen, en mocht dit aantal overschreden worden dan geeft dat niet. Zij moeten zichzelf beschouwen als mensen die het Hof van de tegenwoordigheid van God, de Verhevene, de Allerhoogste, binnengaan, en als mensen die Hem Die de Ongeziene is, aanschouwen. Het betaamt hun de vertrouwelingen van de Barmhartige onder de mensen te zijn, en zichzelf te beschouwen als de door God aangestelde beschermers van allen die op aarde wonen. Het is hun plicht samen te beraadslagen en terwille van God rekening te houden met de belangen van Zijn dienaren zoals zij rekening houden met hun eigen belangen, en datgene te kiezen wat gepast en betamelijk is. Dit heeft de Heer uw God u bevolen. Weest op uw hoede dat gij niet terzijde legt hetgeen duidelijk in Zijn Tafel is geopenbaard. Vreest God, o gij die waarneemt.

Noot:49,50,51,52

31. O mensen op aarde! Bouwt in de landen overal huizen van aanbidding in de naam van Hem Die de Heer van alle religies is. Maakt ze zo volmaakt als mogelijk is in de wereld van het bestaan, en tooit ze met hetgeen passend is, niet met beelden en afbeeldingen. Verkondigt daar vervolgens met stralende vreugde de lof van uw Heer, de Meedogendste. Waarlijk, door het Hem gedenken wordt het oog verblijd en wordt het hart vol van licht.

Noot:53

32. De Heer heeft beschikt dat diegenen onder u die daartoe in staat zijn een pelgrimstocht naar het heilige Huis moeten maken; hiervan heeft Hij vrouwen vrijgesteld als een daad van Zijn barmhartigheid. Hij is in waarheid de Almilddadige, de Edelmoedigste.

Noot:54,55

33. O volk van Bahá! Een ieder van u heeft de plicht een beroep uit te oefenen - zoals een ambacht, een vak of iets dergelijks. Wij hebben het verrichten van zulk werk verheven tot de rang van aanbidding van de ene ware God. Overdenkt, o volk, de genade en de zegeningen van uw Heer, en betuigt Hem dank in de avondstond en bij het aanbreken van de dag. Verspilt uw uren niet in ledigheid en luiheid, maar houdt u bezig met wat uzelf en anderen tot voordeel strekt. Aldus is bevolen in deze Tafel vanuit welks horizont de dagster van wijsheid en woorden heeft geschenen. De verachtelijkste mensen zijn in Gods ogen zij die bedelen. Houdt vast aan het koord van bestaansmiddelen, en stelt uw vertrouwen in God, Die in alle middelen voorziet.

Noot:56

34. De handkus is volgens het Boek niet toegestaan. Dit gebruik is door God, de Heer van heerlijkheid en gebod, verboden. Het is niemand geoorloofd zich om vergiffenis tot een ander te wenden; laat berouw een zaak zijn tussen uzelf en God. Hij is waarlijk de Vergever, de Milddadige, de Genadige, Degene Die de boetvaardige vergeeft.

Noot:57,58

35. O gij dienaren van de Barmhartige! Staat op om de Zaak van God op zodanige wijze te dienen dat de zorgen en smarten veroorzaakt door hen die niet in de Dageraad van de Tekenen Gods geloven, u niet zullen treffen. Toen de Belofte werd vervuld en de Beloofde werd geopenbaard, ontstonden er geschillen tussen de geslachten der aarde en volgde ieder volk zijn eigen fantasieën en nutteloze verbeelding.

Noot:

36. Onder de mensen is hij die plaats neemt tussen de sandalen bij de deur terwijl hij in zijn hart de erezetel begeert. Zeg: Wat voor een mens zijt gij, o verwaande en achteloze, die anders wilt lijken dan gij zijt? En onder de mensen is hij die aanspraak maakt op innerlijke kennis en op nog diepere kennis die binnen deze kennis verborgen is. Zeg: Gij spreekt vals! Bij God! Hetgeen gij bezit is niets dan lege doppen die Wij voor u hebben overgelaten zoals botten voor de honden worden overgelaten. Bij de gerechtigheid van de ene ware God! Zou iemand de voeten van de gehele mensheid wassen, en zou hij God aanbidden in de wouden, de valleien en de bergen, op hoge heuvels en imposante pieken, en er zou geen kei, boom of kluit aarde overblijven die niet getuige was van zijn aanbidding - toch zouden, indien de geur van Mijn welbehagen niet bij hem waargenomen wordt, zijn werken voor God nimmer aanvaardbaar zijn. Aldus is beschikt door Hem Die de Heer van allen is. Hoe velen zijn er die zich hebben afgezonderd in de landstreken van India, die zich de dingen die God als wettig heeft beschikt hebben ontzegd, zich soberheid en zelfkastijding hebben opgelegd, en die niet door God, de Openbaarder van Verzen, worden herdacht. Maakt uw daden niet tot netten om het doel van uw verlangen in te verstrikken, en ontzegt u niet dit Ultieme Doel, waarnaar allen die God zijn genaderd steeds vurig hebben verlangd. Zeg: De levenskern van alle daden is Mijn welbehagen, en alle dingen hangen af van Mijn aanvaarding. Leest de Tafelen opdat gij weet wat de Boeken van God, de Alglorierijke, de Immer Milddadige tot doel hebben. Hij die Mijn liefde deelachtig wordt kan aanspraak maken op een gouden troon, om daarop in ere boven de gehele wereld te zitten; wat betreft hem die ervan verstoken is, ook al zit hij in het stof, dat stof zou een schuilplaats zoeken bij God, de Heer van alle Religies.

Noot:59,60,61

37. Al wie aanspraak maakt op een Openbaring rechtstreeks van God alvorens duizend jaar ten volle zijn verstreken, is voorzeker een leugenaar en een bedrieger. Wij smeken God dat Hij hem genadiglijk moge bijstaan zulk een aanspraak te herroepen en er afstand van te doen. Mocht hij berouw hebben, dan zal God hem ongetwijfeld vergeven. Indien hij echter in zijn dwaling volhardt, zal God voorzeker iemand zenden om onverbiddelijk met hem af te rekenen. Waarlijk, God straft vreselijk! Al wie dit vers anders uitlegt dan naar zijn duidelijke betekenis, is verstoken van de Geest Gods en van Zijn barmhartigheid die al het geschapene omvat. Vreest God en volgt niet uw nutteloze fantasieën. Neen, volgt liever het gebod van uw Heer, de Almachtige, de Alwijze. Weldra zullen in de meeste landen luidruchtige stemmen opklinken. Mijdt ze, o Mijn volk, en volgt niet de onrechtvaardigen en kwaadgezinden. Dit is hetgeen waarvoor Wij u waarschuwden toen Wij in `Iráq woonden, en later toen Wij in het Land van Mysterie verbleven, en nu vanaf deze Luisterrijke Plek.

Noot:62,63

38. Weest niet ontmoedigd, o volkeren der aarde, wanneer de dagster van Mijn schoonheid is ondergegaan en de hemel van Mijn aardse tempel aan uw oog is onttrokken. Verheft u om Mijn Zaak te bevorderen en Mijn Woord onder de mensen te verheerlijken. Wij zijn te allen tijde met u en zullen u sterken door de kracht van de waarheid. Wij zijn waarlijk almachtig. Al wie Mij heeft erkend, zal opstaan en Mij met zulk een vastberadenheid dienen dat de krachten van hemel en aarde hem niet van zijn doel zullen kunnen afhouden.

Noot:

39. De volkeren der aarde zijn in diepe slaap verzonken. Zouden zij uit hun sluimer ontwaken, dan zouden zij zich geestdriftig spoeden naar God, de Alwetende, de Alwijze. Zij zouden zich ontdoen van alles wat zij bezitten, ook al zouden dit alle schatten der aarde zijn, opdat hun Heer hen moge gedenken al was het door slechts één woord tot hen te richten. Aldus luidt de opdracht u gegeven door Hem Die de kennis der verborgen dingen bezit, in een Tafel welke door het oog der schepping niet is aanschouwd en welke aan niemand is geopenbaard dan aan Hemzelf, de almachtige Beschermer aller werelden. Zij zijn in de roes van hun kwade begeerten zozeer van hun zinnen beroofd, dat zij niet bij machte zijn de Heer van alle bestaan te erkennen, Wiens stem luide uit iedere richting roept: "Er is geen ander God dan Ik, de Machtige, de Alwijze."

Noot:

40. Zeg: Verheugt u niet over de dingen die gij bezit; vanavond zijn ze nog van u, morgen zullen anderen ze bezitten. Aldus waarschuwt u de Alwetende, Hij Die van alles op de hoogte is. Zeg: Kunt gij beweren dat hetgeen gij bezit blijvend of zeker is? Neen! Bij Mijzelf, de Albarmhartige, dat kunt gij niet indien gij behoort tot hen die eerlijk oordelen. De dagen van uw leven vlieden heen als een zuchtje wind, en al uw pracht en praal zal voorbijgaan gelijk de pracht en praal van hen die u zijn voorgegaan. Overdenkt, o mensen! Wat is er geworden van uw vervlogen dagen, uw vergane eeuwen? Zalig de dagen die zijn gewijd aan het gedenken van God, en gezegend de uren die zijn doorgebracht met het loven van Hem Die de Alwijze is. Bij Mijn leven! Noch de praal van de machtigen, noch de overvloed van de rijken, en zelfs niet het overwicht van de goddelozen zal duurzaam zijn. Alles zal vergaan na een woord van Hem. Hij is waarlijk de Almogende, de Algebiedende, de Almachtige. Welk voordeel schuilt er in de aardse dingen die de mensen bezitten? Hetgeen hun zal baten hebben zij volkomen veronachtzaamd. Eerlang zullen zij uit hun sluimer ontwaken en ontdekken dat zij niet kunnen verwerven wat hun is ontgaan in de dagen van hun Heer, de Almachtige, de Algeprezene. Wisten zij dit slechts, dan zouden zij van alles afstand doen, opdat hun naam voor Zijn troon genoemd moge worden. Zij worden waarlijk tot de doden gerekend.

Noot:

41. Onder de mensen is hij die door zijn geleerdheid hovaardig is geworden, en die daardoor verhinderd is Mijn Naam, de Bij-Zich-Bestaande, te erkennen; die, wanneer hij de tred van hem volgende sandalen hoort, zich hoger gaat achten dan Nimrod. Zeg: O verworpene! Waar is nu zijn verblijfplaats? Bij God, hij verkeert in het diepste vuur. Zeg: O schare godgeleerden! Hoort gij niet het schrille geluid van Mijn Verhevenste Pen? Ziet gij niet deze Zon die in luisterrijke pracht boven de Alglorierijke Horizon schijnt? Hoe lang nog zult gij de afgoden van uw boze hartstochten aanbidden? Laat uw nutteloze verbeelding los, en keert u tot God, uw Eeuwige Heer.

Noot:64,65

42. Schenkingen uit liefdadigheid vallen terug aan God, de Openbaarder van Tekenen. Niemand heeft het recht erover te beschikken zonder verlof van Hem Die de Dageraadsplaats van Openbaring is. Na Hem gaat deze bevoegdheid over op de Aghsán, en na hen op het Huis van Gerechtigheid - indien dit intussen in de wereld gevestigd is - opdat zij deze schenkingen kunnen aanwenden ten bate van de Plaatsen die in deze Zaak verheerlijkt zijn, en voor al hetgeen hun is opgelegd door Hem Die de God van macht en kracht is. Anders zullen deze schenkingen vervallen aan het volk van Bahá dat niet spreekt dan met Zijn verlof en niet oordeelt dan in overeenstemming met hetgeen God in deze Tafel heeft bevolen - ziet, zij zijn de voorvechters van overwinning tussen hemel en aarde - opdat zij deze schenkingen kunnen gebruiken op de wijze die in het Boek is opgetekend door God, de Machtige, de Milddadige.

Noot:66,67

43. Weeklaagt niet in het uur van uw beproeving en verheugt u er evenmin over; zoekt de Middenweg, welke is het Mij gedenken in uw bezoekingen en het overdenken van hetgeen u in de toekomst kan overkomen. Aldus leert u de Alwetende, de Welingelichte.

Noot:

44. Scheert uw hoofd niet kaal; God heeft het getooid met haar, en daarin zijn tekenen van de Heer der schepping voor hen die nadenken over de vereisten van de natuur. Hij is waarlijk de God van kracht en wijsheid. Het is desondanks niet gepast het haar tot over de oren te laten groeien. Aldus is beschikt door Hem Die de Heer aller werelden is.

Noot:68,69

45. Voor de dief zijn verbanning en gevangenschap beschikt; bij het derde vergrijp moet u een merkteken aanbrengen op zijn voorhoofd, opdat hij, aldus herkenbaar gemaakt, niet opgenomen zal worden in de steden van God en Zijn landen. Hoedt u dat gij niet uit mededogen de geboden van het Geloof van God verzuimt uit te voeren; doet zoals u bevolen is door Hem Die meedogend en barmhartig is. Wij onderrichten u met de scepter van wijsheid en wetten zoals de vader die zijn zoon opvoedt, en dit om geen andere reden dan ter bescherming van uzelf en ter verheffing van uw staat. Bij Mijn leven, zoudt gij ontdekken wat Wij met het openbaren van Onze heilige wetten voor u hebben gewenst, dan zoudt gij uw eigen ziel offeren voor dit heilige, dit machtige en meest verheven Geloof.

Noot:70,71

46. Een ieder die gebruik wenst te maken van zilveren en gouden schalen staat het vrij dat te doen. Wanneer gij voedsel neemt, hoedt u er dan voor uw handen in de inhoud van de schalen en schotels te steken. Maakt u die gewoonten eigen die het meest met verfijning in overeenstemming zijn. Hij ziet waarlijk graag dat gij de manieren hebt van de bewoners van het Paradijs in Zijn machtige en verhevenste Koninkrijk. Houdt onder alle omstandigheden vast aan verfijning, opdat uw ogen niet hoeven te aanschouwen wat voor uzelf èn voor de bewoners van het Paradijs weerzinwekkend is. Mocht iemand daarvan afwijken, dan zal zijn daad op dat moment zinloos worden; mocht hij echter een goede reden hebben, dan zal God hem verontschuldigen. Hij is in waarheid de Barmhartige, de Milddadigste.

Noot:72,73,74

47. Hij Die de Dageraadsplaats van Gods Zaak is heeft geen deelgenoot in de Allergrootste Onfeilbaarheid. Hij is het Die, in het koninkrijk der schepping, de Manifestatie is van "Hij doet al wat Hij wil". God heeft deze onderscheiding voorbehouden aan Zijn eigen Zelf, en voor niemand een aandeel beschikt in zulk een verheven en alles te boven gaande staat. Dit is het Besluit van God, voorheen verhuld in de sluier van ondoordringbaar mysterie. Wij hebben het in deze Openbaring onthuld, en hebben daarmee de sluiers vaneengescheurd van hen die hetgeen in het Boek van God is uiteengezet niet hebben erkend en die tot de achtelozen werden gerekend.

Noot:75

48. Elke vader is gehouden zijn zoon en dochter in de kunst van het lezen en schrijven te onderrichten, alsmede in alles wat in de Heilige Tafel is opgetekend. Wanneer iemand zich onttrekt aan hetgeen hem is geboden moeten de Gevolmachtigden zoveel van hem inhouden als voor hun onderricht vereist is indien hij een vermogend man is; zo niet, dan valt de kwestie toe aan het Huis van Gerechtigheid. Waarlijk, Wij hebben het tot een toevluchtsoord voor de armen en behoeftigen gemaakt. Wanneer iemand zijn zoon of de zoon van een ander opvoedt, is het alsof hij een zoon van Mij heeft opgevoed; op hem ruste Mijn heerlijkheid, Mijn goedertierenheid en Mijn barmhartigheid, die de wereld omvatten.

Noot:76

49. God heeft iedere overspelige man en vrouw een boete opgelegd, te betalen aan het Huis van Gerechtigheid: negen mithqál goud, te verdubbelen indien zij de overtreding opnieuw begaan. Dit is de straf die Hij Die de Heer van Namen is voor hen heeft vastgesteld in deze wereld; en in de komende wereld heeft Hij een vernederende kwelling voor hen beschikt. Mocht iemand door een zonde worden gekweld, dan betaamt het hem daarover berouw te hebben en tot zijn Heer terug te keren. Hij schenkt waarlijk vergeving aan al wie Hij wil, en niemand mag in twijfel trekken hetgeen Hem behaagt te beschikken. Hij is in waarheid de Immer Vergevende, de Almachtige, de Algeprezene.

Noot:77,78

50. Hoedt u, dat gij door de sluiers van roem niet wordt belemmerd deel te hebben aan de kristalheldere wateren van deze levende Bron. Grijpt bij dit ochtendgloren de kelk van verlossing in Naam van Hem Die de dag doet aanbreken, en drinkt met volle teugen ter ere van Hem Die de Alglorierijke, de Onvergelijkelijke is.

Noot:

51. Wij hebben u toegestaan naar muziek en zang te luisteren. Waakt er evenwel voor dat u door ernaar te luisteren de grenzen der welvoeglijkheid en waardigheid niet overschrijdt. Laat uw vreugde de vreugde zijn die voortkomt uit Mijn Grootste Naam, een Naam die het hart met verrukking vervult en de geest van allen die God zijn genaderd in vervoering brengt. Wij hebben waarlijk muziek tot een ladder voor uw ziel gemaakt, een middel waardoor de ziel kan opstijgen naar het rijk in den hoge; maakt de muziek derhalve niet tot vleugels voor zelfzucht en hartstocht. Waarlijk, Wij hebben er een afkeer van te zien dat u tot de dwazen wordt gerekend.

Noot:79

52. Wij hebben beschikt dat een derde deel van alle boetes toekomt aan de Zetel van Gerechtigheid, en Wij sporen zijn mannen aan volkomen gerechtigheid in acht te nemen, opdat zij hetgeen aldus is bijeengebracht kunnen gebruiken voor die doeleinden die hen zijn opgelegd door Hem Die de Alwetende, de Alwijze is. O gij Mannen van Gerechtigheid! Weest in het rijk van God de herders van Zijn schapen en beschermt hen tegen de roofzuchtige wolven die in vermomming zijn verschenen, zoals gij ook uw eigen zonen zoudt beschermen. Aldus maant u de Raadgever, de Getrouwe.

Noot:80

53. Mochten er onder u ergens geschillen over ontstaan, legt die kwestie dan voor aan God terwijl de Zon nog boven de Horizont van deze Hemel staat, en raadpleegt, wanneer hij is ondergegaan, al wat door Hem neergezonden is. Dit is waarlijk toereikend voor de volkeren der wereld. Zeg: Laat uw hart niet worden verontrust, o mensen, wanneer de glorie van Mijn Tegenwoordigheid is weggeëbd en de oceaan van Mijn woorden is verstild. In Mijn aanwezigheid in uw midden ligt een wijsheid, en in Mijn afwezigheid ligt een andere wijsheid, die onnaspeurlijk is voor allen buiten God, de Onvergelijkelijke, de Alwetende. Waarlijk, Wij aanschouwen u vanuit Ons rijk van heerlijkheid en zullen een ieder die zich inzet voor de zege van Onze Zaak bijstaan met de Heirscharen in den hoge en een stoet van Onze begunstigde engelen.

Noot:

54. O volkeren der aarde! God, de Eeuwige Waarheid, is Mijn getuige dat beken fris en kabbelend water uit de rotsen stromen door de zoetheid van de woorden die zijn geuit door uw Heer, de Onbeperkte; en nog sluimert gij. Ontdoet u van uw bezittingen en verheft u op de wieken van onthechting hoog boven al het geschapene uit. Aldus gebiedt u de Heer der schepping, Die met een streek van Zijn Pen een ommekeer in de ziel der mensheid teweeg heeft gebracht.

Noot:

55. Weet gij vanuit welke hoogten uw Heer, de Alglorierijke, roept? Denkt gij dat gij de Pen hebt herkend waarmede uw Heer, de Heer aller namen, u gebiedt? Neen, bij Mijn leven! Wist gij het slechts, dan zoudt gij de wereld verzaken en u met volle overgave naar de tegenwoordigheid van de Welbeminde spoeden. Uw geest zou door Zijn Woord zo in vervoering geraken dat dit in de Hogere Wereld hevige opschudding zou veroorzaken - hoeveel te meer in deze kleine en onbeduidende wereld! Aldus zijn de regens van Mijn milddadigheid in stromen uit de hemel van Mijn goedertierenheid op u neergedaald als een teken van Mijn genade, opdat gij tot de dankbaren moogt behoren.

Noot:

56. De straf voor het iemand slaan of verwonden hangt af van de ernst van het letsel; voor iedere gradatie heeft de Heer des Oordeels een bepaalde schadeloosstelling voorgeschreven. Hij is in waarheid de Beschikker, de Machtige, de Verhevenste. Wij zullen, indien het Onze Wil is, deze vergoedingen in hun juiste verhoudingen bekendmaken - dit is een belofte Onzerzijds en waarlijk, Hij houdt Zich aan Zijn belofte en Hij kent alle dingen.

Noot:81

57. Waarlijk, u is opgelegd eens in de maand een feest te geven, al wordt er slechts water geserveerd; want God heeft tot doel harten aaneen te smeden, zij het door zowel aardse als hemelse middelen.

Noot:82

58. Hoedt u dat vleselijke begeerten en verdorven neigingen geen verdeeldheid onder u veroorzaken. Weest als de vingers van één hand en de ledematen van één lichaam. Deze raad geeft u de Pen van Openbaring, zo gij behoort tot hen die geloven.

Noot:

59. Overdenkt de barmhartigheid van God en Zijn gaven. Hij schrijft u voor hetgeen heilzaam voor u is, ofschoon Hij het Zelf zeer goed zonder enig schepsel kan stellen. Uw wandaden kunnen Ons nimmer deren, evenmin kunnen uw goede werken Ons baten. Geheel omwille van God roepen Wij u op. Hiervan zal ieder verstandig en begrijpend mens getuigen.

Noot:

60. Indien gij met roofdieren of roofvogels jaagt, roept dan Gods Naam aan wanneer gij hen achter hun prooi aanstuurt; want dan zal alles wat zij vangen rechtmatig van u zijn, zelfs als het al dood blijkt te zijn. Hij is waarlijk de Alwetende, de Welingelichte. Hoedt u er echter voor overmatig te jagen. Betreedt in alle dingen het pad van gerechtigheid en billijkheid. Aldus gebiedt u Hij Die de Dageraadsplaats van Openbaring is; hoe wenste Ik dat gij het begreep.

Noot:83,84

61. God heeft u geboden vriendelijkheid te betrachten jegens Mijn verwanten, maar Hij heeft hun geen recht op het bezit van anderen gegeven. Hij is waarlijk onafhankelijk en heeft Zijn schepselen geenszins van node.

Noot:85

62. Indien iemand met voorbedachten rade een huis door brand verwoest, zult gij hem eveneens verbranden; indien iemand moedwillig een ander om het leven brengt, zult gij hem eveneens ter dood brengen. Houdt u met al uw macht en kracht vast aan de voorschriften Gods, en verlaat de wegen van de onwetenden. Indien gij de brandstichter en de moordenaar tot levenslange gevangenisstraf veroordeelt, is dit geoorloofd overeenkomstig de bepalingen van het Boek. Hij heeft waarlijk de macht te beschikken al wat Hem behaagt.

Noot:86,87

63. God heeft u het huwelijk voorgeschreven. Hoedt u dat gij niet meer dan twee vrouwen neemt. Een ieder die zich met één echtgenote uit de dienaressen van God tevredenstelt, hij en zij zullen beiden in rust leven. En hij die een dienstbode in dienst wil nemen mag dit op welvoeglijke wijze doen. Aldus luidt het gebod dat in waarheid en gerechtigheid te boek is gesteld door de Pen van Openbaring. Treedt in het huwelijk, o mensen, opdat gij iemand moogt voortbrengen die melding van Mij zal maken onder Mijn dienaren. Dit is Mijn gebod aan u; houdt u er stevig aan vast tot steun voor uzelf.

Noot:88,89,90,91

64. O mensen der wereld! Volgt niet de ingevingen van het ik, want dit roept voortdurend op tot verdorvenheid en begeerte; volgt liever Hem Die de Bezitter van al het geschapene is, Die u gebiedt vroomheid te tonen en van de vreze Gods blijk te geven. Hij is waarlijk onafhankelijk van al Zijn schepselen. Hoedt u dat gij geen onheil aanricht in het land nadat het is geordend. Al wie op die wijze handelt is niet van Ons, en Wij zijn van hem verlost. Aldus luidt het gebod dat, door de kracht der waarheid, bekend is gemaakt uit de hemel van Openbaring.

Noot:

65. In de Bayán is bepaald dat een huwelijk afhankelijk is van de instemming van beide partijen. Vanuit Ons verlangen liefde, eenheid en harmonie onder Onze dienaren te vestigen, hebben Wij de toestemming van de ouders als voorwaarde gesteld, wanneer de wens van het paar eenmaal bekend is, opdat er geen vijandigheid en haat tussen hen ontstaat. En hiermee hebben Wij nog andere doeleinden. Aldus is Ons gebod ingesteld.

Noot:92

66. Er kan geen huwelijk worden gesloten zonder betaling van een bruidsgeschenk, dat voor stadsbewoners is vastgesteld op negentien mithqál zuiver goud, en voor dorpsbewoners op dezelfde hoeveelheid zilver. Al wie dit bedrag wenst te verhogen is het niet toegestaan de grens van vijfennegentig mithqál te overschrijden. Aldus is het gebod neergeschreven met macht en majesteit. Indien hij zich echter tevredenstelt met het betalen van het laagste bedrag, zal dat volgens het Boek beter voor hem zijn. Waarlijk, God verrijkt al wie Hij wil door hemelse èn aardse middelen, en Hij heeft in waarheid macht over alle dingen.

Noot:93,94,95

67. Door God is beschikt dat, mocht iemand van Zijn dienaren het voornemen hebben op reis te gaan, hij voor zijn vrouw een tijd moet vaststellen waarop hij thuis zal komen. Wanneer hij op de toegezegde tijd terugkeert, zal hij het gebod van zijn Heer hebben gehoorzaamd en zal hij door de Pen van Zijn bevel tot de rechtschapenen worden gerekend; anders moet hij, als er een goede reden voor vertraging is, zijn vrouw op de hoogte stellen en zich tot het uiterste inspannen naar haar terug te keren. Mocht geen van beide gevallen zich voordoen, dan past het haar een periode van negen maanden te wachten, waarna er voor haar geen belemmering is een andere echtgenoot te nemen; maar zou ze langer wachten, waarlijk, God heeft die mannen en vrouwen lief die geduld betonen. Gehoorzaamt Mijn geboden, en volgt niet de goddelozen, zij die in Gods Heilige Tafel tot de zondaars worden gerekend. Indien haar tijdens de periode dat zij wacht een bericht van haar echtgenoot bereikt, moet zij de weg bewandelen die prijzenswaardig is. Hij wenst in waarheid dat Zijn dienaren en Zijn dienaressen in harmonie met elkaar leven; weest op uw hoede ook maar iets te doen wat onverzoenlijkheid tussen u kan veroorzaken. Aldus is het besluit vastgesteld en de belofte vervuld. Indien haar echter het nieuws bereikt dat haar echtgenoot is omgekomen of vermoord, en dit door een algemeen bericht of door de verklaring van twee rechtvaardige getuigen bevestigd wordt, past het haar alleen te blijven; daarna, wanneer het vastgestelde aantal maanden ten einde is, is zij vrij de weg van haar keuze te volgen. Aldus luidt het gebod van Hem Die machtig en krachtig is in Zijn bevel.

Noot:96,97,98,99

68. Wanneer er wrok of antipathie tussen man en vrouw ontstaat, dient hij niet van haar te scheiden maar een jaar lang geduldig te wachten, opdat wellicht de zoete geur van genegenheid tussen hen hernieuwd wordt. Indien hun liefde na het voltooien van deze periode niet is teruggekeerd, is het toegestaan dat er echtscheiding plaatsvindt. Gods wijsheid omvat waarlijk alle dingen. De Heer heeft in een Tafel, beschreven door de Pen van Zijn gebod, het gebruik verboden waartoe gij voorheen uw toevlucht kon nemen wanneer gij driemaal van een vrouw gescheiden waart. Dit heeft Hij gedaan als een gunst Zijnerzijds, opdat gij tot de dankbaren moogt worden gerekend. Hij die van zijn vrouw gescheiden is kan, zolang zij geen andere echtgenoot genomen heeft, na verloop van iedere maand besluiten haar te hertrouwen wanneer er wederzijdse genegenheid en instemming is. Mocht zij hertrouwd zijn, dan wordt de scheiding door deze andere verbintenis bevestigd, en is de zaak afgedaan, tenzij uiteraard haar omstandigheden veranderen. Aldus is het gebod met majesteit in deze glorierijke Tafel gegrift door Hem Die de Dageraadsplaats van Schoonheid is.

Noot:100,101,102

69. Indien de vrouw haar man op een reis vergezelt en er ontstaan onderweg geschillen tussen hen, dan is hij verplicht haar voor een heel jaar onderhoud te verschaffen, en ofwel haar terug te brengen naar waar zij vandaan kwam, ofwel haar mèt de benodigdheden voor de reis toe te vertrouwen aan een betrouwbaar persoon die haar naar huis begeleidt. Waarlijk, Uw Heer beschikt naar het Hem behaagt, krachtens een soevereiniteit die de volkeren der aarde overschaduwt.

Noot:

70. Als een man zich van zijn vrouw laat scheiden vanwege bewezen ontrouw, ontvangt zij gedurende haar wachttijd geen toelage. Aldus heeft de dagster van Ons gebod luisterrijk geschenen vanuit het firmament van gerechtigheid. Waarlijk, de Heer heeft eendracht en harmonie lief, en verafschuwt uiteengaan en echtscheiding. O mensen, leeft tezamen in stralende vreugde. Bij Mijn leven! Allen die op aarde zijn zullen sterven, terwijl alleen goede daden zullen blijven bestaan; God Zelf getuigt van de waarheid van Mijn woorden. Legt uw geschillen bij, o Mijn dienaren; slaat dan acht op de vermaning van Onze Pen van Heerlijkheid en volgt niet de verwaanden en eigenzinnigen.

Noot:

71. Weest op uw hoede dat de wereld u niet misleidt zoals zij de mensen die u voorgingen misleid heeft! Neemt de wetten en geboden van uw Heer in acht, en bewandelt deze Weg die voor u is uitgezet in gerechtigheid en waarheid. Zij die ongerechtigheid en dwaling schuwen, die zich houden aan deugdzaamheid, behoren in de ogen van de ene ware God tot de voortreffelijksten van Zijn schepselen; hun namen worden hoog geprezen door de Scharen van de rijken in den hoge, en door degenen die verblijven in dit Tabernakel dat in Gods naam is opgericht.

Noot:

72. Het is u verboden in slaven te handelen, of het nu mannen zijn of vrouwen. Het is niet aan hem die zelf een dienaar is een andere dienaar van God te kopen, en dit is in Zijn Heilige Tafel verboden. Aldus is het gebod door Zijn genade te boek gesteld door de Pen van gerechtigheid. Laat niemand zich boven een ander verheffen; allen zijn slechts slaven voor de Heer, en allen zijn een voorbeeld van de waarheid dat er geen ander God is dan Hij. Hij is waarlijk de Alwijze, Wiens wijsheid alle dingen omvat.

Noot:

73. Tooit u met het kleed van voortreffelijke daden. Hij wiens daden Gods welbehagen verwerven behoort voorzeker tot het volk van Bahá en wordt voor Zijn troon herdacht. Staat de Heer der gehele schepping bij met rechtvaardige werken, en tevens door wijsheid en woorden. Aldus is u ontegenzeglijk geboden in de meeste Tafelen door Hem Die de Albarmhartige is. Hij is waarlijk op de hoogte van wat Ik zeg. Laat niemand met een ander twisten, en laat geen mens een ander doden; dit is waarlijk hetgeen u werd verboden in een Boek dat verborgen lag binnen in het Tabernakel van heerlijkheid. Wat! Wilt gij hem doden die door God tot leven is gewekt, die door een ademtocht van Hem met geest is begiftigd? Hoe smartelijk zou uw overtreding dan zijn voor Zijn troon! Vreest God, en heft niet de hand van onrechtvaardigheid en onderdrukking op om te vernietigen hetgeen Hij Zelf tot leven heeft geroepen; nee, bewandelt de weg van God, de Ware. Nauwelijks waren de heerscharen van ware kennis verschenen, de vaandels van goddelijke woorden dragend, of de stammen der religies werden op de vlucht gejaagd, slechts met uitzondering van diegenen die wensten te drinken van de stroom van eeuwig leven in een Paradijs dat werd geschapen door de ademtocht van de Alglorierijke.

Noot:

74. God heeft, ten teken van Zijn genade jegens Zijn schepselen, beschikt dat sperma niet onrein is. Betuigt Hem dank met stralende vreugde, en volgt niet degenen die ver verwijderd zijn van de Dageraadsplaats van Zijn nabijheid. Staat onder alle omstandigheden op om de Zaak te dienen, want God zal u voorzeker bijstaan door de kracht van Zijn soevereiniteit die de werelden overschaduwt. Klemt u vast aan het koord van verfijning met zulk een vasthoudendheid dat gij niet toelaat dat er ook maar een spoortje vuil op uw kleding te zien is. Zo luidt het uitdrukkelijke bevel van Degene Die boven alle verfijning verheven is. Een ieder die met goede reden niet aan deze maatstaf voldoet zal geen blaam treffen. God is waarlijk de Vergevende, de Barmhartige. Wast ieder ding dat vuil geworden is met water dat in geen van de drie opzichten verandering heeft ondergaan; waakt ervoor water te gebruiken dat door blootstelling aan de lucht of aan een andere stof verandering heeft ondergaan. Weest de ware essentie van reinheid onder de mensen. Dit is waarlijk hetgeen uw Heer, de Onvergelijkelijke, de Alwijze voor u wenst.

Noot:103,104,105

75. God heeft eveneens als een zegen van Zijn tegenwoordigheid het begrip "onreinheid", waardoor verschillende zaken en volken voor onrein werden gehouden, afgeschaft. Hij is voorzeker de Immer Vergevende, de Grootmoedigste. Voorwaar, al het geschapene werd ondergedompeld in de zee van loutering toen Wij, op die eerste dag van Ridván, de pracht van Onze uitmuntendste Namen en Onze verhevenste Attributen over de gehele schepping hebben uitgestort. Dit is waarlijk een teken van Mijn liefdevolle voorzienigheid, die alle werelden heeft omvat. Gaat dan om met de volgelingen van alle godsdiensten, en maakt de Zaak van uw Heer, de Meedogendste, bekend; dit is waarlijk de kroon der daden, zo gij behoort tot hen die begrijpen.

Noot:106,107

76. God heeft u geboden de uiterste reinheid te betrachten, in die zin dat gij wast wat door stof en zeker wat door hardgeworden vuil en dergelijke verontreinigd is. Vreest Hem, en behoort tot hen die rein zijn. Wanneer iemands kleding zichtbaar vuil is, zullen zijn gebeden niet tot God opstijgen, en zal de hemelse Schare zich van hem afkeren. Maakt gebruik van rozenwater en van zuivere parfum; dit is waarlijk hetgeen God heeft liefgehad vanaf het begin dat geen begin heeft, opdat door u zal worden verspreid wat uw Heer, de Onvergelijkelijke, de Alwijze, wenst.

Noot:

77. God heeft u ontheven van de verordening die is vastgelegd in de Bayán betreffende de vernietiging van boeken. Wij hebben u toegestaan die wetenschappen te bestuderen die u tot voordeel strekken, niet die welke uitmonden in nutteloze twistgesprekken; dit is beter voor u, zo gij behoort tot hen die begrijpen.

Noot:108,109,110

78. O koningen der aarde! Hij Die de soevereine Heer van allen is, is gekomen. Het Koninkrijk is aan God, de almachtige Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande. Aanbidt geen ander dan God en heft, met een stralend hart, uw gelaat naar uw Heer, de Heer aller namen. Dit is een Openbaring waarmee niets wat gij bezit ooit kan worden vergeleken, wist gij het slechts.

Noot:

79. Wij zien hoe u zich verheugt over hetgeen gij voor anderen hebt bijeengegaard en hoe gij u afsluit voor de werelden die slechts in Mijn welbewaarde Tafel geteld kunnen worden. De schatten die gij hebt verzameld hebben u ver van uw uiteindelijke doel afgebracht. Dit betaamt u niet, kon gij het slechts begrijpen. Reinigt uw hart van alle aardse smetten, en haast u binnen te gaan in het Koninkrijk van uw Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die de wereld deed beven en al haar bewoners deed weeklagen, behalve degenen die van alles afstand hebben gedaan en zich hebben vastgeklemd aan hetgeen de Verborgen Tafel heeft bevolen.

Noot:

80. Dit is de Dag waarin Hij Die met God sprak het licht van de Aloude van Dagen heeft bereikt, en met volle teugen de zuivere wateren van hereniging heeft gedronken uit deze Beker die de zeeën deed zwellen. Zeg: Bij de ene ware God! Sinaï cirkelt rond de Dageraad van Openbaring, terwijl uit de hoogten van het Koninkrijk de Stem van de Geest Gods te horen is die verkondigt: "Haast u, gij hoogmoedigen der aarde, en spoedt u tot Hem." Karmel heeft zich in deze Dag in verlangende aanbidding naar Zijn hof gespoed, terwijl uit het hart van Zion de roep klinkt: "De belofte is vervuld. Hetgeen in de heilige Geschriften van God, de Verhevenste, de Almachtige, de Meest Geliefde was aangekondigd, is openbaar gemaakt."

Noot:111,112,113,114

81. O koningen der aarde! De Allergrootste Wet is geopenbaard op deze Plek, dit toneel van alles te boven gaande luister. Al het verborgene is aan het licht gebracht krachtens de Wil van de Hoogste Beschikker, Hij Die het laatste Uur heeft ingeluid, door Wie de Maan is gespleten, en ieder onherroepelijk bevel is uiteengezet.

Noot:

82. Gij zijt slechts vazallen, O koningen der aarde! Hij Die de Koning der Koningen is, is verschenen, getooid met Zijn meest wondere heerlijkheid, en Hij ontbiedt u bij Zich, de Helper in Nood, de Bij-Zich-Bestaande. Hoedt u dat trots u er niet van weerhoudt de Bron van Openbaring te erkennen en dat de dingen van deze wereld u niet als door een sluier afscheiden van Hem Die de Schepper der hemelen is. Staat op en dient Hem Die het Verlangen aller natiën is, Die u door een woord van Hem heeft geschapen en u heeft voorbestemd om voor immer de symbolen van Zijn soevereiniteit te zijn.

Noot:

83. Bij de gerechtigheid Gods! Het is niet Onze wens de hand te leggen op uw koninkrijken. Het is Onze opdracht bezit te nemen van het hart der mensen. Daarop is het oog van Bahá gevestigd. Hiervan getuigt het Koninkrijk van Namen, kon gij het slechts begrijpen. Al wie zijn Heer volgt zal afstand doen van de wereld en al wat zich daarin bevindt; hoeveel groter moet dan de onthechting zijn van Hem Die een zo verheven rang bekleedt! Laat uw paleizen voor wat ze zijn, en haast u toegelaten te worden tot Zijn Koninkrijk. Waarlijk, dit zal u in deze wereld en in de volgende tot voordeel strekken. Hiervan getuigt de Heer van het rijk in den hoge, wist gij het slechts.

Noot:

84. Welk een gelukzaligheid wacht de koning die opstaat om Mijn Zaak te bevorderen in Mijn koninkrijk, die zich onthecht van alles buiten Mij! Zulk een koning wordt gerekend tot de metgezellen van de Karmozijnrode Ark - de Ark welke God gereed heeft gemaakt voor het volk van Bahá. Allen moeten zijn naam verheerlijken, moeten zijn staat eerbiedigen, en hem bijstaan de steden te ontsluiten met de sleutels van Mijn Naam, de almachtige Beschermer van allen die de zichtbare en onzichtbare koninkrijken bewonen. Zulk een koning is het ware oog der mensheid, het lichtend sieraad op het voorhoofd der schepping, de bron van zegeningen voor de gehele wereld. O volk van Bahá, offert uw gehele bezit, ja zelfs uw leven, om hem bij te staan.

Noot:115

85. O Keizer van Oostenrijk! Hij Die de Dageraad is van Gods Licht verbleef in de gevangenis van `Akká toen gij u op weg begaf om de Aqsá-moskee te bezoeken. U ging aan Hem voorbij en vroeg niet naar Hem door Wie ieder huis in aanzien stijgt en iedere verheven poort wordt ontsloten. Wij maakten haar waarlijk tot een plaats waarnaar de wereld zich moet wenden, opdat men Mij gedenkt, en toch hebt gij Hem Die het Doel van dit gedenken is verworpen toen Hij verscheen met het Koninkrijk van God, uw Heer en de Heer der werelden. Wij waren te allen tijde met u, en zagen hoe gij u vastklemde aan de Tak en geen acht sloeg op de Wortel. Uw Heer is voorwaar getuige van hetgeen Ik zeg. Wij waren diepbedroefd u rond Onze Naam te zien cirkelen, u niet van Ons bewust, ofschoon Wij voor u stonden. Open uw ogen, opdat gij deze glorieuze Verschijning kunt aanschouwen, en Hem kunt erkennen Die gij bij dag en bij nacht aanroept, en opdat gij uw blik kunt laten rusten op het Licht dat stralend boven deze heldere Horizont schijnt.

Noot:116

86. Zeg: O Koning van Berlijn! Geef gehoor aan de Stem die uit deze onloochenbare Tempel roept: "Waarlijk, er is geen ander God dan Ik, de Eeuwige, de Weergaloze, de Aloude van Dagen." Hoed u dat hoogmoed u niet belet de Dageraad van goddelijke Openbaring te erkennen, dat aardse begeerten u niet, als door een sluier, scheiden van de Heer van de Troon in den hoge en van de aarde hier beneden. Aldus luidt de raad die de Pen van de Allerhoogste u geeft. Hij is waarlijk de Genadigste, de Almilddadige. Denk aan degene wiens macht uw macht te boven ging en wiens rang uw rang overtrof. Waar is hij? Waar zijn zijn bezittingen gebleven? Wees gewaarschuwd, en behoor niet tot hen die in diepe slaap zijn. Hij was het die de Tafel van God achter zich wierp toen Wij hem mededeelden welk leed de legerscharen van tirannie Ons hadden aangedaan. Daarom werd hij van alle kanten door schande getroffen en hij ging te gronde in diepe vernedering. Denk diep na, o Koning, over hem en over hen die, evenals gij, steden hebben veroverd en over mensen hebben geheerst. Vanuit hun paleizen werden zij door de Albarmhartige neergelegd in hun graf. Wees gewaarschuwd, behoor tot hen die nadenken.

Noot:117,118

87. Wij hebben niets van u gevraagd. Waarlijk, omwille van God vermanen Wij u, en zullen Wij geduldig zijn, zoals Wij geduldig zijn geweest bij hetgeen Ons door uw hand is overkomen, o schare van koningen!

Noot:

88. Luistert, o heersers van Amerika en presidenten van de republieken aldaar, naar hetgeen de Duif koert op de Tak van Eeuwigheid: "Er is geen ander God dan Ik, de Immer Verblijvende, de Vergevende, de Almilddadige". Tooit de tempel van heerschappij met het ornament van gerechtigheid en van de vreze Gods, en zijn koepel met de kroon van het gedenken van uw Heer, de Schepper der hemelen. Aldus luidt de raad van Hem Die de Dageraad van Namen is, zoals bevolen door Hem Die de Alwetende, de Alwijze is. De Beloofde is in deze verheerlijkte Rang verschenen, waarop alle wezens, zowel de geziene als de ongeziene, zich hebben verheugd. Doet uw voordeel met de Dag van God. Waarlijk, Hem te ontmoeten is beter voor u dan alles wat onder de zon is, wist gij het slechts. O schare van heersers! Geeft gehoor aan hetgeen is aangeheven vanuit de Dageraad van Grootsheid: "Waarlijk, er is geen ander God dan Ik, de Heer van Woorden, de Alwetende". Richt de terneergeslagenen op met rechtvaardige hand en verplettert de invloedrijke onderdrukker met de roede van de geboden van uw Heer, de Beschikker, de Alwijze.

Noot:

89. O inwoners van Constantinopel! Luistert, vanuit uw midden horen Wij de onheilspellende roep van de uil. Heeft de roes van hartstocht u in zijn greep, of zijt gij weggezonken in achteloosheid? O Plek die aan de kust van de twee zeeën is gelegen! De troon van tirannie is waarlijk op u gevestigd, en de vlam van haat is in uw boezem ontstoken, zodanig dat de Schare in den hoge en zij die rond de Verheven Troon cirkelen, wenen en weeklagen. Wij zien bij u de dwazen over de wijzen heersen, en duisternis zich erop beroemen beter te zijn dan licht. Gij zijt waarlijk vervuld van onmiskenbare trots. Is uw uiterlijke pracht u naar het hoofd gestegen? Bij Hem Die de Heer der mensheid is! Deze pracht zal spoedig vergaan, en uw dochters en uw weduwen, en allen die binnen uw muren wonen, zullen weeklagen. Aldus verwittigt u de Alwetende, de Alwijze.

Noot:119,120

90. O oevers van de Rijn! Wij zagen u bedekt met bloed, aangezien de zwaarden van vergelding tegen u werden getrokken; en dit zal u nogmaals gebeuren. En Wij horen het weeklagen van Berlijn, ofschoon zij heden in volle luister praalt.

Noot:121

91. Laat niets u bedroeven, O Land van Tá , want God heeft u verkozen om de bron te zijn van de vreugde van de gehele mensheid. Hij zal, indien het Zijn Wil is, uw troon zegenen met iemand die met rechtvaardigheid zal heersen, die de kudde Gods welke door de wolven is verstrooid, bijeen zal brengen. Zulk een heerser zal met vreugde en blijdschap zijn gelaat naar het volk van Bahá keren en het zijn gunsten verlenen. Hij wordt in Gods ogen werkelijk beschouwd als een juweel onder de mensen. Op hem ruste voor immer de heerlijkheid Gods en de heerlijkheid van allen die in het koninkrijk van Zijn openbaring verwijlen.

Noot:122

92. Verheug u met grote vreugde, want God heeft u gemaakt tot "de dageraad van Zijn licht", aangezien in u de Manifestatie van Zijn Heerlijkheid werd geboren. Verheug u over deze naam die u is gegeven - een naam waardoor de dagster van genade zijn glans heeft verspreid, waardoor hemel en aarde zijn verlicht.

Noot:123

93. Eerlang zal de toestand in uw stad veranderen en zullen de teugels van macht in handen van het volk komen. Waarlijk, uw Heer is de Alwetende. Zijn gezag omvat alle dingen. Wees vol vertrouwen in de genadige gunst van uw Heer. Het oog van Zijn goedertierenheid zal eeuwig op u zijn gericht. De dag nadert waarop uw onrust tot vrede en rust zal zijn omgevormd. Aldus is het verordend in het wondere Boek.

Noot:

94. O Land van Khá!§ Wij horen uit u het stemgeluid van helden, aangeheven ter verheerlijking van uw Heer, de Albezittende, de Verhevenste. Gezegend de dag waarop de banieren van de goddelijke Namen in het koninkrijk der schepping geheven zullen zijn in Mijn Naam, de Alglorierijke. Op die dag zullen de gelovigen zich verheugen over Gods overwinning, en zullen de ongelovigen weeklagen.

Noot:124

95. Niemand moet wedijveren met hen die gezag over de mensen uitoefenen; laat aan hen hetgeen het hunne is, en richt uw aandacht op het hart der mensen.

Noot:

96. O Machtigste Oceaan! Besprenkel de natiën met hetgeen u is gelast door Hem Die de Vorst der Eeuwigheid is, en tooi de slapen van alle bewoners der aarde met het kleed van Zijn wetten waardoor alle harten zich zullen verheugen en alle ogen zullen worden verlicht.

Noot:

97. Wanneer iemand honderd mithqál goud verwerft, is daarvan negentien mithqál van God en dient die Hem, de Vormer van hemel en aarde, te worden teruggegeven. Hoedt u, o mensen, dat gij uzelf zulk een grote gunst niet ontzegt. Dit hebben Wij u geboden, ofschoon Wij het heel goed zonder u en zonder allen die in de hemelen en op aarde zijn kunnen stellen; hierin bevinden zich weldaden en wijsheden die het bevattingsvermogen van een ieder buiten God, de Alwetende, de Welingelichte, te boven gaan. Zeg: Hierdoor heeft Hij willen zuiveren hetgeen gij bezit en u in staat willen stellen een rang te naderen die niemand kan bevatten behalve degenen van wie God dat heeft gewild. Hij is in waarheid de Weldadige, de Genadige, de Milddadige. O mensen! Gaat niet trouweloos om met Gods Recht, en beschikt er niet vrij over zonder Zijn toestemming. Aldus is Zijn gebod ingesteld in de heilige Tafelen, en in dit verheven Boek. Hij die God trouweloos behandelt zal zelf billijkheidshalve trouweloosheid ondervinden; hij die echter handelt overeenkomstig Gods gebod zal een zegen ontvangen uit de hemel van de milddadigheid van zijn Heer, de Genadige, de Schenkende, de Grootmoedige, de Aloude van Dagen. Hij heeft waarlijk datgene voor u gewild wat uw kennis nu nog te boven gaat, maar wat u bekend zal zijn wanneer uw ziel, na dit kortstondige leven, hemelwaarts wiekt en de pracht en praal van uw aardse genietingen vervlogen is. Aldus vermaant u Hij Die de Welbewaarde Tafel bezit.

Noot:125

98. Verschillende verzoeken van de gelovigen hebben Onze troon bereikt omtrent wetten van God, de Heer van het geziene en het ongeziene, de Heer aller werelden. Wij hebben dientengevolge deze Heilige Tafel geopenbaard en haar getooid met de mantel van Zijn Wet opdat de mensen zich wellicht aan de geboden van hun Heer houden. Soortgelijke verzoeken werden reeds verscheidene jaren tot Ons gericht, maar in Onze wijsheid weerhielden Wij Onze Pen, totdat er de laatste tijd brieven van een aantal van de vrienden binnenkwamen, en Wij hebben derhalve, door de kracht van waarheid, geantwoord met hetgeen het hart der mensen tot leven zal wekken.

Noot:126

99. Zeg: O godsdienstleiders! Weegt het Boek van God niet volgens de onder u gangbare maatstaven en wetenschappen, want het Boek zelf is de nimmer falende Waag die onder de mensen gevestigd is. Op deze meest volmaakte Waag moet alles wat de volkeren en geslachten der aarde bezitten, worden gewogen, terwijl de maat van zijn gewicht moet worden getoetst aan zijn eigen maatstaf, wist gij het slechts.

Noot:

100. Uit het oog van Mijn goedertierenheid stromen bittere tranen om u, aangezien gij in gebreke zijt gebleven Hem te erkennen Die gij bij dag en bij nacht, in de avond- en ochtendstond, hebt aangeroepen. Komt nader, o volk, met sneeuwblank gelaat en stralend hart, tot de gezegende en karmozijnrode Plek, vanwaar de Sadratu'l-Muntahá uitroept: "Waarlijk, er is geen God buiten Mij, de Almachtige Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande!"

Noot:127,128

101. O, gij godsdienstleiders! Wie is de man onder u die met Mij kan wedijveren in visie en inzicht? Waar is degene die er aanspraak op durft te maken Mijn uitspraken en wijsheid te evenaren? Neen, bij Mijn Heer, de Albarmhartige! Alles op aarde zal voorbijgaan; en dit is het gelaat van uw Heer, de Almachtige, de Welbeminde.

Noot:

102. Wij hebben verordend, o volk, dat het hoogste en uiteindelijke doel van alle geleerdheid de erkenning is van Hem Die het Oogmerk is van alle kennis; en toch, ziet hoe gij hebt toegelaten dat uw geleerdheid u als door een sluier scheidt van Hem Die de Dageraad is van dit Licht, door Wie al het verborgene is geopenbaard. Zoudt gij slechts de bron kunnen ontdekken van waar de pracht van deze woorden wordt verspreid, dan zoudt gij alle volkeren ter wereld en alles wat zij bezitten verwerpen en deze gezegendste Zetel van heerlijkheid naderen.

Noot:

103. Zeg: Dit is waarlijk de hemel waarin het Moederboek wordt bewaard, kon gij het slechts bevatten. Hij is het Die de Rots luide deed roepen, en de Brandende Braamstruik zijn stem deed verheffen, op de Berg die boven het Heilige Land uitrijst, om te verkondigen: "Het Koninkrijk is aan God, de soevereine Heer van allen, de Almogende, de Liefderijke!"

Noot:129

104. Wij hebben geen enkele school bezocht en geen van uw verhandelingen gelezen. Neigt uw oor naar de woorden van deze Ongeletterde, waarmede Hij u oproept tot God, de Immer Verblijvende. Dit is beter voor u dan alle schatten der aarde, kon gij het slechts bevatten.

Noot:

105. Al wie hetgeen uit de hemel van Openbaring is neergezonden interpreteert, en de duidelijke betekenis ervan verandert, behoort waarlijk tot degenen die het Verheven Woord van God hebben verdraaid en tot de verlorenen in het Heldere Boek.

Noot:130

106. Gij zijt verplicht uw nagels te knippen, uw lichaam elke week geheel in water te baden, en u te reinigen met hetgeen gij voorheen gebruikte. Hoedt u dat gij door onachtzaamheid verzuimt in acht te nemen hetgeen u is voorgeschreven door Hem Die de Onvergelijkelijke, de Genadige is. Dompelt u in schoon water; het is niet toegestaan u te baden in water dat reeds gebruikt is. Zorgt ervoor dat gij niet in de buurt komt van de openbare baden van Perzische badhuizen; een ieder die zich naar zulke baden begeeft ruikt hun kwalijk riekende geur aleer hij er binnengaat. Blijft er vandaan, o mensen, en behoort niet tot hen die zo iets walgelijks schaamteloos accepteren. Voorwaar, ze zijn als smerige en besmette poelen, zo gij behoort tot hen die begrijpen. Vermijdt eveneens de kwalijk riekende bassins in de binnenplaatsen van Perzische huizen, en behoort tot hen die zuiver en geheiligd zijn. Voorwaar, Wij wensen u te zien als tekenen van het paradijs op aarde, opdat gij die geuren moogt verspreiden die het hart van Gods begunstigden verheugen. Indien iemand, in plaats van het water in te gaan, zich wast door water over zijn lichaam te gieten, zal dat beter voor hem zijn en hem ontheffen van de noodzaak zich onder te dompelen. De Heer heeft waarlijk, als een genade van Zijn tegenwoordigheid, het leven voor u gemakkelijker willen maken, opdat gij moogt behoren tot hen die oprecht dankbaar zijn.

Noot:131,132

107. Het is u verboden de vrouwen van uw vader te huwen. Wij deinzen er uit louter beschaamdheid voor terug het onderwerp jongens te behandelen. Vreest de Barmhartige, o volkeren der wereld! Begaat niet hetgeen u in Onze Heilige Tafel is verboden, en behoort niet tot hen die verbijsterd ronddolen in de wildernis van hun begeerten.

Noot:133,134

108. Het is niemand toegestaan in het openbaar heilige verzen te prevelen terwijl hij op straat of op het marktplein loopt; neen, wanneer hij de Heer wenst te loven, betaamt het hem veeleer dat te doen in die plaatsen die voor dit doel zijn opgericht, of in zijn eigen huis. Dit is meer in overeenstemming met oprechtheid en godsvrucht. Aldus heeft de zon van Ons gebod helder geschenen boven de horizont van Onze woorden. Gezegend dan zijn zij die Onze geboden nakomen.

Noot:135

109. Een ieder is verplicht een testament op te maken. Bovenaan dit document moet de erflater het sieraad van de Grootste Naam plaatsen, erin getuigen van de eenheid van God in de Dageraad van Zijn Openbaring en, indien hij dat wenst, gewag maken van hetgeen prijzenswaardig is, opdat het een getuigenis voor hem moge zijn in de koninkrijken van Openbaring en Schepping, en een schat toevertrouwd aan zijn Heer, de Opperste Beschermer, de Getrouwe.

Noot:136,137

110. Alle Feesten hebben hun hoogste vervulling bereikt met de twee Allergrootste Feesten, en met de twee andere Feesten die op de beide verbonden dagen vallen - het eerste van de Allergrootste Feesten valt op die dagen waarop de Albarmhartige de luisterrijke heerlijkheid van Zijn uitmuntendste Namen en Zijn verhevenste Hoedanigheden over de gehele schepping heeft uitgestort, en het tweede op die dag waarop Wij Degene deden verrijzen Die de mensheid de blijde tijding van deze Naam bekendmaakte, waardoor de doden weer tot leven zijn gewekt en allen die in de hemelen en op aarde zijn, bijeen zijn geroepen. Aldus is beschikt door Hem Die de Beschikker, de Alwetende is.

Noot:138

111. Gelukkig de mens die de eerste dag van de maand Bahá ingaat, de dag die God heeft gewijd aan deze Grote Naam. En gezegend zij hij die op deze dag blijk geeft van de milddadigheden die God hem heeft geschonken; hij behoort waarlijk tot hen die God dank betuigen door daden die een teken zijn van de alle werelden omvattende edelmoedigheid van de Heer. Zeg: Deze dag is waarlijk de kroon van alle maanden en de oorsprong ervan, de dag waarop de levensadem over al het geschapene wordt verspreid. Gezegend is hij die deze dag met stralende vreugde begroet. Wij getuigen dat hij in waarheid tot de gelukzaligen behoort.

Noot:139

112. Zeg: Het Allergrootste Feest is voorwaar de Koning der Feesten. O mensen, roept u de milddadigheid in herinnering die God u heeft verleend. Gij waart in sluimer verzonken, en ziet! Hij wekte u door de vernieuwende bries van Zijn Openbaring, en maakte u Zijn duidelijke en niet afwijkende Pad bekend.

Noot:140

113. Wendt u bij ziekte tot bekwame artsen; Wij hebben het gebruik van stoffelijke middelen niet afgewezen, veeleer hebben Wij het goedgekeurd door deze Pen, die door God tot de Dageraadsplaats van Zijn schitterende en glorieuze Zaak is gemaakt.

Noot:

114. God had voorheen iedere gelovige de plicht opgelegd kostelijke gaven uit zijn bezittingen voor Onze troon te offeren. Thans hebben Wij hen, ten teken van Onze goedgunstige genade, van deze verplichting ontheven. Hij is in waarheid de Grootmoedigste, de Almilddadige.

Noot:141

115. Gezegend is hij die, bij het aanbreken van de dag, met zijn gedachten op God gericht, Hem gedenkend en Hem om vergeving smekend, zijn schreden richt naar de Mashriqu'l-Adhkár en, wanneer hij er binnentreedt zwijgend plaats neemt om te luisteren naar de verzen van God, de Soevereine, de Machtige, de Alomgeprezene. Zeg: de Mashriqu'l-Adhkár is ieder gebouw dat in steden en dorpen is opgericht ter verkondiging van Mijn glorie. Met deze naam is het aangeduid voor de troon van heerlijkheid, zo gij behoort tot hen die begrijpen.

Noot:142

116. Zij die de verzen van de Albarmhartige op zeer welluidende toon reciteren zullen daarin datgene waarnemen wat nimmer met de soevereiniteit van hemel en aarde kan worden vergeleken. Uit die verzen zullen zij de goddelijke geur van Mijn werelden inademen - werelden die heden ten dage niemand kan waarnemen behalve zij die met inzicht zijn begiftigd door deze verheven, deze prachtige Openbaring. Zeg: Door deze verzen worden harten die zuiver zijn, aangetrokken tot die geestelijke werelden die niet in woorden uitgedrukt kunnen worden en waarop evenmin kan worden gezinspeeld. Gezegend zijn zij die luisteren.

Noot:

117. O Mijn volk, staat Mijn uitverkoren dienaren bij die zijn opgestaan om melding van Mij te maken onder Mijn schepselen en om Mijn Woord in Mijn gehele rijk te verheerlijken. Zij zijn waarlijk de sterren aan de hemel van Mijn liefdevolle voorzienigheid en Mijn lichtbakens voor de gehele mensheid. Maar hij wiens woorden in strijd zijn met hetgeen is neergezonden in Mijn Heilige Tafelen is niet van Mij. Hoedt u dat gij geen goddeloze huichelaar volgt. Deze Tafelen zijn verfraaid met het zegel van Hem Die de dageraad doet verschijnen, Die Zijn stem verheft tussen de hemelen en de aarde. Grijpt deze Betrouwbare Handgreep en het Koord van Mijn machtige en onaantastbare Zaak vast.

Noot:143

118. De Heer heeft een ieder die dat wenst, toegestaan te worden onderricht in de verschillende talen van de wereld, opdat hij de Boodschap van de Zaak Gods in het gehele Oosten en het gehele Westen kan uitdragen, opdat hij melding van Hem make onder de volkeren en geslachten der aarde op zodanige wijze dat de harten zullen opleven en het verterende gebeente met nieuw leven wordt bezield.

Noot:

119. Het is ontoelaatbaar dat de mens, die met rede begiftigd is, datgene gebruikt waardoor die rede hem ontstolen wordt. Neen, veeleer past het hem zich te gedragen op een wijze die de menselijke rang waardig is, en niet overeenkomstig de wandaden van de achtelozen en de weifelenden.

Noot:144

120. Siert uw hoofd met de krans van betrouwbaarheid en standvastigheid, uw hart met de tooi van de vreze Gods, uw tong met absolute waarheidsliefde, uw lichaam met het kleed van wellevendheid. Dit zijn in waarheid passende sierselen voor de menselijke tempel, zo gij behoort tot hen die nadenken. Houdt u vast, o volk van Bahá, aan het koord van dienstbaarheid aan God, de Ware, want daardoor zal uw staat zichtbaar gemaakt worden, uw naam worden opgeschreven en bewaard, zult gij in rang worden verheven en zal uw gedachtenis in de Welbewaarde Tafel worden verheerlijkt. Hoedt u dat de bewoners der aarde u niet afhouden van deze glorierijke en verheven staat. Aldus hebben Wij u in de meeste van Onze Epistelen aangespoord en sporen Wij u thans aan in deze Tafel, Onze Heilige Tafel, waarboven de Dagster van de wetten van de Heer, uw God, de Machtige, de Alwijze, straalt.

Noot:

121. Wanneer de oceaan van Mijn aanwezigheid is weggeëbd en het Boek van Mijn Openbaring is beëindigd, keert dan uw gelaat naar hem dien God heeft beoogd, die is ontsproten aan deze Aloude Wortel.

Noot:145

122. Ziet hoe kleingeestig de mensen zijn. Zij vragen om hetgeen hen schaadt, en verwerpen hetgeen hun baat. Zij behoren werkelijk tot hen die ver zijn afgedwaald. Wij zien dat sommigen vrijheid wensen en zich daarop beroemen. Zulke mensen verkeren in de diepste onwetendheid.

Noot:

123. Vrijheid moet uiteindelijk leiden tot opstand, en niemand kan de vlammen daarvan doven. Aldus waarschuwt u Hij Die de Oordelaar, de Alwetende is. Weet dat het dier de belichaming en het symbool van vrijheid is. Hetgeen de mens betaamt is onderwerping aan die beperkingen die hem beschermen tegen zijn eigen onwetendheid, en die hem behoeden voor het kwaad van de onruststoker. Vrijheid maakt dat de mens de grenzen van welvoeglijkheid overschrijdt en de waardigheid van zijn staat schendt. Hij wordt erdoor verlaagd tot het peil van uiterste ontaarding en verdorvenheid.

Noot:

124. Beschouwt de mensen als een kudde schapen die een herder nodig heeft voor haar bescherming. Dit is voorzeker de waarheid, de onbetwistbare waarheid. Wij keuren vrijheid onder bepaalde omstandigheden goed, en onthouden er in andere gevallen Onze goedkeuring aan. Wij zijn waarlijk de Alwetende.

Noot:

125. Zeg: Ware vrijheid ligt in onderwerping van de mens aan Mijn geboden, hoe weinig gij dit ook beseft. Zouden de mensen datgene in acht nemen wat Wij tot hen hebben gezonden uit de Hemel van Openbaring, dan zouden zij voorzeker volmaakte vrijheid deelachtig worden. Gelukkig is de mens die het Plan van God ziet in al wat Hij heeft geopenbaard vanuit de Hemel van Zijn Wil die al het geschapene doordringt. Zeg: De vrijheid die u baat is slechts te vinden in volkomen dienstbaarheid aan God, de Eeuwige Waarheid. Al wie die zoetheid heeft geproefd, zal haar voor alle heerschappij in de hemel en op aarde niet willen opgeven.

Noot:

126. In de Bayán was het u verboden Ons vragen te stellen. De Heer heeft u thans van dit verbod ontheven, opdat gij vrij zijt te vragen wat gij wilt weten, maar niet die zinloze vragen als die waar mensen uit vroeger tijden bij plachten stil te staan. Vreest God en behoort tot de rechtschapenen! Vraagt hetgeen u tot voordeel strekt in de Zaak van God en in Zijn rijk, want de poorten van Zijn liefdevolle mededogen zijn geopend voor allen die in de hemel en op aarde verblijven.

Noot:146

127. Het aantal maanden van een jaar is in het Boek van God vastgesteld op negentien. De eerste hiervan is getooid met deze Naam die de gehele schepping overschaduwt.

Noot:147,148

128. De Heer heeft bevolen dat de doden moeten worden begraven in kisten die zijn gemaakt van kristal, van hard, bestendig steen, of van fijn en duurzaam hout, en dat er een ring met inscriptie aan hun vinger geschoven moet worden. Hij is waarlijk de Opperste Beschikker, Degene Die van alles op de hoogte is.

Noot:149

129. De inscriptie op deze ring moet bij mannen luiden: "Aan God behoort alles in de hemelen en op aarde en al wat daartussen is, en Hij heeft waarlijk kennis van alle dingen"; en bij vrouwen: "Aan God behoort de heerschappij over de hemelen en de aarde en al wat daartussen is, en Hij heeft waarlijk macht over alle dingen". Dit zijn de verzen die eertijds werden geopenbaard, maar hoort, het Punt van de Bayán roept nu luide: "O Meest Geliefde der werelden! Openbaart Gij in plaats hiervan die woorden waardoor de welriekendheid van Uw goedgunstige genade over de gehele mensheid zal worden verspreid. Wij hebben aan een ieder verkondigd dat één enkel woord van U alles wat in de Bayán is neergezonden te boven gaat. Gij hebt waarlijk de macht te doen hetgeen U behaagt. Onthoud Uw dienaren niet de overvloedige milddadigheden van de oceaan van Uw genade! Gij zijt in waarheid Degeen Wiens genade oneindig is." Ziet, Wij hebben gehoor gegeven aan Zijn roep, en doen Zijn wens nu in vervulling gaan. Hij is waarlijk de Meest Geliefde, de Beantwoorder van gebeden. Indien het volgende vers, dat op dit moment door God is neergezonden, wordt ingegraveerd in de begrafenisring van zowel mannen als vrouwen, zal dat beter voor hen zijn; Wij zijn voorwaar de Opperste Beschikker: "Ik kwam voort uit God, en keer tot Hem weder, onthecht aan alles buiten Hem, mij vasthoudend aan Zijn Naam, de Barmhartige, de Meedogende." Aldus kiest de Heer al wie Hij wenst uit voor een zegen vanuit Zijn tegenwoordigheid. Hij is voorzeker de God van macht en kracht.

Noot:150

130. De Heer heeft daarenboven beschikt dat de overledene in vijf doeken van zijde of katoen moet worden gewikkeld. Voor degenen wier middelen beperkt zijn is een enkel doek van een van deze stoffen toereikend. Aldus is bevolen door Hem Die de Alwetende, de Welingelichte is. Het is u verboden het lichaam van de overledene over een grotere afstand dan een uur reizen van de stad te vervoeren; veeleer moet het luisterrijk en waardig op een nabijgelegen plaats ter aarde worden besteld.

Noot:151,152

131. God heeft de beperkingen op het reizen die in de Bayán waren opgelegd, opgeheven. Hij is waarlijk de Onbeperkte; Hij doet naar het Hem behaagt en beschikt al wat Hij wil.

Noot:153

132. O volkeren der wereld! Luistert naar de roep van Hem Die de Heer van Namen is, Die u vanuit Zijn verblijf in de Allergrootste Gevangenis verkondigt: "Waarlijk, er is geen God dan Ik, de Krachtige, de Machtige, de Albeheerser, de Verhevenste, de Alwetende, de Alwijze." Voorwaar, er is geen God dan Hij, de Almachtige Heerser der werelden. Ware het Zijn Wil, dan zou Hij door slechts één enkel woord dat voortkomt uit Zijn tegenwoordigheid, de gehele mensheid in Zijn greep krijgen. Past op dat gij niet aarzelt deze Zaak te aanvaarden - een Zaak waar de Scharen in den hoge en de bewoners van de Steden van Namen zich voor hebben neergebogen. Vreest God, en behoort niet tot degenen die als door een sluier zijn buitengesloten. Verbrandt de sluiers met het vuur van Mijn liefde, en verdrijft de nevelen van nutteloze inbeeldingen door de kracht van deze Naam waardoor Wij de gehele schepping hebben onderworpen.

Noot:

133. Staat op en verheerlijkt de twee Huizen op de Twee Gewijde Plaatsen, en de andere plaatsen waar de troon van uw Heer, de Albarmhartige, gevestigd is. Aldus gebiedt u de Heer van ieder begrijpend hart.

Noot:154

134. Weest op uw hoede dat de aangelegenheden en bezigheden van deze wereld u niet beletten datgene in acht te nemen wat u is opgelegd door Hem Die de Machtige, de Getrouwe is. Weest de belichaming van zulk een standvastigheid onder de mensen dat gij niet van God zult worden afgehouden door de twijfels van hen die niet in Hem geloofden toen Hij Zich openbaarde, bekleed met een machtige soevereiniteit. Hoedt u dat gij door niets dat is opgetekend in het Boek wordt weerhouden te luisteren naar dit Levende Boek, Die de waarheid verkondigt: "Waarlijk, er is geen God dan Ik, de Uitmuntendste, de Alomgeprezene." Kijkt met het oog van gerechtigheid naar Hem Die is neergedaald uit de hemel van goddelijke wil en macht, en behoort niet tot hen die onrechtvaardig handelen.

Noot:155

135. Herinnert u dan deze woorden die, als eerbetoon aan deze Openbaring, zijn voortgestroomd uit de Pen van Hem Die Mijn Heraut was, en overdenkt wat de handen van de onderdrukkers gedurende al Mijn dagen hebben teweeggebracht. Zij worden waarlijk tot de verlorenen gerekend. Hij heeft gezegd: "Mocht gij de tegenwoordigheid bereiken van Hem Die Wij zullen openbaren, smeekt dan God in Zijn milddadigheid te vergunnen dat Hij Zich verwaardigt op uw rustbank plaats te nemen, want die handeling op zich zou u een weergaloze en alles te boven gaande eer verlenen. Mocht Hij in uw huis een beker water drinken, dan is dit voor u van grotere betekenis dan wanneer gij iedere ziel, ja zelfs al het geschapene, het water van zijn eigen leven aanbiedt. Weet dit, o gij Mijn dienaren!"

Noot:156

136. Aldus luiden de woorden waarmee Mijn Voorloper Mijn Wezen heeft verheerlijkt, kon gij het slechts begrijpen. Een ieder die deze verzen overdenkt, en beseft welke parelen daarin verborgen liggen, zal, bij de gerechtigheid Gods, de welriekende geuren van de Albarmhartige opmerken die uit de richting van deze Gevangenis komen aanzweven en zich, met zijn gehele hart, met zulk een vurig verlangen tot Hem spoeden dat de heerscharen van hemel en aarde niet bij machte zullen zijn hem dit te beletten. Zeg: Dit is een Openbaring waaromheen ieder bewijs en getuigenis zich beweegt. Aldus is het neergezonden door uw Heer, de God van Genade, indien gij behoort tot hen die juist oordelen. Zeg: dit is de essentie van alle Geschriften die in de Pen van de Allerhoogste is ingeblazen, die alle geschapen wezens verstomd heeft doen staan, behalve slechts diegenen die in vervoering zijn gebracht door de lieflijke bries van Mijn goedertierenheid en de zoete geuren van Mijn genadegaven die de gehele schepping hebben doordrongen.

Noot:

137. O volk van de Bayán! Vreest de Barmhartigste en denkt na over hetgeen Hij in een andere passage heeft geopenbaard. Hij heeft gezegd: "De Qiblih is voorwaar Hij Dien God zal openbaren; steeds wanneer Hij Zich verplaatst, verplaatst de Qiblih zich, totdat Hij in ruste zal zijn." Aldus werd het opgetekend door de Opperste Beschikker toen Hij melding wenste te maken van deze Allergrootste Schoonheid. Mediteert hierover, o volk, en behoort niet tot hen die verbijsterd ronddolen in de wildernis van dwaling. Als gij Hem verwerpt op ingeving van uw zinloze hersenschimmen, waar is dan de Qiblih waarheen gij u zult wenden, o verzameling achtelozen? Overdenkt dit vers, en oordeelt rechtvaardig voor God, opdat gij wellicht de parelen der mysteriën moogt vergaren uit de oceaan die aanzwelt in Mijn Naam, de Alglorierijke, de Allerhoogste.

Noot:157

138. Laat niemand in deze Dag vasthouden aan iets anders dan aan hetgeen kenbaar is gemaakt in deze Openbaring. Aldus luidt het bevel van God, in het verleden en in de toekomst - een bevel waarmee de Geschriften van de Boodschappers van weleer zijn getooid. Aldus luidt de vermaning van de Heer, in het verleden en in de toekomst - een vermaning waarmee het voorwoord van het Boek des Levens is verfraaid, nam gij het slechts waar. Aldus luidt het gebod van de Heer, in het verleden en in de toekomst; hoedt u dat gij geen smaad en vernedering verkiest. Niets zal u in deze Dag baten behalve God, noch is er enige schuilplaats om naar te vluchten behalve Hem, de Alwetende, de Alwijze. Een ieder die Mij heeft gekend heeft het Doel van alle verlangen gekend, en een ieder die zich tot Mij heeft gekeerd heeft zich tot het Voorwerp van alle aanbidding gekeerd. Aldus is het uitgevaardigd in het Boek, en aldus is het bevolen door God, de Heer aller werelden. Het lezen van slechts één der verzen van Mijn Openbaring is beter dan het lezen van de Geschriften van zowel de vroegere als de latere geslachten. Dit zijn de Woorden van de Albarmhartige, hoe wenste Ik dat gij oren had om te horen! Zeg: Dit is de essentie van kennis, begreep gij het slechts.

Noot:

139. En overdenkt nu hetgeen is geopenbaard in weer een andere passage, opdat gij wellicht uw eigen denkbeelden moogt loslaten en uw gelaat moogt richten naar God, de Heer van het bestaan. Hij ** heeft gezegd: "Het is onwettig een huwelijk aan te gaan anders dan met iemand die in de Bayán gelooft. Als slechts één van de huwelijkspartners deze Zaak omhelst, dan zal de ander geen recht hebben op zijn of haar bezittingen, tot deze zich heeft bekeerd. Deze wet zal echter pas in werking treden na de verheffing van de Zaak van Hem Die Wij in waarheid zullen openbaren, of van datgene dat reeds in gerechtigheid kenbaar is gemaakt. Tot dan staat het u vrij een huwelijk aan te gaan met wie gij wenst, opdat gij misschien hierdoor de Zaak van God moogt verheerlijken." Aldus heeft de Nachtegaal met zoete melodie gezongen op de hemelse tak, ter ere van zijn Heer, de Albarmhartige. Wel gaat het hen die luisteren.

Noot:158

140. O volk van de Bayán, Ik bezweer u bij uw Heer, de God van genade, met een rechtvaardige blik te zien naar deze woorden die zijn neergezonden door de kracht van waarheid, en niet te behoren tot hen die het getuigenis van God begrijpen, en het toch verwerpen en verloochenen. Zij behoren in waarheid tot degenen die voorzeker zullen omkomen. Het Punt van de Bayán heeft in dit vers uitdrukkelijk melding gemaakt van de verheffing van Mijn Zaak boven Zijn eigen Zaak; hiervan zal een ieder met een rechtvaardige en begrijpende geest getuigen. Zoals gij er heden ten dage geredelijk getuige van kunt zijn is deze Zaak zo verheven dat niemand dit kan ontkennen, uitgezonderd degenen wier blik in dit sterfelijke leven beneveld is en wie in het leven dat komen gaat een vernederende kastijding wacht.

Noot:159

141. Zeg: Bij de gerechtigheid Gods! Ik ben waarlijk Zijn Meest Geliefde; en op dit moment luistert Hij naar deze verzen die neerdalen uit de Hemel van Openbaring en beweent Hij de onrechtvaardigheden die gij in deze dagen hebt begaan. Vreest God en sluit u niet aan bij de aanvaller. Zeg: O volk, indien gij verkiest niet in Hem te geloven, ziet er dan tenminste van af tegen Hem op te staan. Bij God! Er zijn genoeg heerscharen van tirannie die tegen Hem samenspannen!

Noot:

142. Waarlijk, Hij §§ heeft bepaalde wetten geopenbaard opdat, in deze Beschikking, de Pen van de Allerhoogste voor niets anders hoefde te bewegen dan voor de verheerlijking van Zijn alles te boven gaande Rang en Zijn stralendste Schoonheid. Daar Wij echter wensten blijk te geven van Onze milddadigheid jegens u, hebben Wij deze wetten door de kracht van waarheid duidelijk uitgevaardigd en hebben Wij hetgeen Wij wensen dat gij in acht zoudt nemen, verzacht. Hij is waarlijk de Weldadige, de Grootmoedige.

Noot:

143. Hij *** heeft u voorheen bekend gemaakt hetgeen zou worden uitgesproken door deze Dageraad van goddelijke wijsheid. Hij heeft gezegd, en Hij spreekt de waarheid: "Hij is Degeen Die onder alle omstandigheden zal verkondigen: 'Waarlijk, er is geen ander God buiten Mij, de Ene, de Onvergelijkelijke, de Alwetende, de Welingelichte.'" Dit is een rang die God uitsluitend heeft toegekend aan deze verheven, deze ongeëvenaarde en wonderbaarlijke Openbaring. Dit is een bewijs van Zijn overvloedige gunst - zo gij behoort tot hen die begrijpen - en een teken van Zijn onweerstaanbaar bevel. Dit is Zijn allergrootste Naam, Zijn meest verheven Woord en de Dageraad van Zijn meest uitmuntende Titels, kon gij het maar begrijpen. Ja zelfs meer, door Hem is iedere Oorsprong, iedere Dageraadsplaats van goddelijke leiding bekendgemaakt. Denkt na, o volk, over hetgeen in waarheid neergezonden is; overdenkt het, en behoort niet tot de overtreders.

Noot:160

144. Gaat met alle religies om in vriendschap en eendracht, opdat zij door u de zoete geur van God mogen inademen. Hoedt u dat gij onder de mensen niet door de vlam van dwaze onwetendheid wordt overweldigd. Alle dingen komen voort uit God en tot Hem keren zij weder. Hij is de bron van alle dingen en in Hem worden alle dingen beëindigd.

Noot:

145. Hoedt u dat gij geen huis binnengaat bij afwezigheid van de eigenaar, behoudens met zijn toestemming. Gedraagt u onder alle omstandigheden welvoeglijk, en behoort niet tot de eigenzinnigen.

Noot:

146. U is opgelegd uw middelen van bestaan en andere soortgelijke aangelegenheden te zuiveren door het betalen van Zakát. Aldus is in deze verheven Tafel voorgeschreven door Hem Die de Openbaarder van verzen is. Wij zullen, als het Gods wil en doel is, eerlang de hoogte van de aanslag bekendmaken. Hij zet waarlijk al wat Hij wenst uiteen krachtens Zijn eigen kennis, en Hij is voorwaar de Alwetende, de Alwijze.

Noot:161

147. Het is onwettig te bedelen, en het is verboden te geven aan hem die bedelt. Allen zijn verplicht in hun onderhoud te voorzien, en wat betreft degenen die hiertoe niet in staat zijn: het is de plicht van de Afgevaardigden van God en van de rijken om passende voorzieningen voor hen te treffen. Houdt u aan de geboden en verordeningen van God; ja, beschermt ze zoals gij uw eigen ogen zoudt beschermen, en behoort niet tot hen die een ernstig verlies lijden.

Noot:162

148. In het Boek van God is het u verboden u met twisten en geschillen in te laten, een ander te slaan, of soortgelijke daden te begaan waardoor harten en zielen bedroefd kunnen worden. Een boete van negentien mithqál goud was voorheen door Hem Die de Heer der gehele mensheid is, opgelegd aan een ieder die de oorzaak van droefheid bij een ander was; in deze Beschikking heeft Hij u daar echter van ontheven en roept Hij u op gerechtigheid en godsvrucht te betrachten. Aldus luidt het gebod dat Hij u heeft opgelegd in deze luisterrijke Tafel. Wenst anderen niet toe hetgeen gij niet voor uzelf wenst; vreest God en behoort niet tot de hovaardigen. Gij zijt allen uit water geschapen, en tot stof zult gij wederkeren. Denkt na over het einde dat u wacht, en bewandelt niet de wegen van de onderdrukker. Luistert naar de verzen Gods welke Hij Die de geheiligde Lotusboom is, u voordraagt. Ze zijn voorzeker de nimmer falende Waag, die is ingesteld door God, de Heer van deze wereld en de volgende. Daardoor neemt de ziel van de mens haar vlucht naar de Dageraad van Openbaring, en wordt het hart van iedere ware gelovige met licht overgoten. Aldus luiden de wetten die God u heeft opgelegd, aldus Zijn geboden die u in Zijn Heilige Tafel zijn voorgeschreven; gehoorzaamt eraan met vreugde en blijdschap, want dit is het beste voor u, wist gij het slechts.

Noot:163,164

149. Reciteert de verzen Gods elke morgenstond en avondstond. Al wie nalaat ze te reciteren is niet trouw aan het Verbond van God en Zijn Testament, en al wie zich in deze Dag van deze heilige verzen afkeert behoort tot hen die zich in alle eeuwigheid van God hebben afgekeerd. O Mijn dienaren, vreest gij allen God. Beroemt u niet op het vele lezen van de verzen of op het grote aantal vrome daden dat gij dag en nacht verricht; want zou iemand één enkel vers met stralende vreugde lezen, dan is dat beter voor hem dan het met matheid lezen van alle Heilige Boeken van God, de Helper in Nood, de Bij-Zich-Bestaande. Leest de heilige verzen in die mate dat gij niet wordt overmand door apathie en zwaarmoedigheid. Belast uw ziel niet met hetgeen haar vermoeit en terneerdrukt, maar geeft haar veeleer hetgeen haar verlicht en in vervoering brengt, opdat ze op de vleugelen van de goddelijke verzen kan opwieken naar de Dageraadsplaats van Zijn duidelijke tekenen; dit zal u nader tot God brengen, begreep gij het slechts.

Noot:165

150. Leert uw kinderen de verzen die zijn geopenbaard vanuit de hemel van majesteit en macht, opdat zij met de welluidendste klanken de Tafelen van de Albarmhartige kunnen reciteren in de nissen van de Mashriqu'l-Adhkárs. Al wie in vervoering is gebracht door de verrukking die voortkomt uit de verheerlijking van Mijn Naam, de Meedogendste, zal de verzen Gods op zulk een wijze reciteren dat het hart van hen die nog in sluimer verzonken zijn bekoord wordt. Wel gaat het hem die met volle teugen de Mystieke Wijn van eeuwig leven heeft gedronken uit de woorden van zijn barmhartige Heer in Mijn Naam - een Naam waardoor elke imposante en majestueuze berg tot stof verpulverd is.

Noot:

151. U bent verplicht het meubilair van uw huis steeds na verloop van negentien jaar te vernieuwen; aldus is beschikt door Iemand Die alwetend en aldoorziend is. Hij wenst waarlijk verfijning, zowel voor uzelf als voor al wat gij bezit; legt de vreze Gods niet terzijde en behoort niet tot de onachtzamen. Een ieder die vindt dat zijn middelen voor dit doel ontoereikend zijn is hiervan vrijgesteld door God, de Immer Vergevende, de Milddadigste.

Noot:166

152. Wast uw voeten in de zomer éénmaal per dag, en tijdens de winter eenmaal in de drie dagen.

Noot:167

153. Mocht iemand boos op u worden, bejegent hem dan met zachtaardigheid; en mocht iemand u iets verwijten, ziet er dan van af hem op uw beurt verwijten te maken, maar laat hem aan zichzelf over en stelt uw vertrouwen in God, de almachtige Wreker, de Heer van macht en gerechtigheid.

Noot:

154. Het is u verboden gebruik te maken van een preekstoel. Laat een ieder die de verzen van zijn Heer voor u wenst te reciteren, plaats nemen op een stoel die op een verhoging is geplaatst, opdat hij melding moge maken van God, zijn Heer, en de Heer der gehele mensheid. Het is God welgevallig dat gij plaats neemt op stoelen en banken als huldeblijk voor de liefde die gij Hem en de Openbaring van Zijn glorierijke en luisterrijke Zaak toedraagt.

Noot:168

155. Gokken en het gebruik van opium zijn u verboden. Schuwt ze beide, o mensen, en behoort niet tot hen die overtredingen begaan. Hoedt u dat gij geen enkele stof gebruikt die traagheid en apathie in de menselijke tempel veroorzaakt en het lichaam schade berokkent. Wij wensen waarlijk niets anders voor u dan hetgeen u tot voordeel zal strekken, en hiervan getuigt al het geschapene, had gij slechts oren om te horen.

Noot:169,170

156. Steeds wanneer gij voor een feestmaal of een feestelijke gebeurtenis wordt uitgenodigd, geeft er dan met vreugde en blijdschap gehoor aan, en al wie zijn belofte nakomt valt niets te verwijten. Dit is een Dag waarin elk van Gods wijze verordeningen is uiteengezet.

Noot:

157. Ziet, het "mysterie van de Grote Ommekeer in het Teken van de Soeverein" is nu onthuld. Wel gaat het hem dien God heeft geholpen de "Zes" te erkennen die krachtens deze "Rechtschapen Alif" is opgestaan; hij behoort waarlijk tot hen wier geloof oprecht is. Hoe talrijk de uiterlijk godvruchtigen die zich hebben afgekeerd, en hoe talrijk de weerspannigen die genaderd zijn en uitroepen: "Alle lof zij U, o Gij het Verlangen der werelden!" Voorwaar, het ligt in Gods hand te schenken wat Hij wil aan al wie Hij wil, en te onthouden wat Hem behaagt aan al wie Hij maar wenst. Hij kent de diepste geheimen van het hart en de betekenis die verborgen ligt in de knipoog van de spottende. Hoeveel belichamingen van achteloosheid die tot Ons kwamen met een zuiver hart hebben Wij op de zetel van Onze aanvaarding geplaatst; en hoeveel exponenten van wijsheid hebben Wij in alle gerechtigheid verwezen naar het vuur. Wij zijn in waarheid Degeen Die oordeelt. Hij is het Die de manifestatie is van "God doet al wat Hem behaagt", en verblijft op de troon van "Hij beschikt al wat Hij verkiest".

Noot:171,172

158. Gezegend is hij die de welriekende geur van innerlijke betekenissen bespeurt in de sporen van deze Pen door welks beweging Gods bries over de gehele schepping wordt gevoerd, en door welks rust de diepste essentie van kalmte in het rijk van het bestaan verschijnt. Geprezen zij de Albarmhartige, de Openbaarder van zulk een onschatbare milddadigheid. Zeg: Omdat Hij ongerechtigheid verdroeg is er gerechtigheid op aarde verschenen, en omdat Hij vernedering aanvaardde is Gods majesteit helder gaan schijnen temidden van de mensen.

Noot:

159. Het is u verboden wapens te dragen, tenzij dit noodzakelijk is, en het is u toegestaan in zijde gekleed te gaan. De Heer heeft u uit milddadigheid Zijnerzijds ontheven van de beperkingen die voorheen golden voor kleding en het knippen van de baard. Hij is waarlijk de Beschikker, de Alwetende. Laat er in uw optreden niets zijn dat een gezonde en oprechte geest zou afkeuren, en maakt uzelf niet tot de speelbal der onwetenden. Wel gaat het hem die zich heeft getooid met het kleed van betamelijk gedrag en een prijzenswaardig karakter. Hij wordt voorzeker gerekend tot degenen die hun Heer bijstaan door buitengewone en voortreffelijke daden.

Noot:173,174,175

160. Bevordert de ontwikkeling van Gods steden en Zijn landen, en verheerlijkt Hem daar met de vreugdevolle spraak van Zijn welbegunstigden. Voorwaar, het hart der mensen wordt gesticht door de kracht van de tong, zoals huizen en steden worden gebouwd met de hand en met andere middelen. Wij hebben voor elk doel een middel vastgesteld voor het tot stand brengen ervan; neemt het te baat, en stelt geheel uw vertrouwen op God, de Alwetende, de Alwijze.

Noot:

161. Gezegend is de mens die zijn geloof in God en in Zijn tekenen heeft beleden, en heeft ingezien dat "Hem niet naar Zijn handelen zal worden gevraagd". Zulk een inzicht is door God gemaakt tot het sieraad van ieder geloof en de ware grondslag ervan. Hiervan moet de aanvaarding van iedere voortreffelijke daad afhangen. Houdt uw blik hierop gericht, dat wellicht de inblazingen van de opstandigen u niet zullen doen uitglijden.

Noot:

162. Zou Hij beschikken dat datgene geoorloofd is wat sinds onheuglijke tijden verboden was en verbieden wat te allen tijde als geoorloofd was beschouwd, dan heeft niemand het recht Zijn gezag in twijfel te trekken. Al wie weifelt, al is het korter dan een ogenblik, moet als een overtreder worden beschouwd.

Noot:

163. Al wie deze verheven en fundamentele waarheid niet heeft erkend en deze allerhoogste staat niet heeft bereikt, zal door de stormen van twijfel worden verontrust, en zijn ziel zal door de uitspraken van de ongelovigen in verwarring worden gebracht. Hij die dit beginsel heeft erkend zal met de volmaaktste standvastigheid worden begiftigd. Alle eer zij aan deze glorierijke staat, welks vermelding iedere verheven Tafel siert. Aldus luidt de lering die God u schenkt, een lering die iedere vorm van twijfel en verwarring bij u zal wegnemen, en u in staat zal stellen in deze wereld en in de volgende verlossing deelachtig te worden. Hij is waarlijk de Immer Vergevende, de Milddadigste. Hij is het Die de Boodschappers heeft uitgezonden, en de Boeken heeft neergezonden om te verkondigen "Er is geen ander God dan Ik, de Almachtige, de Alwijze".

Noot:

164. O Land van Káf en Rá! Wij aanschouwen u waarlijk in een toestand die God onwelgevallig is, en zien dat uit u voortkomt hetgeen ondoorgrondelijk is voor een ieder buiten Hem, de Alwetende, de Welingelichte; en Wij nemen waar hetgeen heimelijk en ongezien vanuit u wordt verspreid. Bij Ons berust de kennis aller dingen, opgetekend in een duidelijke Tafel. Treur niet over hetgeen u is overkomen. Eerlang zal God in uw land mensen doen opstaan die zijn begiftigd met heldenmoed, die Mijn Naam met zulk een vastberadenheid zullen prijzen dat zij niet zullen worden afgeschrikt door de boze zinspelingen van de godgeleerden, noch zullen worden weerhouden door de bedekte toespelingen van hen die twijfel zaaien. Met hun eigen ogen zullen zij God aanschouwen, en met hun eigen leven zullen zij Hem doen overwinnen. Zij behoren waarlijk tot degenen die standvastig zijn.

Noot:176,177

165. O schare van godgeleerden! Toen Mijn verzen werden neergezonden, en Mijn duidelijke tekenen werden geopenbaard, vonden Wij u achter sluiers verborgen. Dit is waarlijk vreemd. Gij gaat prat op Mijn Naam, toch herkende gij Mij niet toen uw Heer, de Albarmhartige, met tekenen en bewijzen onder u verscheen. Wij hebben de sluiers in stukken gereten. Hoedt u dat gij de mensen niet door weer een andere sluier buitensluit. Verbreekt, in naam van de Heer aller mensen, de ketenen van nutteloze verbeelding, en behoort niet tot de misleiders. Mocht gij u tot God wenden en Zijn Zaak omhelzen, sticht daarbinnen dan geen verwarring, en meet het Boek Gods niet naar uw zelfzuchtige begeerten. Dit is waarlijk de raad van God in het verleden en in de toekomst, en Gods getuigen en uitverkorenen, ja, Wij allen, leggen hiervan plechtig getuigenis af.

Noot:

166. Herinnert u de shaykh genaamd Muhammad-Hasan die tot de grootste godgeleerden van zijn tijd behoorde. Toen de Ware werd geopenbaard heeft deze shaykh, tezamen met anderen met dit beroep, Hem verworpen, terwijl een zifter van tarwe en gerst Hem aanvaardde en zich tot de Heer keerde. Hoewel hij dag en nacht bezig was datgene op te schrijven wat naar zijn opvatting de wetten en verordeningen Gods waren, was toch, toen Hij Die de Onbeperkte is verscheen, geen enkele letter daarvan voor hem van nut, anders zou hij zich niet hebben afgekeerd van een Aangezicht dat het gelaat van de welbegunstigden van de Heer heeft verlicht. Had gij in God geloofd toen Hij Zich openbaarde, dan zouden de mensen zich niet van Hem hebben afgekeerd en evenmin zouden de dingen waarvan gij heden getuige zijt Ons zijn overkomen. Vreest God en behoort niet tot de achtelozen.

Noot:178,179

167. Hoedt u dat geen enkele naam u uitsluit van Hem Die de Bezitter aller namen is, of dat enig woord u buitensluit van dit Gedenken Gods, deze Bron van Wijsheid onder u. Wendt u tot God en zoekt Zijn bescherming, o schare van godgeleerden, en maakt uzelf niet tot een sluier tussen Mij en Mijn schepselen. Aldus vermaant u uw Heer, en gebiedt Hij u rechtvaardig te zijn, opdat uw werken niet op niets uitlopen en gij zelf uw gelofte niet veronachtzaamt. Zal hij die deze Zaak ontkent de waarheid van welke zaak dan ook in de gehele schepping kunnen aantonen? Neen, bij Hem Die de Vormer van het heelal is! De mensen zijn echter in een tastbare sluier gehuld. Zeg: Door deze Zaak is de morgenster van getuigenis opgekomen, en heeft het hemellicht van bewijs zijn stralen verspreid over allen die op aarde verblijven. Vreest God, o mannen van inzicht, en behoort niet tot hen die niet in Mij geloven. Hoedt u dat het woord "Profeet" u niet afhoudt van deze Allergrootste Aankondiging, of dat enige verwijzing naar "Plaatsbeklederschap" u uitsluit van de soevereiniteit van Hem Die Gods Plaatsbekleder is, welke alle werelden overschaduwt. Iedere naam is geschapen door Zijn Woord, en iedere zaak is afhankelijk van Zijn onweerstaanbare, Zijn machtige en wonderbare Zaak. Zeg: Dit is de Dag van God, de Dag waarop van niets gewag zal worden gemaakt dan van Zijn eigen Zelf, de almachtige Beschermer aller werelden. Dit is de Zaak die al uw bijgeloof en al uw afgoden aan het wankelen heeft gebracht.

Noot:180,181

168. Wij zien voorwaar onder u iemand die het Boek van God vastgrijpt en daaruit bewijzen en gronden aanvoert teneinde zijn Heer te verwerpen, evenals de volgelingen van ieder ander Geloof in hun heilige Boeken redenen hebben gezocht om Hem Die de Helper in Nood, de Bij-Zich-Bestaande is, tegen te spreken. Zeg: God, de Ware, is Mij tot getuige dat noch de heilige Geschriften van de wereld, noch alle boeken en geschriften die er bestaan u in deze Dag ook maar iets zullen baten zonder dit Boek, het Levende Boek, Die diep in het hart der schepping verkondigt: "Waarlijk, er is geen ander God dan Ik, de Alwetende, de Alwijze."

Noot:

169. O schare van godgeleerden! Hoedt u ervoor de oorzaak van strijd in het land te zijn, zoals gij er de oorzaak van waart dat het Geloof in zijn eerste dagen verworpen werd. Verzamelt de mensen rondom dit Woord dat de kiezelstenen heeft doen uitroepen: "Het Koninkrijk is aan God, het Dageraadsoord van alle tekenen!" Aldus vermaant u uw Heer, als een milddadigheid Zijnerzijds; Hij is in waarheid de Immer Vergevende, de Grootmoedigste.

Noot:

170. Haalt u zich Karím voor de geest, en hoe hij, gedreven door zijn eigen begeerten, hooghartig werd toen Wij hem opriepen tot God; toch hadden Wij datgene tot hem gezonden wat een troost was voor het oog van bewijs in de wereld van bestaan en de vervulling van Gods getuigenis voor alle bewoners van hemel en aarde. Als een teken van de genade van Hem Die de Albezittende, de Allerhoogste is, gelastten Wij hem de Waarheid te omhelzen. Maar hij keerde zich af totdat, als een daad van gerechtigheid van God, de engelen der wrake hem grepen. Hiervan waren Wij waarlijk getuige.

Noot:182

171. Rijt de sluiers op zulk een wijze in stukken dat de bewoners van het Koninkrijk ze zullen horen scheuren. Dit is het gebod van God, in de dagen van weleer en voor de dagen die komen. Gezegend de mens die hetgeen hem werd bevolen in acht neemt, en wee de onachtzame.

Noot:

172. Voorwaar, Wij hebben in dit aardse rijk geen ander doel gehad dan God bekend te maken en Zijn soevereiniteit te openbaren; God is Mij toereikend als getuige. Voorwaar, Wij hebben in het hemelse Koninkrijk geen ander voornemen gehad dan Zijn Zaak te verheffen en Zijn lof te verheerlijken; God is Mij toereikend als beschermer. Voorwaar, Wij hebben in het Rijk in den hoge geen ander verlangen gehad dan God hoog te prijzen en hetgeen door Hem is neergezonden te verheerlijken; God is Mij toereikend als helper.

Noot:

173. Gelukkig zijt gij, o gij geleerden in Bahá. Bij de Heer! Gij zijt de golven van de Machtigste Oceaan, de sterren aan het firmament van Heerlijkheid, de vaandels der overwinning die tussen hemel en aarde wapperen. Gij zijt de manifestaties van standvastigheid onder de mensen en de dageraden van goddelijke Woorden voor allen die op aarde verblijven. Wel gaat het hem die zich tot u wendt, en wee de weerspannige. Deze dag betaamt het een ieder die met volle teugen de Mystieke Wijn van eeuwig leven heeft gedronken uit de Handen van de goedertierenheid van de Heer zijn God, de Barmhartige, te kloppen als de slagader in het lichaam der mensheid, opdat door hem de wereld en ieder vergaand gebeente tot nieuw leven wordt gewekt.

Noot:183

174. O mensen der wereld! Wanneer de Mystieke Duif uit zijn Heiligdom van Lof is gewiekt en zijn verre bestemming, zijn verborgen verblijfplaats heeft opgezocht, legt dan alles wat gij in het Boek niet begrijpt voor aan hem die is ontsproten aan deze machtige Stam.

Noot:184

175. O Pen van de Allerhoogste! Beweeg op de Tafel op bevel van Uw Heer, de Schepper der Hemelen, en verhaal van de tijd dat Hij Die de Dageraad van goddelijke Eenheid is, Zich voornam Zijn schreden te richten naar de School van Allesovertreffend Eén-zijn; wellicht kunnen de zuiveren van hart daardoor een glimp opvangen - al is deze zo klein als het oog van een naald - van de achter sluiers verborgen liggende mysteriën van Uw Heer, de Almachtige, de Alwetende. Zeg: Wij zijn voorwaar de School van innerlijke betekenis en uitleg binnengegaan toen al het geschapene zich van niets bewust was. Wij zagen de woorden die werden neergezonden door Hem Die de Albarmhartige is, en Wij aanvaardden de verzen van God, de Helper in Nood, de Bij-Zich-Bestaande, die Hij §§§ Ons schonk, en Wij luisterden naar hetgeen Hij plechtig in de Tafel had bevestigd. Dit hebben Wij voorzeker aanschouwd. En door Ons bevel stemden Wij in met Zijn wens, want Wij hebben waarlijk de macht te bevelen.

Noot:185,186

176. O volk van de Bayán! Wij zijn waarlijk Gods School binnengegaan toen gij sluimerde; en Wij hebben de Tafel doorgenomen toen gij in diepe slaap waart. Bij de ene ware God! Wij hebben de Tafel gelezen aleer deze was geopenbaard, terwijl gij u van niets bewust waart, en Wij hadden volmaakte kennis van het Boek toen gij nog niet geboren waart. Deze woorden zijn naar uw maat, niet naar die van God. Hiervan getuigt hetgeen is vervat in Zijn kennis, zo gij behoort tot hen die begrijpen; en hiervan getuigt de tong van de Almachtige, zo gij behoort tot hen die verstaan. Ik zweer bij God, zouden Wij de sluier oplichten, dan zoudt gij verstomd staan.

Noot:187

177. Hoedt u dat gij niet nutteloos redetwist over de Almachtige en Zijn Zaak, want ziet! Hij is onder u verschenen bekleed met een Openbaring zo groots dat zij alle dingen, hetzij van het verleden hetzij van de toekomst, omvat. Zouden Wij Ons onderwerp bespreken in de taal van de bewoners van het Koninkrijk, dan zouden Wij zeggen: "Voorwaar, God heeft die School geschapen aleer Hij hemel en aarde schiep, en Wij gingen er binnen alvorens de letters W, E, E en S werden samengevoegd en verbonden." Dat is de taal van Onze dienaren in Ons Koninkrijk; bedenkt wat de tong van de bewoners van Ons verheven Rijk zou uiten, want Wij hebben hen in Onze kennis onderwezen en hun geopenbaard al wat in Gods wijsheid verborgen had gelegen. Stelt u zich dan voor wat de Tong van Macht en Verhevenheid zou uiten in Zijn Alglorierijke Verblijfplaats!

Noot:188

178. Dit is een Zaak die niet tot speelbal van uw nutteloze hersenschimmen gemaakt mag worden en evenmin is ze een veld voor de dwazen en lafhartigen. Bij God, dit is de arena van inzicht en onthechting, van visie en verheffing, waar behalve de dappere ruiters van de Barmhartige, die elke band met de wereld van het bestaan hebben verbroken, niemand zijn strijdros de sporen kan geven. Dit zijn waarlijk degenen die God de overwinning op aarde doen behalen, en de dageraadsplaatsen van Zijn soevereine macht onder de mensheid.

Noot:

179. Hoedt u ervoor dat ook maar iets van wat in de Bayán is geopenbaard u afhoudt van uw Heer, de Meedogendste. God is Mijn getuige dat de Bayán met geen ander doel werd neergezonden dan om Mijn lof te verkondigen, wist gij het slechts! De zuiveren van hart zullen er slechts de welriekende geur van Mijn liefde aantreffen, slechts Mijn Naam die al wat ziet en wordt gezien overschaduwt. Zeg: o mensen, keert u naar hetgeen is voortgekomen uit Mijn Meest Verheven Pen. Mocht gij daaruit de welriekende geur van God inademen, kant u zich dan niet tegen Hem, noch ontzegt u een deel van Zijn genadige gunst en Zijn menigvuldige gaven. Aldus vermaant u uw Heer; Hij is waarlijk de Raadgever, de Alwetende.

Noot:

180. Vraagt al wat gij in de Bayán niet begrijpt aan God, uw Heer, en de Heer uwer voorvaderen. Indien Hij dat wenst, zal Hij u hetgeen daarin is geopenbaard uiteenzetten, en u de parelen van goddelijke kennis en wijsheid onthullen die verborgen liggen in de oceaan van zijn woorden. Hij is waarlijk verheven boven alle namen; geen God is er dan Hij, de Helper in Nood, de Bij-Zich-Bestaande.

Noot:

181. Het evenwicht in de wereld is verstoord door de vibrerende invloed van deze grootste, deze nieuwe Wereldorde. In het geregelde leven van de mensheid is een ommekeer teweeggebracht door de werking van dit unieke, dit wonderbaarlijke Stelsel - welks gelijke het oog der stervelingen nimmer heeft aanschouwd.

Noot:189

182. Dompelt u in de oceaan van Mijn woorden, opdat gij de geheimen ervan moogt ontrafelen en alle parelen van wijsheid die in de diepten daarvan verborgen liggen, moogt ontdekken. Hoedt u dat gij niet weifelt in uw besluit de waarheid van deze Zaak te omhelzen - een Zaak waardoor de mogelijkheden van Gods macht zijn geopenbaard en Zijn soevereiniteit is gevestigd. Haast u tot Hem met een van vreugde stralend gelaat. Dit is het onveranderlijke Geloof van God, eeuwig in het verleden, eeuwig in de toekomst. Laat de zoekende het bereiken; en wat betreft degene die geweigerd heeft het te zoeken - waarlijk, God is de Onafhankelijke en heeft Zijn schepselen geenszins van node.

Noot:

183. Zeg: Dit is de nimmer falende Waag in de Hand van God waarop allen die in de hemelen en allen die op aarde zijn worden gewogen, en waarmee hun lot wordt bepaald, zo gij behoort tot hen die geloven en deze waarheid erkennen. Zeg: Dit is het Allergrootste Getuigenis, waardoor de geldigheid van ieder bewijs door de eeuwen heen is vastgesteld, hoe wenste Ik dat gij hiervan verzekerd waart. Zeg: Hierdoor zijn de armen verrijkt, de geleerden verlicht en de zoekenden in staat gesteld op te stijgen naar Gods tegenwoordigheid. Hoedt u dat gij het niet tot oorzaak van tweedracht onder u maakt. Weest even standvastig als de onwrikbare berg in de Zaak van uw Heer, de Machtige, de Liefderijke.

Noot:

184. Zeg: O bron van verdorvenheid! Laat uw halsstarrige blindheid varen, en spreek de waarheid onder de mensen. Ik zweer bij God dat Ik om u heb geweend toen Ik zag dat gij uw zelfzuchtige hartstochten volgde, en Hem verwierp Die u heeft gevormd en u tot leven heeft gewekt. Denk terug aan de tedere genade van uw Heer, en herinner u hoe Wij u dag en nacht hebben grootgebracht voor het dienen van de Zaak. Vrees God, en behoor tot hen die waarlijk berouw hebben. Aangenomen dat de mensen in verwarring waren over uw rang, is het denkbaar dat gij zelf eveneens in verwarring zijt geraakt? Sidder voor uw Heer en roep u de dagen in herinnering toen gij voor Onze troon stond, en de verzen opschreef die Wij u dicteerden - verzen die waren neergezonden door God, de Almachtige Beschermer, de Heer van macht en kracht. Hoed u dat het vuur van uw aanmatiging u niet belet Gods heilige Hof te bereiken. Wend u tot Hem en vrees niet vanwege uw daden. Hij vergeeft in waarheid al wie Hij wenst uit milddadigheid Zijnerzijds; geen God is er dan Hij, de Immer Vergevende, de Almilddadige. Wij vermanen u uitsluitend omwille van God. Zoudt gij deze raad aanvaarden, dan hebt gij in uw eigen belang gehandeld; en zoudt gij haar verwerpen, uw Heer kan het waarlijk zeer goed zonder u stellen, en zonder al degenen die, duidelijk misleid, u hebben gevolgd. Zie! God heeft hem gegrepen die u op een dwaalspoor heeft gebracht. Keer terug tot God, nederig, onderdanig en ootmoedig; waarlijk, Hij zal uw zonden van u wegnemen, want uw Heer is voorzeker de Vergevende, de Machtige, de Albarmhartige.

Noot:190,191,192

185. Dit is Gods Raad; hoe wenste Ik dat gij er acht op zoudt slaan! Dit is Gods Milddadigheid; hoe wenste Ik dat gij haar zoudt aanvaarden! Dit zijn Gods Woorden; zo gij ze slechts wilde bevatten! Dit is Gods Rijkdom; zo gij het slechts kon begrijpen!

Noot:

186. Dit is een Boek dat de Lamp van de Eeuwige voor de wereld is geworden, en Zijn rechte, niet-afwijkende Pad onder de volkeren der aarde. Zeg: Dit is het Ochtendgloren van goddelijke kennis, zo gij behoort tot hen die begrijpen, en de Dageraadsplaats van Gods geboden, zo gij behoort tot hen die het bevatten.

Noot:

187. Geeft een dier geen zwaardere last dan het kan dragen. Wij hebben zulk een behandeling waarlijk verboden door een hoogst bindend verbod in het Boek. Weest de belichaming van gerechtigheid en goedertierenheid temidden van de gehele schepping.

Noot:

188. Wanneer iemand een ander onopzettelijk het leven beneemt, is het zijn plicht de familie van de overledene een schadeloosstelling van honderd mithqál goud te betalen. Neemt in acht hetgeen u in deze Tafel is opgelegd, en behoort niet tot hen die de grenzen ervan overschrijden.

Noot:

189. O parlementsleden overal ter wereld! Kiest één enkele taal die door allen op aarde zal worden gebruikt, en neemt eveneens een gemeenschappelijk schrift aan. God maakt u waarlijk duidelijk hetgeen u zal baten en u in staat zal stellen onafhankelijk van anderen te zijn. Hij is voorwaar de Milddadigste, de Alwetende, de Welingelichte. Dit zal tot eenheid leiden, kon gij het slechts bevatten, en het voornaamste instrument zijn ter bevordering van harmonie en beschaving, hoe wenste Ik dat gij het mocht begrijpen! Wij hebben twee tekenen vastgesteld voor de volwassenwording van het mensdom: het eerste, welke de stevigste grondslag is, hebben Wij in andere Tafelen opgetekend, terwijl het tweede in dit wonderbaarlijke Boek is geopenbaard.

Noot:193,194

190. Het is u verboden opium te roken. Wij hebben deze gewoonte waarlijk verboden door een hoogst bindend verbod in het Boek. Wanneer iemand ervan neemt, is hij voorzeker niet van Mij. Vreest God, o gij die begiftigd zijt met begrip!

Noot:
Bahá'u'lláh

Table of Contents: Albanian :Arabic :Belarusian :Bulgarian :Chinese_Simplified :Chinese_Traditional :Danish :Dutch :English :French :German :Hungarian :Italian :Japanese :Korean :Latvian :Norwegian :Persian :Polish :Portuguese :Romanian :Russian :Spanish :Swedish :Turkish :Ukrainian :